‘De wetgeving loopt altijd achter’

De Opta presenteerde vandaag haar jaarverslag. De concurrentie op de telecommarkt neemt toe, maar de toezichthouder is nog niet overbodig, vindt voorzitter Chris Fonteijn.

Voorzitter Chris Fonteijn van de Opta. Foto Johannes van Assem foto: Johannes van Assem 10-05-2006, den haag Chris Fontein Assem, Johannes van

Kort nadat Chris Fonteijn in september 2005 als nieuwe voorzitter van telecomtoezichthouder Opta was begonnen, botste hij met eurocommissaris Kroes (Mededinging) over het reguleren van de kabeltarieven. Ook moest hij komen opdraven in de Tweede Kamer om uitleg te geven over een Opta-besluit – iets wat zijn voorganger in de acht jaar dat hij er zat niet was overkomen. En hij deelde de grootste boete in de geschiedenis van de Opta uit.

Maar als je hem vraagt wat het belangrijkste is dat hij tot nu toe heeft gedaan, heeft Fonteijn het daar niet over. De interne gang van zaken vond de oud-advocaat belangrijker. Zoals de reorganisatie die op zijn eerste werkdag begon, de evaluatie van de toezichthouder en het opschroeven van de juridische kwaliteit.

Ook stak hij de afgelopen acht maanden tijd in het contact met de bedrijven die hij reguleert. Het was geen geheim dat zijn voorganger Jens Arnbak geen warme band had met telecombedrijf KPN. Fonteijn „gelooft in goede relaties”. Dat betekent dat conflicten zakelijk worden opgelost. En hij wil beter uitleggen hoe de toezichthouder tot zijn besluiten komt. „Zodat mensen begrijpen waarom je bepaalde dingen doet.”

Waarin verschilt u van uw voorganger?

„Ik denk dat wij volstrekt verschillende mensen zijn. Jens Arnbak is een technicus met een wetenschappelijke achtergrond. Ik kom uit de advocatuur. Ik ben in mijn communicatie veel directer. Onze ideeën over het werkgebied lopen niet uiteen, maar de buitenwereld verandert zo snel dat je je als Opta ook moet aanpassen. In het begin moet je wat robuuster binnenkomen om jezelf op de kaart te zetten. Nu leveren we maatwerk af. De besluiten over de markt voor de komende jaren zijn vorig jaar gemaakt, dus ik kan ook niet binnenkomen en zeggen: het roer moet nu om. Ik denk wel dat je, als je nieuw bent, makkelijker dingen kunt veranderen.”

Zoals?

„We hebben een aantal formele eisen aan hoe dingen tot stand komen afgeschaft, zoals parafen die ergens onder moeten worden gezet. Zodat dingen sneller gaan.”

Kan de Opta daardoor ook met minder mensen toe?

„Het aantal arbeidsplaatsen blijft gelijk, maar we hebben nogal wat vacatures die we voorlopig niet hebben ingevuld. De term zelfrijzend bakmeel valt wel eens als het over zelfstandige bestuursorganen zoals de Opta gaat. Ik wil zo sober mogelijk zijn en niet onnodig uitbreiden. We krijgen er taken bij, zoals het openen van een consumentenloket voor vragen van mensen, maar ik wil dat met dezelfde begroting doen.”

Uw voorganger was van plan KPN aan banden te leggen op de markt voor internettelefonie. U heeft die maatregel versoepeld. Waarom?

„Bij nader inzien dachten we niet dat KPN zijn prijzen zo laag zou maken dat het zijn eigen traditionele vaste telefonie zou kannibaliseren. Daardoor leek de dreiging dat het bedrijf tot roofprijzen zou overgaan kleiner dan we oorspronkelijk dachten, dus er was reden om daar iets subtieler mee om te gaan. Dat je luistert naar argumenten die worden gegeven, vind ik niet gek. Dat betekent niet dat je meteen ondersteboven ligt van alles wat er geroepen wordt.”

De technologie ontwikkelt zich in deze sector snel. Hoe voorkom je dat besluiten van de Opta al achterhaald zijn voor ze zijn genomen?

„Dat is denk ik altijd de worsteling van een toezichthouder. De wet- en regelgeving loopt eigenlijk per definitie achter de technologie aan. We zijn nu in Europees verband met de herziening van de regels bezig, en je ziet dat dat alweer achter gaat lopen.”

Is er inmiddels niet genoeg concurrentie op de telecommarkt? Wanneer wordt de Opta opgeheven?

„Er is een moment waarop de telecommarkt een markt is die je alleen achteraf hoeft te reguleren. De vraag is alleen, hoe snel gaat dat? Meestal langzamer dan verwacht. Het is niet zo dat je zomaar een streep door een toezichthouder haalt. Omdat markten samenvloeien kun je bijvoorbeeld denken aan een toezichthouder die daar integraal naar kijkt. Misschien zal een volgend kabinet daarover beslissen.”

    • Elske Schouten