Vuijsje bewijst niets

Het antwoord van onderzoeker Ies Vuijsje op critici van zijn boek Tegen beter weten in deed lezers andermaal naar de pen grijpen. ,,Een lang citaat bewijst niets.”

Kennis in 1946 niet projecteren op 1942

In antwoord op de reacties op zijn boek Tegen beter weten in reageerde Ies Vuijsje in deze krant van 5 mei. Hij draagt wel een heel zwak argument aan voor zijn stelling dat de uitroeiing van de joden eind 1942 een publiek geheim was. Hij citeert een lange passage uit het in 1946 verschenen gedenkboek Den vijand wederstaan van de verzetsgroepen LO/LKP. Hiermee bewijst hij niets. Een jaar na het einde van de oorlog was de omvang van de shoah vooral in Neurenberg genoegzaam bekend, maar het feit dat men het toen, in 1946, wist wil absoluut niet zeggen dat die wetenschap ook in 1942 bestond.

A.V.N. van Woerden

Castricum

Antisemitisme was mijn omgeving geheel vreemd

Ies Vuijsje citeert uit het gedenkboek Den vijand wederstaan: „(...) wij moesten de Joden niet. (...) [Wij] waren bijna allen, wat wij met een onzuivere term plegen te noemen: antisemiet.”Echter, noch ik, noch iemand van mijn familie of kennissen was antisemiet. Ik vraag mij af: waar waren dan toch al die antisemieten? Vóór en gedurende de eerste oorlogsjaren was ik werkzaam bij een grote instelling waar ook vrij veel joden werkzaam waren.

Nimmer heb ik ervaren dat zij door hun niet-joodse collegae minder correct zouden zijn behandeld. Evenmin heb ik ervaren dat deze joodse medewerkers het idee hadden omringd te zijn door anti-semieten. Toen onze joodse collegae ontslagen moesten worden was er niemand die daar verheugd over was, integendeel, men was zeer begaan met hun lot.

Mijn vrouw had destijds een joodse vriendin die samen met haar moeder is weggevoerd. Wij wisten absoluut niet welk lot hen te wachten stond.

Pas na de oorlog werden de gruwelijke feiten ons bekend.

L. Rietveld

Amsterdam

Uit reactie bleek dat men niet wist wat er gebeurde

Wij woonden indertijd in de Nierstraat in Amsterdam waar ook veel joden woonden, van wie sommigen, onder wie de familie Sanders-Frank, kennissen van ons waren. Tegen het einde van de zomer van 1943, het schooljaar was al begonnen, kwam mevrouw Sanders bij ons en vertelde dat ze naar het kamp Westerbork moesten. Mijn moeder zei: ,,Doe het niet, ik heb wel een adres waar je naar toe kunt.” Daarop zei mevrouw Sanders: „Ach, nee mevrouw De Jong, ik ben verpleegster en die hebben ze altijd nodig. We slaan ons er wel doorheen.”

Het moge duidelijk zijn dat zowel mevrouw Sanders als mijn moeder op dat moment niet wist wat er ging gebeuren, anders hadden ze wel anders gereageerd.

Op 3 september 1943 zijn mevrouw Sanders en haar twee dochtertjes in Auschwitz vergast.

Harry de Jong

Cobh, County Cork, Ierland