‘Een voortdurend gehamer op verkeerde praktijken’

Opnieuw blijkt dat de VS de oorlog tegen terreur soms met omstreden middelen voeren: de regering heeft in het geheim gegevens over vele miljoenen telefoongesprekken opgeslagen.

Insiders in de wereld van Amerikaanse inlichtingendiensten zagen het bericht al een beetje aankomen. En gisteren was het er dan. De National Security Agency (NSA) heeft sinds 11 september de grootste databank met privacygevoelige informatie uit de Amerikaanse geschiedenis samengesteld, onthulde USA Today.

Omdat de databank werd opgericht toen Michael Hayden nog de leiding had over de NSA, zeggen Democratische en enkele Republikeinse senatoren dat ze extra kritisch zullen zijn over Haydens kandidatuur als directeur van de CIA. President Bush kandideerde hem maandag. Hayden zei gisteren alleen dat de NSA nooit illegaal opereert.

Republikeinen reageerden niettemin verontrust. De leider in het Huis van Afgevaardigden, John Boehner, zei ‘bezorgd’ te zijn dat de NSA zoveel data opslaat, en niet te begrijpen waar dat goed voor is. De Democratische senator Dianne Feinstein voorziet een „grote constitutionele confrontatie” met de regering. Bush zegt dat de privacy van Amerikaanse burgers bij hem in goede handen is, zonder op de zaak zelf in te gaan.

Het draait om wat in Nederland ‘printgegevens’ worden genoemd. De NSA blijkt na 11 september bij op één na alle grote telefoonmaatschappijen te hebben bedongen dat zij aan de overheid doorgeven met wie hun klanten hebben gebeld, wanneer dat was, en hoe lang de gesprekken duurden. De telefoontjes zijn niet opgenomen. Maar volgens deskundigen stopt de NSA de printgegevens van de 300 miljoen Amerikanen in ‘supercomputers’ die in staat zijn verdachte communicatiepatronen te signaleren. Het idee is dat hiermee terroristische voorbereidingen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd.

De zaak hangt samen met het eind vorig jaar onthulde binnenlandse afluisterprogramma van de NSA. Daarin worden mogelijke terroristen in de VS afgeluisterd zonder dat een rechter dat toetst; de wet schrijft zo’n toetsing voor. Die zaak ging in het Congres als een nachtkaars uit nadat het Witte Huis kritische Republikeinen zwaar onder druk zette – daardoor bleven de meeste aspecten van het programma geheim.

Deskundigen als Matthew M. Aid, een oud-NSA-medewerker die wetenschappelijk onderzoek doet naar inlichtingendiensten, wezen er toen al op dat dit programma onderdeel moest zijn van een groter geheel. Hij noemde het onmogelijk dat de NSA de verdachte terroristen al kende toen het afluisteren begon: de NSA is een buitenlandse inlichtingendienst die na 1974 niet meer binnenslands had geopereerd.

„Ze moesten de terroristen zoeken. En wat de NSA heel goed kan is enorme programma’s opzetten. Dat is hun specialiteit. Ze hebben een soort gigantische stofzuiger aangezet zodat ze alle printgegevens binnenkregen. Ze lieten daarna hun supercomputer de gegevens analyseren – en toen hadden ze de mogelijke terroristen die ze zijn gaan afluisteren.”

Er wordt zo geheimzinnig over gedaan, zegt hij, omdat de methode een erkenning is dat de regering na 9/11 „geen idéé” had of er meer Al-Qaeda-cellen in de VS actief waren. Maar de prijs is een ongekende aantasting van de privacy. „Dit is van een beangstigende omvang. Mensen realiseren zich niet hoe bedreigend het is dat al deze informatie wordt opgeslagen. Er is geen controle op. Het Congres is niet goed op de hoogte, je kan je afvragen of het Witte Huis snapt hoe gigantisch dit is.”

De vraag is of kiezers zo reageren. Amerikanen zijn traditioneel beducht voor Big Bro, zoals hij hier genoemd wordt. De politie vraagt bij voorbeeld al jaren om overheidsregistratie van wapenbezit omdat dan de criminaliteit gemakkelijker bestreden kan worden. Het maakt geen kans omdat dit in veler ogen een onaanvaardbare aantasting van de persoonlijke levenssfeer zou zijn.

Maar de recente discussie over het binnenlandse afluisteren maakte duidelijk dat opvattingen aan het kantelen zijn. In officieel Washington was de verontrusting enorm toen het programma bekend werd. Maar nadat uit peilingen bleek dat de sound bites van het Witte Huis aansloegen („als Al Qaeda belt willen we weten wat ze zeggen”) belegde Bush de ene na de persconferentie over het programma: dit was, eindelijk weer eens, een winner.

Evengoed kan deze zaak net de omslag zijn. De reactie van Boehner – die sinds zijn aantreden nog niet op kritiek op Bush was betrapt – wijst in die richting. In de steeds slechtere peilingen voor Bush is de ‘oorlog tegen terreur’ het enige thema waarop hij nog redelijk scoort. Maar ook op dat gebied kalft zijn steun af, na een half jaar van onthullingen over de wrede behandeling van terreurverdachten, geheime CIA-gevangenissen in Europa, illegale ontvoeringen, het afluisteren en de giga-databank van gisteren. Aid: „Alle geheimen komen naar buiten. Het is een voortdurend gehamer op verkeerde praktijken, het klinkt harder en harder.”

    • Tom-Jan Meeus