Alles ademt horror

Ze zijn tegen iedereen even minzaam, het Britse kunstenaarsduo Gilbert en George, en iedereen is dol op ze. Voor de opening van hun expositie in het Bonnefantenmuseum kwamen ze naar Maastricht. George: “Nergens hoor je iets over Jezus en seks, nergens.“ Gilbert: “Ik was verbaasd dat de bisschop van Roermond bang was voor ons werk.“

Gilbert & George Gilbert (links) en George Loraine Bodewes Maastricht - Gilbert en George tijdens de opening van de expositie "Sonofagod pictures" in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Foto: Loraine Bodewes. Bodewes, Loraine

Ik moet achter het koord blijven. Gilbert en George zijn net uit Londen aangekomen en de directeur van het Bonnefantenmuseum, Alexander van Grevenstein, wil hun eerst de expositie tonen. Ze zijn met een klein gevolg in de grote zaal, waar ik hen niet kan zien. Ik heb uitzicht op een deel van drie zaaltjes. En op verschillende van hun kunstwerken: de bekende grote, kleurige fotomontages. Deze keer vol gekruisigde Jezussen en andere religieuze symboliek. Op de muur naast me staat met grote rode letters de naam van de expositie: SONOFAGOD PICTURES. Daaronder, cursief: Was Jesus Heterosexual? Plotseling verschijnt Gilbert in de verte. Stijve stappen, grijs pak. Nadenkend. Dan verschijnt ook George. Handen op de rug. Beige-bruin pak. Ze gaan weer uit beeld. Opgewekte stemmen klinken, soms gelach. Even later loopt Gilbert vlakbij door een ander zaaltje. George volgt. Ze kijken, knikken, lachen. George pakt speels hun assistent bij de schouder. Ze praten, wijzen en lopen weer weg.

Na een tijdje verschijnen Gilbert en George samen bij de ingang van de expositie. Hun kostuums verschillen alleen van kleur. Zelfde ruitjesstof, klassieke snit en wijde broekspijpen met omslag. George draagt bruine brogues met dikke zolen, Gilbert zwarte. George heeft altijd een bril op, Gilbert draagt soms een leesbril aan een koordje. Beiden hebben een zilverkleurige Parker Jotter in hun borstzakje. Als ze stilstaan zetten ze hun benen een beetje wijd. Levende standbeelden. Als er vreemden bij zijn bevriest hun gelaat in een starende blik. De kleinere Gilbert altijd links, George rechts. Zo zijn ze beroemd geworden sinds eind jaren zestig. Zingende of zuipende standbeelden, soms met goudgeverfde hoofden, zoals in november 1969 op de trappen van het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Alexander van Grevenstein heeft Gilbert Proesch (1943, San Martino) en George Passmore (1942, Devon) zaterdagochtend van de Eurostar gehaald in Brussel. Na een korte verfrissing zijn ze de lange trap van het Bonnefantenmuseum opgeklommen naar de vijf zalen met hun expositie. In de Londense White Cube galerie kwamen in februari dertigduizend mensen kijken naar de Sonofagod Pictures. Vrijwel alles is verkocht, zegt Tim Marlow, directeur van White Cube, die met het paar is meegereisd. De grotere werken voor bedragen van rond de tweeënhalve ton. Na Maastricht zal de serie van twintig waar het duo twee jaar aan werkte nooit meer in zijn geheel te zien zijn.

Miniprintjes

Van Grevenstein ging begin dit jaar met de White Cube, agent van Gilbert en George, praten over de grote expositie begin 2007 in Tate Modern in Londen. De voormalige directeur van het Van Abbemuseum Jan Debbaut organiseert die ter gelegenheid van veertig jaar Gilbert & George. Maar de tweehonderd werken die straks in de Tate komen, waren te veel voor de muren van het Bonnefantenmuseum. Zo kwam het thematische en afgeronde Sonofagod, de expositie in White Cube, ter sprake. Gilbert en George namen een kijkje in Maastricht, kozen de tweede etage en knutselden thuis een maquette. Ze verplaatsten miniprintjes van de kunstwerken tot het klopte.

