Fries is een goede zangtaal

Zangeres Nynke Laverman vond een nieuw genre uit: de Friese fado. Haar liedjesprogramma “De Maisfrou' verschijnt volgende week op cd. Laverman: “Ik voel elk woord tot in mijn vezels.“

Op de posters die haar agent had laten drukken stond: “Nynke Laverman, het Friese fado-fenomeen'. Het citaat kwam uit een recensie van een enthousiaste journalist. Ze had er gemengde gevoelens bij. “Erkenning is natuurlijk leuk. Maar als ik zoiets lees, denk ik toch: doe effe normaal. Ik ben pas net begonnen. Een fenomeen ben ik nog helemaal niet, ik hoop er wel ooit een te worden.“

Lavermans nuchtere reactie past bij een provincie waar “niet slecht' als een groot compliment geldt. Maar in dit geval lijkt haar oproep aan dovemansoren gericht. Veel Friezen waren eerst nog wat gereserveerd, maar sinds ze vorig jaar voor koningin Beatrix mocht zingen op het Malieveld in Den Haag, is het: “us Nynke'. Van haar eerste cd Sielesâlt werden er ruim 25.000 verkocht, en niet alleen in Friesland. Voor veel “Friezen om útens' (Friezen buiten Friesland) zijn haar bloemrijke fado's balsem voor de ziel, vertelt Wim Brons, muziekredacteur van Omrop Fryslân. “Toen Sielesâlt net uit was, belde NOS-weerman Gerrit Hiemstra me op. Oh, hij was er helemaal weg van.“

De muziek van Nynke Laverman (26) spreekt ook niet-Friezen aan. “Stapels hebben we van haar cd verkocht“, zegt Stefan Koer, medewerker van de Amsterdamse muziekwinkel Concerto. “Vooral aan het kleinkunstpubliek.“ Ze staat in Concerto tussen zangeressen als Cristina Branco, de Mexicaanse Lhasa, en vriendin Wende Snijders. Die laatste viert al jaren triomfen met haar vertolking van Franse chansons. Laverman mag zich de uitvinder noemen van een nieuw genre: de Friese fado.

Haar eerste fado hoorde ze op haar vijftiende. Het greep haar direct bij de keel. “Ik stapte op de fiets naar de bibliotheek in Leeuwarden en leende alle fado-cd's die er waren. Vanaf dat moment ben ik verliefd op die Latijnse sfeer. Maar ik dacht er niet aan om er zelf iets mee te doen. Daarvoor stonden die taal en cultuur te ver van me af.“

Ze groeide op in Weidum, een dorpje tussen Leeuwarden en Sneek. Haar vader, Fokke Laverman, is een verdienstelijk amateur-zanger. Als klassieke tenor zong hij jaarlijks op het “Iepenloftspul' in Jorwerd, het bekendste van de vele Friese “openluchtspelen' met zang en toneel. Ze bewonderde haar vader: “De videobanden met zijn operettes heb ik helemaal grijs gedraaid. Ik wist al heel vroeg: dit wil ik ook.“

Ze trad niet als zangeres voor het eerst op voor publiek, maar als lid van de plaatselijke majorettevereniging. Ze schiet van gêne in de lach bij deze “confessie', maar terugkijkend ligt daar toch de kiem van wat ze nu doet. “Ik bedacht op mijn kamer mijn eigen showtjes. Het bezig zijn met muziek, met bewegen, ik denk dat dat heel belangrijk voor me is geweest.“

Haar echte liefde lag bij het zingen en acteren. Toen ze vijftien was, stond ze naast haar vader in Jorwerd op het toneel. Na haar VWO-examen wist ze waar ze naartoe wilde: naar de kleinkunstacademie in Amsterdam. “Ontroerd worden, anderen ontroeren, jezelf verliezen in de magie van het theater. Het is een instinctief gevoel: ik moet die planken op.“

Heftige tango

Het is volle bak in het Alkmaarse theater De Vest. Alle 680 plaatsen zijn bezet voor Nynke Lavermans programma De Maisfrou. Die maïsvrouw is een mythische figuur bij de Maya's en de Azteken. Een sterke, door het leven getekende vrouw die ondanks vele tegenslagen doorgaat met leven. In Lavermans woorden: “Een vrouw die alles al weet wat ik nog niet weet.“

