‘VS moeten brief beantwoorden’

In zijn brief aan Bush schrijft de Iraanse president Ahmadinejad over universele thema’s als rechtvaardigheid.

Daarom moet Bush de brief serieus nemen.

George Perkovich, vice-president onderzoek en directeur non-proliferatie aan de Carnegie Endowment for International Peace, zegt dat brief van de Iraanse president Ahmadinejad aan president Bush moet worden beantwoord door de regering-Bush. Maar Perkovich betwijfelt zeer of zo’n antwoord ook zal komen.

Wat vindt u van de brief van Ahmadinejad aan Bush?

De brief is zeer ongewoon door zijn lengte, onderwerp en toon, en laat zien hoe zelfverzekerd Ahmadinejad is en hoezeer hij denkt voor Iran de formule te hebben om de Verenigde Staten bij te benen. Zevenentwintig jaar lang heeft geen enkele Iraanse leider rechtstreeks gecommuniceerd met een president van de Verenigde Staten en deze man zegt in feite: „Wacht eens, waar zijn we bang voor geweest? Ik zal de VS en de wereld laten zien dat ik een rechtvaardiger koers volg dan zij.”

Voordat we doorgaan met het debat over rechtvaardigheid, zei hij iets dat kan bijdragen aan een oplossing voor de nucleaire kwestie?

Nee, uit zijn brief blijkt op geen enkele wijze een onderhandelingsstrategie. Dit was, lijkt mij, onderdeel van een bredere, internationale campagne, een poging van Ahmadinejad om in te spelen op het globalisme. Dus ja, het was een politieke brief maar zei tegelijkertijd: laten we het niet hebben over triviale meningsverschillen, atoomkwesties en terrorisme. Ik kan me aan jou meten en praten over grote zaken, zoals wie God beter vertegenwoordigt. U, president, hangt de principes aan van het monotheïsme – hij citeert Jezus Christus veel in de brief – laten we dáár over praten.

Er loopt dus een soort populistische, religieuze rode draad door de brief heen?

De brief lijkt qua stijl op die van zijn presidentiële campagne, maar nu richt hij zich op een internationaal publiek. Hij praat veel over rechtvaardigheid, over het luisteren naar de behoeftes van de armen, over het aanpakken van problemen van de have nots, maar nu heeft hij die thema’s universeel gemaakt. Dus hij heeft het over de wereldorde en zegt dat onder Bush’ leiding de VS op valse gronden een ander land binnenvielen – Irak dus – en Guantánamo Bay en Abu Ghraib hebben toegestaan. Maar dan verbreedt hij zijn betoog en heeft hij het over de economie. Hij zegt, weet u, de kloof tussen de haves en de have nots op deze wereld is verbreed. Hij daagt Bush uit door te zeggen: „Kijk, we zijn allebei president van een nationale staat, en presidenten worden beoordeeld op basis van de vraag: waren we uit op rechtvaardigheid of op het steunen van bepaalde belangengroeperingen?” Zo breed is die uitdaging. Hij zegt: liberalisme en westerse democratieën zijn er niet in geslaagd de idealen van de mensheid te verwezenlijken. Zijn toon lijkt zeer op die van Hugo Chávez van Venezuela, Evo Morales van Bolivia en populistische bewegingen in het Midden-Oosten, zoals Hamas. Hij speelt in op al die stromingen.

In Iran zou, klaagt men, de nodige rechtvaardigheid ontbreken. Schrijvers van kritische artikelen over de overheid kunnen in de gevangenis belanden.

Precies. Daarom zeg ik: we moeten die uitdaging aangaan. Liberale democratieën hebben behoorlijk recht van spreken als het over rechtvaardigheid gaat. Dus, als Iran wil praten over rechtvaardigheid, zeg ik: heel goed, laten we praten over mensen die gevangen zitten om wat ze hebben gezegd, laten we praten over persvrijheid en vrijheid van vereniging. Er zijn zeer veel zaken waar de mensen in Iran voor zouden openstaan, als ze maar worden gepresenteerd in termen van rechtvaardigheid. We moeten daar dan ook niet van weglopen. Dat is waar de uitdaging ligt. Veel van de retoriek uit de VS over individuele vrijheid vindt weinig weerklank in deze culturen, vergeleken met retoriek over rechtvaardigheid, wat meer een gemeenschappelijke kwestie is.

Hoe denkt u dat de Bush-regering gaat reageren op de brief?

Ik denk dat de vakmensen de brief zullen afdoen als bizar, ook omdat er niets concreets in zou staan. Maar dat is een foute inschatting. Ik denk dat de brief serieus moet worden genomen. We moeten op de inhoud ingaan – voorzichtig, maar toch. De VS moeten in hun eigen stijl reageren en, een brief terugschrijven.

Bernard Gwertzman is redacteur voor de Amerikaanse Council of Foreign Relations.

©Council on Foreign Relations. Vertaling door redactie Opinie

    • Bernard Gwertzman