Assistent Lawrence Kavanagh (30) is sinds dinsdagochtend met vijf mensen van het Bonnefanten druk bezig geweest de werken op te hangen. Hij richt alle exposities in de White Cube in. “Mijn taak was te kijken of hun plan in de praktijk werkte.“ Hij heeft de kunstwerken wat hoger gehangen dan gepland. “Je moet er een beetje naar opkijken, zodat je onderdanigheid voelt, dat past bij het religieuze thema. Ook het ritme tussen de zalen moet kloppen. De werken verschillen erg in grootte, iets kleins moet passen bij een groter werk dat je al verderop in een volgende zaal ziet.“ Met e-mail en foto's hield Kavanagh Gilbert en George op de hoogte. Moeilijke beslissingen namen ze door de telefoon.

Gilbert en George hebben hun eigen hangsysteem, legt Kavanagh uit. Strips die tegen de muur gaan en waar de losse panelen exact recht in klikken. Ook de lijsten zijn speciaal voor het duo ontwikkeld, net als de zwarte kisten met aluminium strips waarin de panelen per twintig vervoerd worden.

Dertig uur in Maastricht. Gilbert en George geven zaterdagmiddag zeven interviews, 's avonds hebben ze een diner en de volgende dag een besloten lunch. Dan volgen de opening door Rudi Fuchs en een signeersessie van een uur. Tegen iedereen, interviewende journalisten, museumbezoekers en staf, zijn ze even minzaam. Voor de talloze foto's van fans en fotografen verstijven ze bereidwillig in hun pose. Het mooiste moment is als ze na de officiële opening tussen drommen gasten en bezoekers traag de trap op lopen naar de expositie. Steeds moet de slordige processie even halt houden voor nieuwe foto's.

Hun houding en de toegankelijkheid van hun werk spreekt iedereen aan. Van het meisje van zeven dat om een handtekening vraagt, tot de stafmedewerker van het Bonnefanten die in de rij geduldig op zijn beurt wacht op het signeren van zijn Gilbert en George-boek uit de jaren tachtig: “Je voelt je in hun bijzijn weer een klein kind“.

Ook de man in vakantiedracht die kuierend langs de Maas de twee herkent op het museumterras en spontaan opmerkt dat de Roermondse bisschop niet weet waar hij over praat, als hij het over hun godslasterlijke werk heeft, wat Gilbert en George zacht knikkend beamen. Ook iemand die de twee een papiertje uit een kladblokje voorhoudt, verontschuldigend zegt: “Ik heb niets beters“, en later terugkeert met een schaal vol broodjes. “U bent te aardig“, zeggen Gilbert en George. En ook de twee vrolijk geklede vrouwen die zich op de expositie giechelig met het duo op de foto laten zetten. “Bent u het echt?“, vraagt iemand. “Wie van u twee is Gilbert?“, vraagt een ander. “Vijftig procent kans dat u het goed heeft“, antwoordt George.

Dan was er nog dat meisje van dertien dat al lange tijd helemaal weg is van een werk van het duo uit de vaste collectie van het Bonnefanten. “Ages sprak me erg aan, het is mijn favoriete schilderij. Ik heb het besproken bij een rondleiding. Alles is er mooi aan. Dit nieuwe is ook heel mooi. Het gaat meer over de kerk. Ze zijn een beetje tegen omdat de kerk homo's niet accepteert.“ Ze stond vooraan in de rij voor een handtekening zondagmiddag. “With lots of love, Gilbert and George“, hebben ze op haar poster geschreven. Twee kruisjes als toegift. “Ik ga hem ophangen in mijn kamer.“ Ze was de eerste van zo'n 150 mensen. Het museum verkoopt die middag 78 catalogi en 17 posters. Veel mensen hebben eigen boeken meegebracht. Met een gouden Edding 750 viltstift schrijft George iedere keer de tekst, en Gilbert voegt zijn eigen naam toe. Zo doen ze het altijd. “Ik wil mijn leesbril niet op tijdens het signeren“, verklaart Gilbert de taakverdeling.

Koude frase

Gilbert en George zijn in Maastricht om liefde te geven, “lots' of liefde. Ze geven het gul en waardig. “Er is te veel kilte tussen de mensen“, zegt George. “Als je een brief ondertekent met vriendelijke groeten, dan staat daar toch eigenlijk niets. Het is een koude frase. Wij ondertekenen altijd met “veel liefde', en dat werkt. Je ziet dat mensen er blij van worden.“

Het werk op de expositie Sonofagod Pictures, Was Jesus heterosexual? is overweldigend mooi en allesbehalve om blij van te worden.

