Guus K.: publiek is tegen me opgezet

Het openbaar ministerie heeft volgens de van oorlogsmisdaden en illegale wapenhandel in Liberia verdachte zakenman Guus K. informatie „gelekt” naar de pers. „Hierdoor is de publieke opinie al tegen mij opgezet.” De 63-jarige K., gekleed in lichtgrijs zomerpak met wit openstaand overhemd, las vanmorgen niet minder dan zeven volgetikte A4’tjes voor, als laatste woord bij de Haagse rechtbank.

De verdachte, tegen wie het OM 20 jaar cel en 450.000 euro boete heeft geëist, verweet de Nederlandse politie nooit met zijn collega-zakenlieden in Liberia te hebben gesproken. „Zij begrijpen niet waarom ik hier sta”, zo zei hij. Volgens hem lijdt het OM aan een „tunnelvisie” in de drang om hem veroordeeld te krijgen.

Volgens de aanklacht zou K. met een schip van zijn houtfirma (OTC) wapens hebben geleverd aan het regime van toenmalig president Charles Taylor. Ook zou OTC-personeel onder aanmoediging en op aanwijzing van K. tussen 1999 en 2003 hebben meegevochten in bloedige oorlogen tegen rebellen. Eerder liet het OM lijsten uit K.’s computer zien over betalingen aan militieleiders.

De rechter, die af en toe met K. in discussie ging, zei dat het onderzoek nog niet geheel is afgesloten. Er wordt nog een poging gedaan Taylor, met wie K. een nauwe relatie had, zelf te horen. De rechter zei dat uitspraak in de zaak naar verwachting op 7 juni volgt.

K. erkende dat hij betalingen had gedaan in een speciaal fonds van de intussen ook gearresteerde Taylor. Maar dat moesten volgens hem alle bedrijven doen. „Ik heb echt niet vrijwillig aangeboden royalties aan Taylor te betalen. Ik had geen andere keuze.”

De verdachte verwierp het verwijt van het OM dat hij Liberia tijdig had kunnen verlaten. Hij zei meer dan twintig jaar in het land te hebben gewerkt. „Ik heb drie Liberiaanse kinderen. Nooit heb ik gedacht dat ik Liberia zou verlaten.”