Een bijna vergeten stad

“Kleurrijk' is een epitheton dat vaak voor het oude Batavia werd gebruikt. In de collectieve herinnering is dat een koloniale stad met Nederlandse trekken waar verre familieleden misschien nog hebben gewoond. De herinnering daaraan wordt langzaam maar zeker vervangen door nostalgische foto's, schokkerige filmbeelden of de nalatenschap van een verre oom. Er is nog een ouder Batavia, dat minder bekend is: het Batavia van de VOC, gesticht in 1619 door Jan Pietersz Coen. In de geschiedschrijving wordt die stad meestal behandeld als het bestuurlijke centrum van de VOC in Azië, de rendez-vous haven en de plek waar in reusachtige magazijnen de VOC-goederen lagen opgeslagen. In 1922 publiceerde de toenmalige landsarchivaris F. de Haan een driedelig standaardwerk over deze stad. Dat boek heeft nu een fascinerende opvolger gekregen, geschreven door de Leidse historicus H. E. Niemeijer. Ook hij baseerde zich op de Nederlandse archieven ter plekke - nu in het Arsip Nasional in Jakarta -- vooral gerechtelijke, notariële en kerkelijke archieven. Het is een historisch studie geworden van een multiculturele samenleving, met gedetailleerde aandacht voor de demografie, de economie en het dagelijks leven. Talloos zijn de onderlinge verschillen van de bewoners van deze stad in etnische afkomst, huidskleur, taal en religie. En in elke groep bestonden weer differentiaties in inkomen, vermogen, macht en status. Niemeijer brengt hierin orde aan, soms wat inventariserend, maar dan juist op tijd zijn analyse verluchtend met sprekende voorbeelden uit de archieven

Kleurrijk jazeker, maar wel van een harde en wrede soort. De eerste kolonisten die zich op het oude onder Coen verwoeste Jacatra vestigden wisten weinig van het land en waren bedreigd zo niet door de Javaanse bevolking dan wel door de tijgers die buiten de stadsmuren zwierven en door de permanente angst voor een rijsttekort. Naarmate de stad groeide en de veiligheid toenam kwamen de problemen van een multiculturele maatschappij naar voren.

In 1679 woonden er 30.000 mensen in Batavia. Het meest opvallende kenmerk was dat de helft daarvan uit slaven bestond, vooral in particulier bezit. Daarnaast woonden er gekerstende Aziaten, Chinezen, Javanen, Balinezen, Maleiers en een kleine Europese bestuurselite die slechts 7 procent uitmaakte.

Het is een wonder dat die Nederlandse minderheid zo lang deze stad heeft bestierd. Hun gedrag dwingt weinig bewondering af. Ze komen naar voren als arrogant, wreed, onverschillig en aan de drank. Onthullend is de behandeling van slaven, die voor het minste of geringste de gruwelijkste lijfstraffen moesten ondergaan, voor weglopen of een licht vergrijp. Aan de andere kant: dit zijn kenmerken die uit de gerechtelijke archieven spreken en daar gaat het per definitie over conflicten. Het is de vraag of het in andere koloniale steden zoveel beter was. Opvallend is de relatieve tolerantie ten opzichte van moslims. Hun religieuze beleving viel meer vrijheid ten deel dan die van de katholieken. Ook de “heydensche superstitiën der blinde Chinese natie' werden getolereerd'.

Het is niet alleen geweld wat Niemeijer ons over het dagelijks leven voorzet. Ook krijgen we een gedetailleerd inzicht in het hangen op de veranda, het roddelen, de feesten, de diners en de grote gevoeligheden op het gebied van eer. Kleurrijk zeker, dat oude Batavia, maar ook dankzij het bloed dat er regelmatig vloeide.

Hendrik E. Niemeijer: Batavia. Een koloniale samenleving in de 17de eeuw. Balans, 440 blz. 19,95

    • Roelof van Gelder