Dringen in flessenhals van A1

Ongevallen met vracht-wagens hebben het verkeer op de A1 de laatste weken lamgelegd. Gemeenten en chauffeurs beklagen zich. „Gek word je ervan.”

Chauffeur Ton van der Sterren zit aan zijn maximum toegestane rij-uren als hij met zijn vrachtwagen een parkeerplaats langs de A1 bij Holten oprijdt om te overnachten. Even had hij overwogen om door te rijden, richting Ederveen, de eindbestemming voor de lading veevoer die hij in het Duitse Brandenburg heeft geladen. Tegenover het risico dat hij bekeurd wordt, staat het voordeel dat hij de ochtendspitsfile bij de IJsselbrug ontloopt. Met frisse tegenzin („ik ben allergisch voor files”) besluit hij de nacht door te brengen in „Hotel Scania”, zijn cabine.

De brug over de A1 bij Deventer – een flessenhals – werkt van nature filevorming in de hand op de belangrijke corridor tussen de Randstad en Oost-Europa. Er wordt weliswaar de laatste hand gelegd aan de aanleg van spitsstroken maar door de wegwerkzaamheden en een aantal bijna identieke ongevallen met vrachtwagens, is de verkeersoverlast op de noordbaan de afgelopen weken opvallend toegenomen. Tussen Holten en Deventer, waar in verband met de werkzaamheden vaart moet worden geminderd, zijn de afgelopen tien dagen drie keer vrachtwagens op elkaar gereden. Telkens was de weg uren gestremd, waardoor het verkeer zich een weg zocht door plaatsen als Deventer en Apeldoorn. „Als vrachtwagens de weg versperren, is er in andere delen van Nederland vaak een alternatieve route beschikbaar. Hier niet, waardoor we in Oost-Nederland heel kwetsbaar zijn”, zegt wethouder R. Metz van de gemeente Apeldoorn. Behalve dat het verkeer in de regio vastloopt, ondervindt het bedrijfsleven schade omdat werknemers en goederen te laat komen. Vervoersorganisatie EVO schat de kosten voor de transportsector op een kwart miljoen euro per stremming.

„Toeval”, zegt Rijkswaterstaat over de drie ongevallen in korte tijd, maar de gemeenten langs de A1 en transportorganisaties geloven hier niet in. Zij zien een relatie met de toegenomen verkeersdruk. Vrachtwagens rijden in de spits in ‘treintjes’ over de weg, gedwongen door een inhaalverbod en snelheidsbegrenzers. Volgens het Korps Landelijke Politiediensten zijn de recente ongevallen veroorzaakt door onoplettendheid van de chauffeurs, in combinatie met een laagstaande zon. In colonne achter elkaar rijden lijkt makkelijk, maar is lastig, zegt de Belgische chauffeur André Wouters. „Als je van de grens tot het einde van de A1 treintje moet rijden, word je zo zot als een deur.” En dan zijn er ook nog buitenlandse chauffeurs „die hun gat afvegen” met het inhaalverbod, zegt Wouters, wijzend op de parkeerplaats die vol staat met vrachtwagencombinaties uit Polen, Litouwen en Letland. „Gek word je ervan.”

Uit een telling van Rijkswaterstaat blijkt dat het aantal motorvoertuigen tussen Deventer-Oost en knooppunt Beekbergen in een jaar tijd met gemiddeld 10 procent is gestegen, terwijl rekening wordt gehouden met een jaarlijkse stijging van 2 à 3 procent. Een woordvoerder zegt dat er weinig waarde moet worden gehecht aan de telling omdat de „waan van de dag” en het weer de uitkomst ongunstig kunnen hebben beïnvloed. „Je mag er geen trend in zien.” Maar wethouder Metz uit Apeldoorn ziet wel een patroon. „Als je bij de snelweg gaat kijken, vallen in vergelijking met tien jaar geleden een paar dingen op”, zegt hij. „Het vrachtverkeer is enorm toegenomen en het soort nummerborden is anders geworden. Je ziet met name veel vrachtwagens uit Polen en de Baltische Staten.”

Volgens de Nota Mobiliteit van het ministerie van Verkeer en Waterstaat zal het wegverkeer in Nederland in 2020 ten opzichte van 2000 met 40 procent zijn gegroeid. Transport en Logistiek Nederland (TLN) stelt dat te weinig rekening wordt gehouden met de stijging van het aandeel van het vrachtverkeer binnen het totale verkeersaanbod. „En één vrachtauto neemt op de weg de plek van drie personenauto's in, dus neemt de capaciteit van de weg af”, zegt beleidsmedewerker B. van Moorsel van de transportorganisatie.

Met de aanleg van spitsstroken tussen het knooppunt Beekbergen en Deventer-Oost denkt de overheid de problematiek op de A1 de komende jaren opgelost te hebben. Pas na 2020 wordt de A1 tussen Barneveld en Hengelo mogelijk verbreed naar zes rijstroken. „Te laat” en „absoluut onvoldoende” oordeelt de Apeldoornse wethouder Metz. Al over enkele jaren verwacht hij wederom lange files, op de gedeeltes waar de spitsstroken ophouden. De weg moet snel worden verbreed, zegt hij, en tussen Apeldoorn en Deventer-Oost zijn er acht rijstroken nodig. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft vorige week het idee gelanceerd om op de IJsselbrug een extra verdieping aan te leggen, zodat het internationale verkeer gescheiden kan worden van het regionale/lokale verkeer.

Een recente studie van het Ruimtelijk Planbureau ondersteunt het pleidooi. Volgens het RPB leveren investeringen in de A1 (Deventer-Amersfoort) economisch meer rendement op dan investeringen in de zogeheten ‘triple-A’-verbindingen in de Randstad (A2, A4 en A12). Het belang van de A1 wordt vaak onderschat, stelt het planbureau. „Ze moeten in het westen eens ophouden met denken dat je economische problemen kunt oplossen door alleen daar knelpunten aan te pakken”, zegt wethouder Metz. „Er moet in Oost-Nederland worden geïnvesteerd. Anders loopt de economie in West-Nederland ook vast.”

    • Martin Steenbeeke