Briljante kleuren van robijn, koraal en smaragd. Veel blauw en goud en alles op een formaat dat wil heersen. Het heeft iets dringends te zeggen en daardoor beneemt het je het zicht op de rest van de wereld. Kijken als een atheïst naar de glas-in-loodramen van een kathedraal - een onbegrepen verhaal in warm doorbloede kleuren - is hier onmogelijk, de boodschap is onontkoombaar.

Je kunt op een werk van Gilbert en George aflopen en het beeldvullend laten worden. Doe het bijvoorbeeld met Heterodoxy (318 x 453 cm). Rechts van het midden torent George manshoog boven je uit. Op ooghoogte ontmoet je de blik van een metalen demon, iets lager staar je in zijn aars midden tussen zijn gespreide benen. Daarnaast rust de onderkant van het kruis waarlangs je blik omhoog wordt getrokken over de rode lendendoek van Jezus en verder naar zijn gezicht dat een aapachtig doodshoofd is, gevat in een gouden hoefijzer als een stralenkrans, afgezet met zeven groene edelstenen. Om dat goed te kunnen zien moet je weer wat afstand nemen en dan zie je ook het pi-teken, filigreinwerk, parels, en overal sterk vergrote amuletjes en hangertjes.

Op alle twintig werken van Sonafagod zijn Gilbert en George zelf de enige mensen, naast de gekruisigde metalen Jezus, die overal in veelvoud terugkeert.

Na een tijdje van paneel naar paneel gaan, wordt het bizar en angstaanjagend. Niet deze kunstwerken, maar het geloof dat een gemartelde man tot idool verheft. Religie is hier een hel geworden.

Zelf staan Gilbert en George er op als onvolledige mensen, ze lijken compleet, doordat één helft in de lengte is gespiegeld. Dat procédé pasten ze ook toe op de medaillons en andere religieuze snuisterijen. Soms zijn Gilbert en George onscherp en zie je ze uit de vaagheid met open mond schreeuwen, als een paus van Francis Bacon. Op andere werken kijken ze juist streng, als predikers vanaf de kansel. Rondlopend door de zalen voel je steeds meer beklemming. Niet alleen christelijke symbolen roepen hier een helse sfeer op, maar ook halve manen en Arabische teksten. Ondanks de stralende kleuren is dit een blik in de martelwereld van Jeroen Bosch. Zelfs de teksten op het titelwerk Was Jesus Heterosexual (381 x 604 cm) klinken schel: “Jesus says forgive yourself“ en “God loves fucking! Enjoy.“

“Het was een heerlijke opening, heel opwindend“, zegt Gilbert zondagmiddag na afloop op een muurtje langs de Maas. Over anderhalf uur zal Van Grevenstein het duo in Brussel weer op de trein zetten. “De mensen hebben ons herontdekt“, zegt Gilbert vrolijk. Het werk komt in Maastricht volgens hem veel beter uit dan in de White Cube. Ook George is erg te spreken over de religieuze atmosfeer. “Mensen voelen zich op onze exposities altijd al als in een kathedraal, maar wel een profane.“ In deze klassieke zalen met getemperd bovenlicht komt dat extra goed tot zijn recht.

Ze denken dat hun anti-religieuze boodschap in Maastricht is overgekomen. Gilbert: “We vinden steeds meer dat onze afbeeldingen visueel aantrekkelijk moeten zijn. Groot en aantrekkelijk.“ Dat waren hun fotomontages ook al in de jaren zeventig toen ze nog met de hand moesten worden gemaakt. Gilbert: “Het wordt steeds uitzinniger.“ George: “Dit is een nieuwe evolutie. We weten al sinds het begin van ons artistieke leven dat je mensen niet hoeft te feliciteren met wie ze zijn, mensen die tevreden zijn met zichzelf, gaan niet naar tentoonstellingen. Die wel komen, willen iets over zichzelf leren.“

