‘Twijfel en nuance waren altijd een teken van kracht’

Alexander Pechtold kondigde gisteren aan dat hij leider wil worden van D66. De partij staat in de peilingen op maar twee zetels. „We zijn niet meer onderscheidend.”

Pechtold op een partijbijeenkomst in Hengelo. „De staat waarin mijn partij verkeert, is óók een motivatie om me kandidaat te stellen.” Foto WFA WFA48:PECHTOLD WIL LIJSTTREKKER WORDEN:HENGELO;10MEI2006- Alexander Pechtold wil lijsttrekker van D66 worden. De minister zei voor het begin van een partijbijeenkomst in Hengelo dat D66 in staat moet zijn 10% van de kiezers te trekken, door als partij van de nuance de nadruk op het individu, onderwijs en milieu te leggen. WFA/mc/str. Jack Huygens WFA WFA

Minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) zegt niet graag dat hij de baas wil zijn. Hij is „minder geschikt voor de tweede viool”. En: „Ik ben niet zo’n volgzaam type.” Want zo praat hij: in understatements, op licht cynische toon en, als het kan, in beeldspraak. Over zijn partij zei hij vorig jaar dat die „de zichtbare buitenboordmotor” zou moeten zijn van het kabinet-Balkenende II. Nu zegt hij: „We waren zichtbaar, maar niet per se in positieve zin.”

Gisteren, op een partijbijeenkomst in Hengelo, maakte Pechtold bekend dat hij lijsttrekker wil worden van D66. Hij was liever „onder de leden”, zegt hij nu, dan in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. „En ik ben niet het type van de BouwRAI.”

Daar stelde zijn collega-minister Rita Verdonk zich vorige maand kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de VVD. Bij D66 is Pechtold de eerste die zegt dat hij de partij wil leiden. Komende zaterdag is er in Zutphen een D66-congres. D66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan heeft gezegd dat ze eerst dat congres wil afwachten voordat ze zich misschien kandidaat stelt. Ze wil zien wat de leden van haar en haar ideeën vinden. Pechtold zegt: „Ik wilde vóór het congres helderheid geven. Mijn naam werd genoemd. De leden mogen me er nu op aanspreken.”

D66 staat in opiniepeilingen op twee zetels, een verlies van vier. Volgens fractievoorzitter Van der Laan is de partij niet meer geloofwaardig. Hoe ernstig is de situatie volgens u?

„De staat waarin mijn partij verkeert, is óók een motivatie om me kandidaat te stellen. We zijn de sympathie kwijtgeraakt van mensen die ons hun tweede stem gaven. Die stemden een andere partij, maar geregeld ook D66. Maar ons gedrag is onvoorspelbaar geworden. Twijfel en nuance waren bij ons altijd een teken van kracht en niet van zwakte. Daar zijn we een beetje vanaf geraakt.”

Een beetje?

„Een beetje veel. We zijn niet meer onderscheidend. We zijn een partij geworden die te veel de waan van de dag najaagt en te veel met zichzelf bezig is. Als zelfvertrouwen ontbreekt, trek je geen kiezers aan.”

Wat ging er mis?

„Ik hou er niet van om daar lang bij stil te staan. Wie maakt geen fouten? Het zijn mensen die dat doen, processen zijn niet goed op elkaar afgestemd. En soms zit het gewoon tegen. D66 heeft dertien jaar lang, op het kabinet-Balkenende I na dat 87 dagen duurde, in de regering gezeten. [In totaal duurde deze periode, inclusief de demissionaire fase van Balkenende I, 300 dagen, red.] Regeringsdeelname heeft D66 nooit geloond.De wereld is de afgelopen jaren ook grimmiger geworden. En het kiezersgedrag is gaan fluctueren. De eigenschap dat je een komma nodig hebt om tot een punt te komen, is onder druk komen te staan. Wij hebben niet goed ingespeeld op die nieuwe politieke situatie.”

Er is onrust bij afdelingen van uw partij. Ze willen van naam veranderen. Ze klagen over de partijtop.”

„Er moet, ook in een democratische partij als de onze, leiderschap getoond worden. We moeten aangeven dat besluiten uitgevoerd gaan worden. Nooit meer mag onze genuanceerdheid en analyse uitgelegd worden als gedraai. Dat betekent dat we strategischer moeten opereren. Die genuanceerde stijl van ons herkent niemand nog.”

Gaat het alleen om de uitleg die mensen eraan geven. Of draaide D66?

„Voor een deel was het: terugkomen op.”

Noemt u eens een voorbeeld.

