Design voor een slaapje

Een mooi vliegtuig, de Fokker F-27 Friendship; ook van binnen. Voor een vliegtuig had het, en heeft het misschien nog een zekere gezelligheid, knusheid. Eén keer heb ik erin gezeten, van Parijs naar Biarritz, waar mijn collega Wout en ik prinses Irene en haar man prins Carlos gingen interviewen. Zo lang is het geleden. Maar om de Friendship uit te roepen tot mooiste Nederlandse design, zoals de lezers van de slijpsteen hebben gedaan? Daarna komen het bankbiljet van vijftig gulden met de zonnebloem, de slaapbank van Martin Visser, de Bosatlas en de Paddestoel van de ANWB. Het bankbiljet heeft ook zijn vaderlandse kwaliteiten, met de felle kleur van het bloemenveld en een kaart van de IJsselmeerpolders. Een mooie slaapbank, uitnodiging om een uiltje te knappen. De atlas van Pieter Roelof Bos, eerste druk 1877, verwijst naar de tijden waarin Nederland nog een imperium was. Als kind heeft president Soekarno uit de Bosatlas geleerd waar Beerta, Sauwert en Zoutkamp liggen. En de Paddestoel is in bos en hei neergezet om de wielrijders op het rechte pad te houden.

Had ik het voor het zeggen gehad - wat in een democratie nooit het geval is - dan had ik als vliegtuig in ieder geval de Fokker G-1 gekozen, de zwaar bewapende tweemotorige jachtkruiser met dubbele staart. Mooier vliegtuig van Nederlands ontwerp is niet gebouwd. En daarna misschien een driemotorig verkeersvliegtuig, ook van Fokker, laatste versie, nog brutaal geplagieerd in Amerika, door Ford met zijn Trimotor. Tot zover de vliegtuigen.

De bankbiljetten. Liever dat van 250 gulden, overwegend paars, met wolkenlucht, duinlandschap en de vuurtoren van Ameland. Het mooiste op dit biljet kun je met het blote oog niet zien. Het is een fragment uit een gedicht van Jan Slauerhoff, dat ik voor de gelegenheid citeer:

“De golven slaan in woesten dans.

De wolken stormen langs de zon

En breken op de horizon.

De vuurtoren staat in 't geklots,

Fier op zijn eenzaamheid, zijn rots,

Alsof de zware stralenkrans

Zich zonder hem niet welven kon.'

Komen we aan de slaapbank. Zoals ik zei, die ziet er uitnodigend uit. Maar wat denken we van de Stoel van Gerrit Rietveld uit 1918, wereldberoemd. Ieder zichzelf respecterend museum van moderne kunst heeft er wel een kopie van, en of je hem mooi vindt of niet, het is vrijwel zeker dat wie erop of in gaat zitten, niet in slaap zal vallen.

De Paddestoel is ontworpen om de orde van het natuurgebied niet te verstoren en tegelijk te voorkomen dat de natuurvriend verdwaalt. Twee mooie doelen. En dit wegwijzertje is een functioneel ding. Ik wil geen muggen ziften, spijkers op laag water zoeken. Maar waar komt mijn gematigd verzet vandaan? Paddestoelen in het bos zijn voor de kabouters. Die wonen bij ons in de Efteling, het grote pretpark, ontworpen door Anton Pieck, een vaardig kunstenaar die zich in het kabouterleven heeft gespecialiseerd. Ik zou ook zo gauw geen betere bospadbewijzering kunnen verzinnen. Het gaat me meer om de teneur, de sfeer die uit het resultaat van deze design-verkiezingen spreekt.

Een klein vliegtuig voor de vriendschap, een bank voor een middagdutje, een bankbiljet van een bescheiden bedrag met mooie bloemen, een klein wegwijzertje. Met uitzondering van de wereldatlas is dit een ontzettend vriendelijke keuze, waaruit bescheidenheid, een weg van de grote wereld spreekt.

Zulke verkiezingen zijn interessant en nuttig. Interessant omdat je erdoor te weten komt in hoeverre je het met je medeburgers eens bent. Dat gold een paar jaar geleden ook voor de verkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden. En eigenlijk voor iedere top tien en top honderd. En nuttig, omdat de uitslag een aanwijzing geeft over de geestelijke toestand van de natie in het algemeen. Misschien wordt het nu, in de voorbereidingen tot het Wereldkampioenschap voetbal weer een paar maanden anders. Maar het voetbal brengt het volk altijd in een uitzonderingstoestand. Daarna wordt het weer gewoon, voorzover dit woord nog van toepassing is. En gewoon is bij ons, ondanks alles: lekker rustig, niet te groot, een dutje op z'n tijd en niet verdwalen.