Fantasy van “New Weird'

Onder aanvoering van de Britse schrijver China Miéville groeit sinds enkele jaren een literaire beweging die zich bewust afzet tegen de soortnaam “fantasy' die voor de troostvolle magische heldenepiek in stijl van Tolkien en J.K. Rowling staat. Deze zogenaamde New Weird-auteurs wenden zich af van de commerciële clichés van Tolkien-imitaties en schrijven “sophisticated, dark fantasy', waarin de grenzen tussen sciencefiction, fantasy en horror, en van goed en kwaad, vervagen.

Een van deze New Weird-verhalen is het in de Angelsaksische landen geprezen The Etched City (Stad in scherven), de verontrustende debuutroman van de Australische schrijfster K.J. Bishop, die berust op de motieven uit T.S. Eliots lange gedicht The Waste Land.

Stad in scherven is een intrigerend, bevreemdend verhaal over een beschaving in verval die Bishop door middel van haar beeldspraak en landschapsbeschrijvingen overtuigend vorm geeft. Vanaf de eerste zin is de sfeer broeierig en de verlatenheid voelbaar: “In Het Koperland stonden geen mijlpalen. Dikwijls kon een reiziger alleen bepalen hoever hij gevorderd was op zijn tocht, aan de tijd die het vergde om van het ene vergane of verwoeste object naar het volgende te komen'.

In dit naargeestige woestijnlandschap zijn de legerarts Raule en de huurmoordenaar Gwynn per kameel op de vlucht voor de heersende macht. Gwynn is meedogenloos en Raule heeft sinds de oorlog een “spookgeweten': “dat vreemde, zuiver verstandelijke, van emotie gespeende orgaan dat als littekenweefsel was gegroeid op de plaats van het oorspronkelijke geweten dat ze in de oorlog was kwijtgeraakt'. Raules verlangen een beschaafd bestaan op te bouwen brengt haar met Gwynn in Ashamoil, de stad in scherven van de titel: een 19de-eeuws aandoende industriestad, waar angst, krankzinnigheid en honger regeren.

Raule en Gwynn zoeken, onafhankelijk van elkaar en tevergeefs, naar de zin van hun levens. Raule wordt arts in een parochieziekenhuisje. Niet omdat ze gevoelens van medelijden ervaart, maar omdat ze weet wat beschaafd gedrag van een mens verlangt. En Gwynn, “op zoek naar kennis en niet naar illusies', vindt werk als schutter voor een edelman die in slaven handelt.

Bishop volgt vooral Gwynn in zijn ontwikkeling waardoor je Raule uit het oog verliest. Als symbool van de duivel intrigeert Gwynn begrijpelijkerwijs meer dan Raule, maar dat rechtvaardigt niet het onderbelichten van Raule. Gwynn zoekt naar betekenis door middel van filosofische gesprekken over geloof en verlossing met een aalmoezenier en door zijn liefde voor de kunstenares Beth Constanzin. Maar de kennis die Gwynn tijdens zijn zoektocht opdoet is weinig verlichtend: “De duisternis was er het eerst en ze is oneindig veel ouder en blijvender dan het licht'.

K.J. Bishop: Stad in scherven. Vertaald uit het Engels door Annemarie van Ewyck. De Boekerij, 350 blz. 18,95

    • Mirjam Noorduijn