De razernij van Reve

Gerard Reve kreeg altijd ruzie met zijn uitgevers. De details van de ruzie met de uitgever van Elsevier blijken nu uit nooit eerder gepubliceerde brieven.

De samenwerking van Gerard Reve met zijn uitgevers eindigde onherroepelijk in een conflict. Zo ging dat met zijn uitgever Van Oorschot, met wie hij in 1970 brak. In 1975 stapte Reve, na een zware aanvaring met Johan Polak van uitgeverij Athaeneum/Polak & Van Gennep, over naar uitgeverij Elsevier. Twaalf jaar later kwam aan die relatie een einde, nadat Elsevier had besloten de publieksuitgeverij op te heffen. Ook dit ging met rumoer gepaard, al speelde dat zich minder in de openbaarheid af dan de conflicten met Geert van Oorschot en Johan Polak. Uit een niet eerder gepubliceerde correspondentie blijkt, dat Gerard Reve twintig jaar geleden zijn financiële en juridische zaken eigenhandig behartigde.

Hein Coebergh, destijds als uitgever bij Elsevier belast met de liquidatie van het literair fonds, herinnert zich nog goed een namiddag in oktober 1986. Hij bracht een bezoek aan Gerard Reve, op de Nassaulaan 36 te Schiedam, in de verwachting een zakelijk gesprek te voeren over de afwikkeling van de relatie. Maar Reve was hevig tegen Coebergh uit zijn slof geschoten, daarin nu en dan getemperd door zijn levensgezel Joop Schafthuizen. De uitgever luisterde gedwee, in de overtuiging dat hij van zo'n literaire grootheid meer moest accepteren dan hij gewend was.

Enkele dagen later vond Coebergh een handgeschreven brief van Reve op zijn bureau, gedateerd 16 oktober 1986, waarin de gemaakte afspraken over de “voorraad' werden bevestigd: “Ik worde bij deze door u ontslagen van al mijn met u gesloten contracten, terugkerende naar mij al mijn daarin aan U afgestane rechten, inclusief die van verkoop. Alsdan zal ik, in uitzondering op genoemd ontslag, een voortzetting van de verkoop van wat wij in onze besprekingen “de zeven hoofdwerken' noemden, toestaan tot uiterlijk 31 december 1986, en van de overige voorraad tot 30 juni 1987.''

Al de volgende dag ontving Coebergh een nieuwe brief van Reve. “Vertrouwelijk' stond erboven, met een dikke streep eronder. De uitgever las: “Enkele malen per jaar word ik gedurende korte perioden overvallen door paroxismen van woede en agressie, ook als ik mij lange tijd van alcohol heb onthouden. Men kan later, met excuses - zoals ik U die nu aanbied - lang niet alles meer herstellen. Ook is het beroerde, dat niet zelden de razernij zich tegen een willekeurig persoon ontlaadt, die slechts zijdelings of in het geheel niet met mijn grief te maken heeft. Wat kan ik nu, achteraf, doen? Niets, behalve te hopen dat U wellicht in Uw boekhandel ook wel eens moeilijke types op bezoek heeft gehad, en U daarvan op den duur niet te veel meer bent gaan aantrekken.''

Na een paar formele brieven waarin voorwaarden voor en percentages van de verkoop van Reve's boeken worden uitgewisseld, ontsteekt de schrijver op 7 november 1986 vanuit “La Grâce', zijn huis in de Franse Drôme, in een aangetekende brief opnieuw in toorn: “Zeven maanden lang wordt mij telkens gevraagd of ik iets goed wil vinden, om op mijn weigering later schriftelijk te vernemen , dat ik “niets heb goed te vinden'. Steeds wordt mij een nieuwe rechtsfiguur voorgetoverd, waaraan ik “geen boodschap heb'. De correspondentie van E.N. [Elsevier Nederland, T.R.] aan mij is één lange opsomming van tegenstrijdigheden, om niet te zeggen verdichtselen. Een hoog aangeschreven, mij goed bekende uitgeverij biedt mij een zeer goed contract aan. (...) De huidige toestand kan niet voortduren. Ik eis thans van Elsevier Nederland mijn onmiddellijk ontslag van alle contracten, plus onmiddellijke vernietiging van de gehele voorraad mijner boeken. Bij een optreden in rechte zal die eis, gezien de uit het dossier blijkende grove onzorgvuldigheid van Elsevier Nederland, stellig ingewilligd worden.''

Dat helpt. Van Coebergh ontvangt Reve een lijst met vier punten, waarvan hij er slechts één amendeert: de verkoop uit de “voorraad' moet van Reve - eerder dan Elsevier wil - beslist op 31 december van dat jaar eindigen. Verder belooft Reve een voorschot van 15 duizend gulden voor de Verzamelde Gedichten te retourneren.

In de laatste van de zeven brieven, gedateerd 3 december 1986, schrijft Reve aan Coebergh dat hij verheugd is dat “zo goed als volledige overeenstemming' is bereikt, “al moet ik U wel te kennen geven, dat de gehele zaak en het daaruit voortvloeiende conflict mij werkelijk pijn hebben gedaan''. Hij besluit: “Ik ben van Elsevier Boeken twaalf jaar auteur geweest, en daar beter behandeld geworden dan bij welke andere uitgeverij ook. Het afstoten van het bellettristisch fonds is een ondoordachte beslissing geweest, die de goodwill van Elsevier grote schade heeft berokkend, terwijl de afwikkeling is behandeld door personen die niets van auteursrechten afwisten en bovendien “langs elkaar heen werkten'. Het is huiveringwekkend te zien dat ik, een belangstellende leek die op school goede cijfers kreeg voor rechts- en wetskennis, en een paar jaar rechtbankverslaggever ben geweest, mijn recht kon vinden zonder één nota van God weet hoeveel van iemand die em er voor zijn naam heeft staan.''

De nieuwe uitgever werd Veen, die Reve in 2000, na dertien jaar, verruilde voor De Bezige Bij, waar ook zijn debuutroman De Avonden was verschenen.

Vanavond om 21 uur: Reve-avond in het De La Mar Theater, A'dam. www.oudedelamar.nl

    • Tom Rooduijn