De voorstelling komt direct goed op gang. De akoestiek van de zaal is perfect, maar het zal nog niet meevallen om de Latijnse passie te doen opvlammen tussen de kale, zwarte wanden. Ze zingt over liefde, eenzaamheid, verlangen en erotiek. Na elk nummer wordt overtuigend, maar niet extatisch geapplaudisseerd. Bij het vijfde lied, “Der wie ris' (Er was eens), slaat de vonk over. Links en rechts in het publiek beginnen hoofden ritmisch mee te bewegen. Het nummer, dat ingetogen begint, eindigt in een heftige tango, en daarmee heeft Laverman het publiek voor zich gewonnen. De decorloze kaalheid doet er niet meer toe: Lavermans stem en de muziek vullen de zaal volledig. Het publiek valt voor haar charme en lacht om haar schalkse grapjes. In het geroezemoes na het slotapplaus en de toegift klinkt veel enthousiast commentaar.

Klassiek slagwerker Sytze Pruiksma trekt vanaf het begin op met Laverman. Hij heeft haar de afgelopen jaren “enorm zien groeien', zowel in haar zangkwaliteiten als in haar podiumprésence. Zangtechnisch is De Maisfrou volgens Pruiksma “drie keer zo moeilijk' als Sielesâlt. “Er zitten meer uithalen in, hoge en lage passages wisselen elkaar snel af. Het is anderhalf uur topsport.“

“Nynke weet altijd precies wat ze wil“, zegt vriendin Wende Snijders. “Ze is heel helder. Ik ben chaotischer, associatiever. Maar het klikt goed tussen ons. Spelen met haar op Oerol was zo tof!“

Laverman werkt samen met gerenommeerde musici en componisten. De strijkarrangementen komen van specialist Sebastiaan Koolhoven. Ook componist Theo Nijland tekende voor twee nummers, waaronder het openingslied “Gjin begjin' (Geen begin). Grote namen voor een meisje dat een paar jaar geleden nog dacht dat een eigen programma er de eerste tien jaar niet in zou zitten. En dat zichzelf “als een uitvoerder, niet als een maker' beschouwde.

Laverman kwam op de kleinkunstacademie als “een plattelandsmeisje' dat nog nooit in Amsterdam was geweest. Om zo snel mogelijk te assimileren, probeerde ze haar Friese accent af te leren. Aan zingen in het Fries dacht ze al helemaal niet. Ze liep het culturele aanbod van de stad af, bezocht soms wel vijf voorstellingen per week. Maar het was in het begin een hele omschakeling vanuit Friesland. Ze kende “de codes' van de stad niet. “Iedereen was zo open en ad rem. Steeds dat gezoen en vragen hoe het gaat, ook als je elkaar gisteren nog gezien had. Daar moest ik wel aan wennen.“

Op de kleinkunstacademie werd ze gedwongen na te denken wat ze wilde, en wat ze te zeggen had. “Zoeken naar wat jou onderscheidt, daar ging het om. En één van die dingen was mijn taal.“

De ontdekking van het Fries als expressiemiddel kwam in haar derde jaar. “We deden veel aan Brel op school. Op een dag zong ik, in mijn eentje, de Friese vertaling van “Ne me quitte pas' - “Leafste bliuw by my'. Het raakte me diep, ja, ik was tot tranen toe geroerd. Toen voelde ik dat ik in het Fries moest zingen. Die taal ligt het dichtste bij me, ik voel elk woord tot in mijn vezels.“

De liefde voor de fado bleef, maar nog steeds alleen om naar te luisteren. “Het voelde onecht om liederen uit een andere cultuur te zingen in een taal die niet mijn moedertaal is. Geloofwaardigheid vind ik belangrijk. Ik wil niet alleen maar een mooi liedje zingen, het moet écht zijn.“

Tijdens een optreden op Oerol in 2003 met Wende Snijders en een andere actrice, kwam het er toch van. “Het voelde zo goed, toen wist ik dat ik mijn vorm had gevonden.“ Het duurde daarna niet lang meer tot taal en muziek samenvloeiden. Geïnspireerd door de Slauerhoff-fado's van Cristina Branco, nam ze de gedichten van Slauerhoff en zette ze zich, zonder enige ervaring, aan het vertalen. Ze won er de Piter Jelles-prijs 2006 van de gemeente Leeuwarden mee.

