De look and feel van vleeskleurige ballonnetjes

Ik had ze gekocht in de winter, toen mijn voeten nog rank en slank en blauw waren. Maar ik trok ze nu pas aan, met hoge temperaturen, veel luchtvochtigheid en kans op voetverdikking. Mijn nieuwe schoenen zijn zwart, met een riempje en een hakje. En een ronde neus, want ik ben allergisch geworden voor puntneuzen. Raar, hoe iets wat in de winter van 2004 nog zo begeerlijk leek, me nu als het toppunt van verwerpelijk toeschijnt. Maar dat is waar het in de mode om draait: dat de fabrikant zorgt dat mensen iets eerst heel mooi vinden, en daarna al gauw foeilelijk.

Op mijn schoentjes zou ik naar een borrel, maar ik was vergeten dat ik voor één ding weinig talent heb: langdurig staan. Vooral op nieuwe schoentjes, met blote voeten erin, die door invloeden van buitenaf (want van zichzelf zijn ze heel elegant, dat vermeld ik voor de zekerheid nogmaals), de look and feel van vleeskleurige ballonnetjes hadden aangenomen.

Tijdens de borrel voelde ik hoe de zool van mijn voet langzaam één werd met de schoen. Als ik mijn voet bewoog, bleef het vel hardnekkig vastzitten. Alsof je in de winter aan een bevroren brug likt, maar dan met je voeten. (Geweldige vergelijking, Aaf, het gaat helemaal voor me leven.)

Ik wist dat ik deze avond zou lijden. Bij elke stap zouden stukjes huid, die aan de schoen vastgesmolten waren, losscheuren van mijn lichaam.

Pas rond tienen was ik ergens waar de schoenen uit mochten - een feestje bij goede vrienden, die niet schrokken van mijn vleeskleurige ballonnetjes.

Vlak voor ik naar huis ging, wilde een van de verjaardagsbezoekers mijn martelvoorwerpen van dichtbij bekijken. Ze vond ze mooi. Ik hoopte dat ze niet zou zien dat er kleine stukjes huid en plasma aan kleefden. Ze bewonderde het riempje en streek over de neus. En toen rook ze aan mijn schoen. Ik zal het nog even herhalen: toen rook ze aan mijn schoen. Geschrokken keek ik haar aan. Wat had ze nu gedaan? Ze had geroken aan mijn schoen! Waarin bloed, zweet en bijna tranen zaten, waar ik in één middag met al mijn gewring en geploeter de helft van de voering had uitgeragd. Daar rook zij aan.

En ze zei: “Ruikt lekker! Nee, echt!“

Er zijn nog engelen, en je kunt ze zomaar aantreffen op een verjaardagsfeest.

    • Aaf Brandt Corstius