Gilbert: “We vroegen ons af wat religie tegenwoordig betekent. Is het bijgeloof, als een zwarte kat, een geluksgetal, of meer dan dat.“ George: “Religie is door mensen gemaakt.“ Gilbert: “Soms wordt het crimineel gebruikt.“ George: “Veel moorden en zelfmoorden gebeuren vanwege het geloof, ook nu terwijl we praten. In sommige landen vinden openbare executies plaats uit religieuze motieven.“ Gilbert: “Je merkt dat overal vrijheden worden teruggenomen. Bisschoppen krijgen weer meer macht, ze graaien het terug. Ze lijken aan de winnende hand, want veel jonge mensen hebben god nodig. De kranten hebben veel aandacht voor fundamentalisten, moslims. Religie heeft veel kwaad in de wereld gebracht. Gelovigen zijn dogmatisch, al tweeduizend jaar willen ze niet veranderen. Ik was verbaasd dat de bisschop van Roermond zijn twijfels uitte over deze tentoonstelling, die godslasterlijk werk zou bevatten.“ George: “Het is absurd, dit is een vrij land! Het is toch ondenkbaar dat als we afbeeldingen met appels hadden gemaakt de minister van Landbouw zou roepen: hé, wat doen jullie met mijn appels.“ Gilbert: “De bisschop weet niet meer dan ik. De kerk is niet onfeilbaar. Het is allemaal bedacht. Het is obsceen. Als we zeggen “God loves fucking', dan is dat toch waar? Zonder dat waren we hier niet. Maar je mag blijkbaar niemand beledigen, in Engeland praten politici zelfs over een wet die alle kritiek op het geloof verbiedt.“ George: “Hoewel de afgelopen tweeduizend jaar het geloof zelf het meest beledigende instituut is geweest.“

Waarom stellen jullie de vraag of Jezus homoseksueel was? Beiden: “Heteroseksueel!“ Gilbert: “Of hij homoseksueel was is een saaie vraag.“ George: “We hebben het niet zelf bedacht, we zagen het ergens geschreven. Nergens hoor je iets over Jezus en seks. Nergens.“ Gilbert: “Het is een goede vraag, want hij irriteert. Het is toch heel normaal om leven te scheppen. Elk dier, elke vlieg, iedereen, weet wat neuken is.“ George: “Een Poolse journaliste vroeg waarom we de vraag stelden en we antwoordden: heb je een probleem met heteroseksualiteit?“

Dronken

In zijn toespraak bij de opening van de expositie vertelde Rudi Fuchs dat hij de twee in het Britse bedevaartsdorpje Walsingham religieuze souvenirs zag inslaan. “We verzamelen en categoriseren alles, Jezus, hoefijzers, van alles“, zegt Gilbert. George: “Daarna maken we foto's, dag na dag en geleidelijk ontdekken we wat het onderwerp is. Jezus is overal in het Westen, in elke kapel en kerk. We zagen een schokkende, en ook enorm leuke documentaire over mensen op vakantie. Ze werden dronken en naaiden en steeds was er een kleine Jezus bij aan een kettinkje om hun nek. Ze laten hun blote billen zien, maar steeds zie je die kruisjes. Waar gaat dat over?“ Gilbert: “Als je zo ver bent stel je de vraag of het beeld werkt.“ George: “En wat is de morele laag, kunnen we die verdedigen of niet.“

Gilbert: “Vervolgens maken we samen het schetsontwerp in lage resolutie op de computer. Als het perfect is, plaatsen we de hoge resolutie beelden.“ Het totaalbeeld verdelen ze in losse panelen. Gilbert: “Die zijn makkelijker te printen, vervoeren en monteren.“ George: “Plus dat het heel herkenbaar is als G&G. Als je aan het einde van een zaal een werk met panelen ziet, weet je het meteen. Dat is belangrijk.“

Er is op deze expositie in geen enkel werk iets positiefs, niets biedt hoop, alles ademt horror. George: “Als je alleen op zo'n expositie rondloopt, dan kruipt het in je. Het antwoord zit in de kijker. Kunst biedt een kans om de deur open te zetten.“ Gilbert: “De expositie is een aanklacht tegen bijgeloof.“ George: “De wereld ís slecht. Onlangs is weer een massagraf gevonden in Kosovo. Dat is hier helemaal niet ver vandaan.“ George: “Ze onderzoeken nu met DNA van wie die lichamen zijn.“

George: “Waar we nu mee bezig zijn is nog geheim. Het heeft te maken met het menselijke streven.“ Gilbert: “En moord. Mensen vinden ons pessimistisch. En dat klopt, maar we leven in een fantastische tijd. We genieten ervan. Wie kan het schelen dat de wereld brandt. Prachtig! We zijn hedonisten, inderdaad. Kunst moet over extremen gaan. Ook Michelangelo en Van Gogh waren extreem, anders keek niemand naar ze. Elke zonnebloem moest schreeuwen.“ George: “En ook Mondriaan overdreef enorm.“ Gilbert: “Dat is wat we doen.“

    • Dirk Limburg