God is hier net een mens

God's Own Countries heet het nieuwste nummer van het Britse literaire tijdschrift Granta. Er staat veel in over God en weinig over landen. De titel maakt dat je - de indrukwekkende reportagetraditie van Granta indachtig - stukken verwacht die iets algemeens zeggen over religie of internationale verhoudingen, maar nee. “God's Own People' was beter geweest, of “God's Own Families'. Alle stukken in dit sterke nummer gaan over de rol van God in het persoonlijk leven.

Omslag tijdschrijft Granta 93: God's Own Countries.

De kwaaie oom van Nadeem Aslan bekeerde zich tot de Talibaan. Al haar speelgoed werd afgepakt en vernietigd. Op een dag ziet zij hoe oom een teer rood vogeltje vindt dat zij van papier heeft gevouwen. Hij kan niet laten het een ogenblik te bewonderen voordat hij het verscheurt.

De biologische vader van Jackie Kay, die als baby ter adoptie werd afgestaan, blijkt een born again Christian. Op een hotelkamer in Abuja begint hij als een dolle een mis te zingen in de hoop dat zij zich ter plekke bekeert. Met haar praten wil hij niet. Hij is voortaan rein, zij is zijn zonde met wie hij niets te maken wil hebben.

Soms is God de enige die kan troosten: Lucretia Stewart werd in haar eigen huis 's nachts overvallen, verkracht en bijna vermoord. “Dank u God, dat ik nog leef,' schrijft zij.

De vrolijkste God is de joodse god uit het stuk van van Gary Shteyngart. Diens stomdronken vader begint een heilige oorlog tegen de antisemitische terriër van de buurman, wiens blaf (Ev..Ev... rrrrrr) ze doet denken aan “evrei', het Russische woord voor jood.

Het krachtigste geloof is dat in “A Prisoner of the Holy War' van Wendell Steavenson. Twintig jaar was Thayr een vergeten krijgsgevangene van de Iran- Irakoorlog, al die tijd behield hij zijn vaste geloof in Saddam Hoessein, redder van zijn vaderland. Iran liet Thayr vrij op 17 mei 2003, drie dagen voor de Amerikaanse invasie. Hij gaf een derde van zijn leven voor een overtuiging die dat offer niet waard bleek, maar Thayrs' geloof in zichzelf is ongebroken; wat hij heeft doorstaan bewijst dat hij een man is, zegt hij.

God is in dit nummer van Granta geen abstractie, geen toetssteen of breekijzer in nationale en internationale verhoudingen. God is hier net een mens. Een familielid. Een troostende moeder, een kwaaie vader, altijd handig om in de buurt te hebben om je gedrag te rechtvaardigen. Soms snap je niet hoe je ooit buiten hem zou kunnen. Soms weet je zeker dat je hem nooit wilt zien.

Meer verscheidenheid in het type verhalen was aardig geweest. Maar het niveau van schrijven in Granta is onveranderlijk hoog, en onveranderlijk specifiek is de literatuuropvatting van hoofdredacteur Ian Jack. Persoonlijke verhalen, geschreven in heldere, bedrieglijk eenvoudige stijl. Verhalen die, bij afwezigheid van landen, hele werelden weten op te roepen. Een sprankje nationale trots: de scènes uit het zwarte-schoolleven van Kees Beekmans (Een hand kan niet klapt, besproken in Boeken, 21.01.05) staan in dit Granta-nummer. Ze passen er uitstekend in.

Granta 93: God's Own Countries. Granta, 256 blz. 17,50

    • Maartje Somers