Vrijspraak Turkse hoogleraren

Een Turkse rechtbank heeft Baskin Oran en Ibrahim Kaboglu gisteren vrijgesproken van het ‘oproepen tot haat’. Daarmee komt een voorlopg einde aan een van de opmerkelijkste rechtszaken in Turkije van de afgelopen tijd.

Beide hoogleraren waren nauw betrokken bij een rapport over de positie van minderheden in Turkije. Het rapport, dat op verzoek van de Turkse regering werd geschreven, pleit voor een nieuwe benadering van het minderhedenprobleem. Elke burger in dit land wordt van oudsher aangeduid met de term ‘Turk’. In een gesprek met NRC Handelsblad zei Baskin Oran onlangs nog dat onjuist te vinden. ‘Turk’ verwijst in de eerste plaats naar de etnische groep die de meerderheid vormt in dit land en verdoezelt zo het bestaan van etnisch afwijkende groepen als de Koerden. In het rapport stelde Oran daarom voor elke burger van dit land geen ‘Turk’ maar ‘Turkiyeli’ te noemen. Dat zou de weg openen naar het geven van meer rechten aan bijvoorbeeld de Koerden.

Al binnen de commissie die het rapport voorbereidde, leidden die opvattingen tot hevige commotie. Een openbaar aanklager besloot vervolgens beide professoren te vervolgen. Volgens Oran bewees de aanklacht slechts dat het klimaat in Turkije nationalistischer is geworden. Hij achtte dat onder andere te wijten aan het oplaaien van de strijd met de PKK in Zuidoost-Turkije. Daardoor zijn veel inwoners van dit land bang en voelen zij zich meer ‘Turks' in de etnische betekenis van de term.

In het vraaggesprek onderstreepte Oran dat zijn proces nuttig was. „Als ik het win, wint de liberalisering van Turkije en verliezen de extreem-nationalisten.”