Zwarte slavernij in Mauretanië

In Mauretanië werd slavernij in 1981 bij wet afgeschaft. Maar omdat de slaven zich moesten vrijkopen, werd het systeem in feite gelegaliseerd.

Een zwarte Mauretaniër rijdt achter op een minibus mee in de hoofdstad Nouakchott. De zwarte gemeenschap blijft leverancier van slaven. Foto AP An ethnically black-African man riding on the back of a minibus looks towards an Arab-African woman in the MAuritanian capital Noakchott in this Monday, Nov. 3, 2003 photo. Enduring Arab-African slavery along ancient Saharan trade routes, is being played out at its most extreme in Sudan's Darfur, with murderous results: Arab horseman clutching AK-47s razing non-Arab African villages and driving off and killing the villagers. (AP Photo/Ben Curtis) Associated Press

„Slaaf, kom hier!” Om erachter te komen dat er in Mauritanië nog slavernij voorkomt volstaat het rond te hangen op de grote markt in het hart van de hoofdstad. De slavenmarkt is dan wel verdwenen, maar de slavernij zeker niet. Als de meester zijn bevelen snauwt, lijkt het wel alsof hij tegen een hond brult. De meester is een Arabische Mauretaniër, de slaaf een zwarte. De meester draagt een bril met gouden montuur en een duur ogende witte boubou, een traditioneel, los gewaad. De zwarte zeult zwetend en zuchtend met een karrevracht boodschappen. Het is 40 graden in de schaduw en hij moet zich al vechtend een weg banen door de drukke mensenmassa. Nee, ze willen geen van beiden een gesprek, en vooral de meester krijgt grote haast: „Slaaf, hier, snel!”

„In Mauretanië beschikt een meester over zijn slaaf als over een volkomen rechteloos stuk eigendom. Hij kan hem laten werken zonder enige vergoeding, hij kan de slaaf verkopen of ruilen tegen goederen of dieren en veel slaven worden door hun meesters dagelijks seksueel misbruikt. De cultuur laat dat nog altijd toe”, legt Bubachar Ould Mohammed uit.

Ould Mohammed is secretaris-generaal van SOS Esclaves, een niet-gouvernementele organisatie die ijvert voor de afschaffing van de slavernij. Hij is zelf een Haratin, een kind van gewezen slaven. De Haratin beschouwen zichzelf als zwarte Moren. Zij hebben tijdens eeuwen van horigheid de cultuur van de Arabische elite overgenomen. Zij vormen volgens hun eigen woordvoerders de grootste bevolkingsgroep in het land, ongeveer 45 procent.

Ould Mohammed wil liever geen cijfers geven over slavernij. „Er zijn geen statistieken beschikbaar die een betrouwbaar beeld geven.” Hij draagt een indigo tulband, maar onder zijn lichtblauwe traditionele boubou, het gewaad van de mannen van de woestijn, draagt hij een modern geruit hemd. De slavernij is volgens hem wijdverspreid. „Het zit diep ingeworteld. De meeste slaven en ook de vrije bevolking in de rurale gebieden, nomaden en inwoners van de dorpjes, denken dat het deel uitmaakt van de religieuze plichten. De slaven hebben geen familienamen en weten meestal niet hoe oud ze zijn. Ze kunnen lezen noch schrijven.”

In de sloppenwijken van het vijfde arrondissement van de hoofdstad woont een weggelopen slaaf, de 12-jarige Mbarak, ondergedoken. Ould Mohammed maakt duidelijk dat dat niet zijn echte naam is. „Wij gebruiken als SOS Esclaves zijn geval bij een landelijk onderzoek om aan te tonen dat het niet aangaat de slavernij als uitstervende praktijk voor te stellen. Mbarak werd vijf jaar geleden door zijn ouders in de buurt van Kiffa, 600 kilometer ten oosten van Nouakchott, verkocht. Zij waren als slaven naar de stad gevlucht, maar de meester is hen op het spoor gekomen, en zij hebben hem toen Mbarak gegeven.”

Maar niet alle slaven lopen weg; sommigen zien zichzelf ook als slaaf: „Als goede moslim is mijn plaats onder de hiel van de meester”, omschrijft Ould Mohammed hun instelling. „En ze zouden niet weten hoe ze anders zouden kunnen leven. „Een gevangen slaaf moet je in kettingen slaan om te voorkomen dat ze gaan lopen, maar voor de Mauretaanse slaven wier grootouders en ouders slaven waren is dat niet nodig. Ze worden geboren als getemde huisdieren”, bevestigt Bubachar Messaoud, de leider van SOS Esclaves.

De slavernij heeft te maken met de ongelijkheid tussen de zwarte bevolking en de blanke, Arabische en Berberse elite die afstamt van invallers uit het noorden die in de 11de en 12de eeuw de islam over grote delen van Westelijk Afrika verspreidden. Nadat een zwarte vrouw kort na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1961 openlijk op de markt in de hoofdstad te koop was aangeboden werd slavernij door de regering verboden. Maar er veranderde in de praktijk niets. In 1981 werd het houden van slaven ook bij wet afgeschaft. Maar die maatregel had het omgekeerde effect doordat hij bepaalde dat de slaaf de meester schadeloos moest stellen om vrij te komen. Als de slaaf er niet in slaagde de vrijkoopsom bij elkaar te krijgen, kreeg de eigenaar het recht om zich als meester over zijn lijfeigenen te laten gelden. De wet legitimeerde de slavernij.

De strijd tegen slavernij kwam pas in een stroomversnelling aan het einde van de jaren ’80, naar aanleiding van een golf van etnische zuiveringen tegen de zwarte bevolking in het zuiden van het land. Honderdduizend burgers werden toen door de blanke Moren en hun zwarte milities vermoord, verkracht of naar Senegal verdreven. Zeker 500 zwarte militairen werden vermoord, sommigen werden eerst gecastreerd.

Volgens de zwarte advocate en mensenrechtenactiviste Fatimata Mbaye is de slavernij sinds vorig jaar enigszins bespreekbaar geworden. Mbaye belandde in 1998 samen met Messaoud en twee andere kopstukken van SOS Esclaves in de gevangenis wegens het aan de kaak stellen van de slavernij. De regering had sinds 1981 het woord slaaf in de ban gedaan; wie toch over slavernij repte of het voortbestaan ervan aanklaagde werd gearresteerd of het land uitgezet. SOS Esclaves, 12 jaar geleden opegericht, werd pas vorig jaar officieel erkend.

„De regering heeft vorig jaar onder druk van de mensenrechten en de anti-slavernijbeweging uiteindelijk het bestaan van de slavernij moeten erkennen. Wij hebben nu alle discriminerende praktijken die voortbestaan sinds de onafhankelijkheid en de zeer negatieve aspecten van de huidige wet op de afschaffing van de slavernij onderzocht. We komen binnenkort met een zwartboek.”

Volgens Mbaye moet de „schandelijke wet uit 1981” dringend worden herzien. „Het kan toch niet dat de meester hier ook wettelijk het recht behoudt om slaven te houden? Zo blijft het systeem voortbestaan.”