De kerstman heeft het gedaan

Bestsellerschrijver Sebastian Junger schreef over een veertig jaar oude lustmoord; een boek vol twijfel - precies datgene waarmee de meeste mensen niet kunnen leven.

Albert DeSalvo, bekend als de Boston Strangler, wordt op 16 januari 1967 het gerechtsgebouw van Cambridge, Massachusetts binnengeleid Foto AP Self confessed Boston Strangler, Albert DeSalvo is seen entering Middlesex County Court in Cambridge on Jan. 16, 1967. (AP Photo) Associated Press

Was het stom toeval of was het tragisch toeval? Bessie Goldberg, een bejaarde huisvrouw in de welvarende buitenwijk van Boston, werd op een namiddag in 1963 thuis gewurgd aangetroffen, door haar echtgenoot; ze was verkracht en de moordenaar had een bedrag van vijftien dollar ontvreemd. Die moordenaar, daar was de politie al snel van overtuigd, moest de zwarte klusjeman zijn die diezelfde dag naar het huis van de Goldbergs was gestuurd om schoon te maken: Roy Smith, een 34-jarige alcoholistische armoedzaaier, die al een leven van veroordelingen en strafinrichtingen achter de rug had. De man had zich na de moord onbekommerd met vrienden een stuk in zijn kraag gezopen en kon gemakkelijk worden opgepakt. Hij ontkende, dat wel, maar alles wees naar hem. En even dacht de politie een grote slag geslagen te hebben: het waren de angstaanjagende dagen van de Boston Strangler, die al negen vrouwen gewurgd en seksueel misbruikt had, en de moord op Bessie Goldberg leek in alles op zijn handwerk. Maar Smith bleek een alibi te hebben voor veel van die moorden. Bovendien gingen de moorden na zijn arrestatie gewoon door.

Sebastian Junger, schrijver van het waargebeurde vissersdrama The Perfect Storm, een bestseller uit 1997 die met succes werd verfilmd, voegt in A Death in Belmont aan dit alles een verhaal toe dat alles op losse schroeven zet. Toen de moord op Bessie Goldberg plaatsvond, was de echte Boston Strangler wel degelijk in de buurt: hij werkte als klusjesman bij de familie Junger, anderhalve kilometer van het huis van de Goldbergs. Albert DeSalvo, de man die een paar jaar later de reeks gruwelmoorden in Boston zou bekennen, hielp met het bouwen van een aanbouw achter het huis van de Jungers, waar de moeder van Sebastian schilder- en tekenles wilde geven. De auteur van A Death in Belmont was zelf nog een baby en in zijn boek drukt hij een even argeloos als luguber groepsportret af: moeder Junger met haar zoontje op schoot met daarachter een bejaarde timmerman en DeSalvo, een aantrekkelijke, vriendelijke ogende man, die met een vreemd gebaar zijn hand voor zijn buik houdt.

Met die ongelofelijke samenloop van omstandigheden belandt Junger meteen bij de kern van zijn boek: de feiten spreken niet meer voor zich. In kalm, transparant proza zet hij het decor van zijn drama neer; de virulente rassenhaat en achterdocht waarmee een uit het zuiden afkomstige zwarte man in die jaren werd geconfronteerd, het kansloze bestaan van Roy Smith, het rimpelloze bestaan in de buitenwijk Belmont, de angstgolf die de moorden van de Strangler teweegbrachten, de ontzetting na de moord op Kennedy, die plaatsvond op de dag dat de jury in de rechtzaak tegen Smith over de schuldvraag moest oordelen.

Roy Smith werd veroordeeld voor de moord op Bessie Goldberg, hoewel direct bewijs ontbrak. Hij bekende nooit, niet tijdens de urenlange verhoren na zijn arrestatie, en ook niet later tijdens zijn jarenlange detentie (de jury achtte hem schuldig aan de moord op Bessie Goldberg, maar vreemd genoeg niet aan haar verkrachting, waarschijnlijk om hem de doodstraf te besparen). Albert DeSalvo bekende de andere wurgmoorden een paar jaar later, toen hij was gearresteerd wegens een reeks verkrachtingen elders in Massachusetts, maar niet de moord op Bessie Goldberg.

A Death in Belmont is een literaire titel, die betekenisvol in zijn achteloosheid wil zijn. Junger heeft geen verlekkerde true-crime willen schrijven, waarbij de ware moordenaar aan het eind triomfantelijk als een konijn uit de hoge hoed wordt getrokken. Dat kan hij ook niet, want iedere keer wanneer hij de bekende feiten tegen het licht houdt, lijken ze een andere waarheid te onthullen. Geen enkele theorie blijkt sluitend. De uitzinnige moord op een oude vrouw, een arme zwarte man in een tijd van vanzelfsprekend racisme, een verknipte lustmoordenaar: was Roy Smith een slachtoffer van ongelukkige omstandigheden of is de aanwezigheid van de Boston Strangler op de achtergrond slechts toeval?

