Handel in hete lucht staat op instorten

Handelaren in certificaten die recht geven op CO2-uitstoot, vrezen volgende week een ‘zwarte maandag’ op hun klimaatbeurs. Dan wordt bekend of landen in 2005 te veel of te weinig CO2 hebben uitgestoten.

Hoogovens in Velsen-Noord. Kooldioxide (CO2 ) is één van de broeikasgassen verantwoordelijk voor klimaatverandering. Foto Evelyne Jacq Nederland, Ijmuiden, 17-10-2003 De hoogovens in Velsen-Noord. Staal industrie, lucht verontreiniging, rook, rokende schoosteen. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Via de European Climate Exchange is in een jaar tijd zo’n 200 miljoen ton kooldioxide van eigenaar gewisseld. Althans, de rechten om die CO2 uit te stoten. Bedrijven die dat veel doen, hebben op deze in Amsterdam gevestigde ‘klimaatbeurs’ zogenoemde emissierechten gekocht van andere bedrijven die heel zuinig zijn. Daartussen zitten handelaren: speculanten in ‘hete lucht’ – of broeikasgassen. Zij proberen emissierechten goedkoop in te kopen, om ze duurder te kunnen verkopen. Handel in milieu.

De afgelopen maanden liep de prijs van één ton kooldioxide op van ongeveer 6 euro in januari, tot bijna 30 euro in de laatste week van april. De Deutsche Bank verwachtte dat de prijs verder zou stijgen. Dat had alles te maken met de energiemarkt. De vraag naar energie stijgt de laatste tijd sterk.

Omdat kooldioxide een ongewenst bijproduct is van het stoken van fossiele brandstoffen, is daardoor ook de CO2-uitstoot toegenomen. Bovendien is de prijs van olie en gas fors gestegen, waardoor het voor energiecentrales aantrekkelijker wordt over te stappen naar goedkope, ‘vuile’ steenkool.

Op 26 april kwam een aantal Europese landen met emissiecijfers over 2005. Nederland, Frankrijk, een deel van België en een paar andere landen bleken minder CO2 te hebben uitgestoten dan verwacht. Een paar dagen later meldde Zweden dat zij 10 procent van haar emissierechten had overgehouden. Er dreigde een overschot aan emissierechten te ontstaan.

De handel op de klimaatbeurs reageerde onmiddellijk. Binnen 48 uur daalde de prijs van een CO2-certificaat van 30 euro naar onder de 12 euro en werd de klimaatmarkt 40 miljard euro minder waard.

Voor de betrokkenen pijnlijk. Maar is het ook gevaarlijk voor de emissiehandel? Deskundigen wijten de enorme schommelingen voorlopig aan de groeistuipen van een nog onvolwassen markt. Pas sinds 1 januari 2005 zijn de certificaten verhandelbaar. De Europese Commissie heeft de periode tot 2008 bestempeld als ontwikkelingsfase, waarin de kinderziekten genezen moeten worden.

De Europese Commissie verdeelde de emissierechten onder de lidstaten, die ze op hun beurt in de vorm van allocaties (toewijzingen) gaven aan energie-intensieve bedrijven. „De vraag is, waarop de overheid haar toewijzingen heeft gebaseerd”, zegt Peter Koster, directeur van de European Climate Exchange. „Is dat wel de juiste informatie geweest? De Europese Commissie zal zich moeten buigen over de hoogte van de allocatie die is afgesproken.”

Analisten denken dat bedrijven hun CO2-uitstoot bewust hoog hebben ingeschat, in de hoop extra ‘allocaties’ te bemachtigen. Die kunnen ze vervolgens te gelde maken. Deskundigen beschouwen om die reden het instorten van de markt niet per se als schadelijk.

Dit jaar moeten de partijen voor het eerst met échte cijfers komen. En daarop kan de Europese Commissie de allocaties voor de komende jaren baseren.

De heftige reactie van de markt had volgens ingewijden voorkomen of verzacht kunnen worden. Volgens Koster heeft de branche een code of conduct nodig, regels om met prijsgevoelige informatie om te gaan. „De Europese Commissie zou dit soort informatie net zo moeten behandelen als bedrijven hun jaarcijfers”, aldus Koster. „Nu is alleen afgesproken dat de EU-landen op 15 mei de cijfers op een rijtje hebben. Maar hoe ze die naar buiten brengen, moeten ze zelf weten. Het zou verstandig zijn centraal te regelen wanneer de informatie wordt gepubliceerd.”

De vraag is wat er komende maandag gebeurt wanneer álle cijfers over 2005 bekend worden. Handelaren vrezen een ‘zwarte maandag’ als Duitsland, Polen, Spanje en Italië niet ten minste 40 miljoen ton aan emissierechten tekort komen. Als ook die landen een overschot hebben „dan zijn emissiecertificaten waardeloos geworden”, zei een handelaar deze week tegen persbureau Reuters.

Een overschot aan emissierechten lijkt een positieve ontwikkeling, een teken dat het meevalt met de kooldioxide-uitstoot. Maar zo simpel is het niet. Voor bedrijven is er dan ineens minder aanleiding om zuiniger met fossiele brandstoffen om te gaan – een paar certificaten bijkopen is voordeliger. En energiecentrales kunnen dankzij het overschot makkelijker overschakelen van dure olie of gas naar goedkope, ‘vuilere’ steenkool.

In Kyoto zijn in 1997 afspraken gemaakt over verschillende mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Emissiehandel is daar één van. Geïndustrialiseerde landen mogen ook andere besparingen op hun conto schrijven. Bijvoorbeeld als ze Oost-Europese landen helpen hun vervuilende industrie schoner te maken.

Ook is het mogelijk milieuprojecten in ontwikkelingslanden te financieren. Maar voor die landen bestaat nu een risico. Tot voor kort was een ton CO2-reductie via een ontwikkelingsproject zo’n 10 euro goedkoper dan via emissiehandel. Na het instorten van de handel is vrijwel het omgekeerde het geval.

Toch is niet iedereen pessimistisch. Volgens een woordvoerder van de eurocommissaris voor Milieu bieden deze gegevens prima informatie over de uitstootlimieten die nodig zijn voor de periode tussen 2008 en 2012, als het er echt op aankomt om de Kyoto-doelstellingen te halen. „We gaan ervan uit dat de Europese Commissie [...] een tekort zal creëren”, zei investeerder Laurent Segalen vorige week tegen Reuters. Segalen steekt geld in klimaatprojecten in ontwikkelingslanden.

Ook Peter Koster van de European Climate Exchange is optimistisch. „Vooral de prijs van certificaten voor de korte termijn is ingestort. Die voor 2008 en later kosten nog steeds rond de 20 euro.” Volgens Koster een teken van vertrouwen in de markt. Nog belangrijker vindt hij hoe bedrijven zichzelf presenteren. „Kijk naar advertenties in de Financial Times. Oliemaatschappijen en autobedrijven laten graag zien hoe ‘groen’ ze zijn; een teken dat klimaatbeleid een wezenlijk onderdeel is in de strategie van bedrijven.”