Zorg om de zorgfusie

De gisteren aangekondigde fusie tussen de zorgverzekeraars VGZ en Univé, samen de grootste van Nederland, roept een paar principiële vragen op. Allereerst is het van belang te weten of dit samengaan wel mág. VGZ nam eerder al enige kleinere zorgverzekeraars over en zou met Univé ruim 4,2 miljoen zorgverzekerden onder zijn hoede krijgen. Dit kolossale marktaandeel, dat de 25 procent nadert, kan problemen opleveren bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, die monopolies bestrijdt en vrije concurrentie moet waarborgen.

Meer concurrentie tussen verzekeraars was een van de doelstellingen van het nieuwe zorgstelsel, maar als de grote de kleinere inlijven, valt er steeds minder te concurreren. Fusies in andere sectoren (telecommunicatie, dagbladen) laten zien dat er uiteindelijk ondernemingen ontstaan met monopoloïde trekken, die door hun grootte, macht en invloed nauwelijks nog partij zijn voor de mededingingsautoriteiten. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Machtsmisbruik ligt temeer op de loer daar de onafhankelijke toezichthouder in de zorg, de Nederlandse Zorgautoriteit, nog maar net aan het werk is en haar handen de komende tijd vol heeft aan het verwerven van een positie.

De individuele consument, met zijn uiteenlopende belangen en verlangens, is per definitie de onderliggende partij ten opzichte van de verzekeraar, die een kennisvoorsprong heeft en zijn organisatie heeft afgestemd op een helder doel: winst maken en de risico’s zo klein mogelijk houden. Daar is uiteraard niets op tegen, mits er voldoende te kiezen is tussen verzekeraars die aan wettelijke minimumeisen voldoen. De klant is alleen winnaar bij maximale concurrentie. Slechts door de heilzame werking daarvan kunnen premies dalen en zal de service verbeteren. Overigens lijkt Nederland met zijn bekende zorgverzekeraars nog het meeste op een eiland. Van Europese mededingers op deze markt is vooralsnog geen sprake. Ook wat dat betreft is er een wereld te winnen.

Een andere belangrijke kwestie is dat iedere bedrijfsfusie onrust en rompslomp met zich meebrengt. Vrijwel alle zorgverzekeraars zitten nog midden in een doorgaans moeizaam proces van aanpassing aan het nieuwe zorgstelsel. Pas nu blijkt hoe groot de veranderingen zijn. Na de euforie over de mogelijkheid om te gaan ‘shoppen’, een onverwacht en aangenaam succes, is er bij veel zorgverzekerden en andere betrokkenen de kater over de achterstand in betalingen en overige administratieve problemen. Lang niet alle zorgverzekeraars hebben hun zaken al op orde, ruim vier maanden na de invoeringsdatum. Voor zulke grote en professionele organisaties is dat laakbaar. Een fusie kan deze kwetsbare ordeningsperiode weer overhoop gooien, maar dat mag dan niet op de verzekerden worden afgewenteld. Die hebben genoeg te stellen gehad met dubbele nota’s, foutieve afschrijvingen, een stortvloed aan onbegrijpelijke post en de onbereikbaarheid van hun verzekeraars.

De overnamestrijd in de zorgverzekering is met het samengaan van VGZ en Univé begonnen. Er zullen nog heel wat fusies volgen. Bedrijfseconomisch valt er veel voor te zeggen, maar voor de klant kan de overnamegolf op termijn ongunstig uitpakken. Alertheid op monopolievorming en machtsmisbruik blijft geboden.