In de jaren na de moord, laat Junger zien, werd de waarheid voorgoed ongrijpbaar. Roy Smith bleek een voorbeeldige gevangene die zichzelf door zelfstudie ontwikkelde tot een wanhopig beschouwer van zijn eigen ongeluk. Ondanks een groeide groep mensen die van zijn onschuld overtuigd waren, werd de procedure om gratie te verlenen eindeloos gerekt. DeSalvo, die de Strangler-moorden aanvankelijk bekende, trok later zijn bekentenis weer in - en onvermijdelijk zijn de boeken waarin “bewezen' wordt dat hij de Boston Strangler helemaal niet geweest kan zijn. Toen een ex-politieman die de onschuld van Roy Smith wilde aantonen, hem vlak voor zijn dood ondervroeg - DeSalvo werd in 1973 door een onbekende doodgestoken in de ziekenboeg van de gevangenis waar hij zijn levenslange straf uitzat - bleef DeSalvo de moord op Goldberg ontkennen, maar hij toonde zich wel verdacht goed op de hoogte van de zaak en de omstandigheden van Roy Smith.

Junger zelf is geneigd in de onschuld van Smith te geloven, maar hij is zich ervan bewust dat al zijn speculaties alleen maar nieuwe vragen oproepen. Ook zijn “bewijzen' zijn vrijwel allemaal indirect: als Smith schuldig was, dan heeft hij na de moord er alles aan gedaan om zichzelf in een zo kwaad mogelijk daglicht te stellen (hij zei bijvoorbeeld dat hij het huis van de Goldberg tegen vier uur 's middags had verlaten, vlak voordat de echtgenoot van Bessie thuiskwam en zijn vrouw gewurgd aantrof; alle getuigen hadden hem echter bijna een uur eerder op straat zien lopen, zodat er tijd genoeg overbleef voor een andere moordenaar). Smith was een crimineel, maar hij had geen geschiedenis van seksuele delicten. De moord was een typische Boston-Stranglermoord en Albert DeSalvo was die dag in de buurt - in het huis van de Jungers namelijk - dus hij had het gedaan kunnen hebben, enzovoort.

A Death in Belmont veroorzaakte rumoer in de VS. De dochter van de vermoorde Bessie Goldberg, die aanvankelijk meewerkte, voert nu campagne tegen het boek, omdat ze vindt dat Junger ten onrechte de veroordeelde moordenaar van haar moeder wil vrijpleiten. Ze vindt een gewillig gehoor bij de Amerikaanse media, aangezien Junger bij zijn schrijnende reportageboek The Perfect Storm ook op onzorgvuldigheden werd betrapt. Bovendien kan hij niet bewijzen dat Roy Smith onschuldig was.

Maar de argumenten van de dochter van het slachtoffer zijn vooral emotioneel (“He [Junger] said to me that he thought Albert DeSalvo killed my mother. I said, “That's like saying Santa Claus killed my mother.'). Haar honende protesten laten zien hoeveel emotie de feiten in deze zaak heeft verkleurd, en dat is precies waar Jungers boek over gaat. In zijn boek ondervraagt hij zichzelf kritisch: als de blanke jury en rechter er in 1963, aangeslagen door de moord op Kennedy, waarschijnlijk veel te snel van overtuigd waren dat de zwarte Smith het wel gedaan moest hebben, ondanks het ontbreken van direct bewijs, is hijzelf meer dan veertig jaar later er dan op zijn beurt niet te snel toe geneigd om Smith als een slachtoffer van racisme te zien?

A Death in Belmont is een boek over twijfel - precies datgene waar de meeste mensen, en zeker Amerikanen, niet mee kunnen leven; de reacties bewijzen het.

Hier en daar wil Junger te literair pregnant zijn, maar hij is op zijn best in zijn beschrijvingen van de angst en onzekerheid van gewone mensen: zijn eigen moeder die zich herinnert hoe DeSalvo - voor haar gewoon de klusjesman Al - haar naar het souterrain van haar huis probeerde te lokken, de afgestompte wanhoop van de man van Bessie Goldberg en de onverzoenlijke woede van hun inmiddels bejaarde dochter. En dan is er nog Smith, die zijn leven beterde en zijn onschuld bleef getuigen en op de dag in 1976 dat hij eindelijk gratie kreeg van gouverneur Michael Dukakis, overleed aan kanker.

Sebastian Junger: A Death in Belmont. Norton/Fourth Estate, 266 blz. 26,-