Juiste klank

De strofen in de Friese teksten zijn langer dan in de originele gedichten, beaamt Laverman. “Doordat de muziek van Custódio Castelo (Branco's gitarist) er al was, moest ik nogal vrij vertalen. De juiste klank zoeken bij de juiste noot.“ Intussen liep ze als actrice stage bij het Leeuwardens gezelschap Tryater, waar ze onder andere in De ingebeelde zieke van Molière speelde. Toen ze een aantal gedichten op muziek had vertaald, ging ze naar artistiek leider Hans Man in 't Veld, die haar meteen wilde helpen. “Een regisseur, een orkest, kostuums, voor alles werd gezorgd“, zegt Laverman, nog steeds enigszins verbaasd. Man in 't Veld herinnert zich nog goed waarom hij zo enthousiast reageerde. “Ze was zo gepassioneerd, had zoveel power, dat ik intuïtief voelde: doen.“

Voor De Maisfrou schreef de Friese dichteres Albertina Soepboer de meeste teksten. Laverman is zeer tevreden over de samenwerking met Soepboer, met wie ze een maand naar Mexico City is geweest voor inspiratie. Zo werkt ze altijd. Voor Sielesâlt bezocht ze twee keer in haar eentje Lissabon. Ze praatte er met muzikanten en zong in de kroegjes waar de fado's nog worden gespeeld. In Mexico City viel de muziek wat tegen: de Mexicanen bleken vooral van “schlagers' te houden.

Ze ziet De Maisfrou als haar echte debuut. “Ik heb de gedichten voor Sielesâlt wel zelf vertaald en een eigen draai aan de muziek gegeven, maar het was toch allemaal bestaand materiaal. De Maisfrou is helemaal nieuw.“

Er was dit keer ook meer tijd voor de opnames. Sielesâlt is in twee dagen opgenomen, in een live-opstelling. Voor De Maisfrou zijn zang en muziek apart opgenomen. Wat vindt ze prettiger? “Als ik eerlijk moet zijn: zoals we het dit keer hebben gedaan. De kick van het live spelen heb ik al bij mijn optredens. In de studio is het juist leuk om het precies te laten klinken zoals je het in je hoofd had.“

De cd's zijn in twee opzichten verschillend. De Maisfrou is lyrischer dan het wat introverte Sielesâlt. De teksten zijn minder toegankelijk dan de vertaalde gedichten van Slauerhoff. Het zijn stromen van beelden en gevoelens die de toehoorder meer moet ervaren dan begrijpen. Dat geldt voor Friestaligen en zeker voor buitenstaanders, maar dat vindt Laverman geen probleem. “Iedereen vormt zijn eigen verhaal aan de hand van de klanken. Dat vind ik mooi.“

Een ander verschil is de grotere diversiteit aan muziekstijlen: samba, tango, flamenco en fado wisselen elkaar af. Maar de combinatie met het Fries klinkt nog even natuurlijk als in Sielesâlt. “Fries is niet alleen mijn moedertaal, ik vind het ook een goede zangtaal. Ik vind het vloeiender dan het Nederlands, en in die zin vergelijkbaar met het Portugees. Maar ik voel me geen ambassadrice van de Friese taal. Daar ben ik niet mee bezig.“

Ze woont sinds een half jaar in Franeker, aan een klein grachtje. Op straat in het oude stadje wordt ze hier en daar begroet. Een buurtbewoner die in een plaatselijk feestcomité zit, vraagt haar of ze heeft nagedacht over zijn uitnodiging. Maar ze moet hem teleurstellen: geen tijd. Langs haar huis loopt de oude vestingwal. Haar knalroze jas springt eruit tussen het zachte groen.

Hoewel de verhuizing uit nood geboren is - ze stond in Amsterdam weer eens op straat - vindt ze het nu wel prettig in Franeker: “Hier heb ik de rust die nodig is om te kunnen creëren. In Amsterdam was het een tijd om te nemen, nu is het een tijd om te geven.“

Wat ze het publiek wil meegeven is meer dan muziek alleen. “Mijn regisseur Ruut Weissman heeft het eens zo mooi gezegd. “Ik wil dat ze na de voorstelling hun muur verven, die oude ruzie bijleggen, toch die reis naar China gaan maken.' “ Ze wil de mensen laten voelen dat ze leven, is dat het? “Ja, zo zou je het kunnen zeggen.“

Nynke Lavermans nieuwe cd “De Maisfrou' wordt op zondag 14 mei gepresenteerd in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. Ze zal daar een concerten geven. Maandag 15 mei staat ze met hetzelfde programma in De Harmonie in Leeuwarden.

    • Arnoud Veilbrief