„Ja zeg. Het begint met een A en het eindigt op een N. Maar daar kwamen we met de stellingname vóór de analyse. Dan krijg je daar later ook geen ruimte meer voor. We werden bliksemafleider voor partijen die het ook moeilijk hadden met de Afghanistan-missie.”

De Tweede-Kamerfractie van D66 dreigde met een kabinetscrisis als de missie doorging, maar die crisis kwam er niet. U uitte zelf uw twijfels over de missie. En u zei: ‘Ze willen dat we óm gaan. Nou nee dus’, maar u ging akkoord met een besluit tot uitzending.”

„Dat ómgaan sloeg op de procedure: van ‘het voornemen’ om te gaan zou een besluit gemaakt moeten worden.”

Maar daarin bent u omgegaan. Het werd een besluit.

„Er was een patstelling, niemand snapte nog waar het over ging. Brinkhorst (minister voor Economische Zaken, D66, red.) en ik hebben onze knopen geteld en gezegd: oké, we gaan er nog eens over nadenken. In die zin zijn we omgegaan. Is dat draaien? Maar ik wil mijzelf niet vrijpleiten. D66 heeft ervan geleerd. En kijk naar het journaal. D66 hoeft zich niet in een hoekje te gaan zitten schamen voor het standpunt over Afghanistan.”

U bedoelt dat D66 gelijk had?

„Ik heb als lid van het kabinet ingestemd met deze missie.”

U zegt dat er leiderschap nodig is bij D66. Was dat er de afgelopen jaren niet?

„In elk geval was het niet zichtbaar.”

Maar dan is het er toch niet?

„Klopt. Maar als je kijkt naar de fractie, dan kan ik honderd redenen bedenken waarom ik het zelf niet anders had gedaan. En het leiderschap is niet gepakt, maar het is ook niet door de partij aan iemand gegeven na het aftreden van Thom de Graaf [na de verkiezingen van 2003 nam Boris Dittrich het fractievoorzitterschap van hem over, red.].”

Na het aftreden van Dittrich, door het debat over de Afghanistan-missie, zei Lousewies van der Laan dat de partij door haar strak geleid zou gaan worden. Brinkhorst zou ‘vanaf de achterbank’ meesturen. En u?

„Ik zit overal aan tafel.”

U stuurt mee?

„Op dit moment niet in de directe top van de partij. Ik discussieer wel mee, maar mijn rol is die van vakminister.”

Wordt de partij nu, zoals Van der Laan zei, strak aangestuurd?

„Nee.”

Waarom denkt u dat u beter bent als lijsttrekker dan Van der Laan?

„Dat zeg ik niet. Ik ga uit van mijn eigen kracht. De partij moet weer zelfvertrouwen krijgen, ik denk dat ik de mensen daarvan kan overtuigen. Ik heb een lange lokale ervaring, als raadslid, wethouder en burgemeester, waarbij je dicht bij mensen staat. Daar heb ik veel van geleerd.

„En ik ken de partij. Ik was partijvoorzitter, ik heb meegeschreven aan een artikel over de toekomst van D66. Ik voel de urgentie om iets te doen aan de maatschappelijke problemen die ik zie en ik denk dat D66 een rol kan spelen bij de oplossing daarvan. Nederland is in zichzelf gekeerd en bang geworden. Ik wil dat D66 weer op een rustige manier kan laten zien dat het ons om de toekomst gaat, om de volgende generaties.”

U hebt zich ervan verzekerd dat u voldoende steun hebt in de partij?

„Het is geen gelopen race. Maar ik begin niet aan iets waarvan ik denk dat ik het ga verliezen. Ik stel wel iets in de waagschaal. Als ik het word, zal de aandacht voor mij en de kritiek toenemen. Als ik het niet word, zal mijn draagvlak afnemen en zal mijn positie minder sterk worden.”

Er zijn D66-leden die zeggen dat u beschadigd bent geraakt door uw uitspraken over de Haagse politiek die ‘vuil en vunzig’ zou zijn.

„Na dat interview (in Opzij, begin dit jaar, red.) heb ik een zware periodegehad. Ik ben met die woorden mijn doel voorbijgeschoten, ik zou zelfs willen zeggen dat de woorden fout waren. Maar de analyse, daar sta ik nog steeds achter. Wat er daarna gebeurt, is dat het aan je kleeft alsof dat het enige is dat je ooit hebt gezegd. Het heeft een plekgekregen bij mij. Het heeft te langgeduurd naar mijn zin voordat het zover was. Maar ik voel me niet beschadigd.”

Is D66 mee gaan doen aan de politieke spelletjes die u in Opzij beschreef?

„D66 is er wel kwetsbaarder voor geworden. Je hoeft niet eens zelf verantwoordelijk te zijn voor een verandering van omgeving om erin meegenomen te worden. Maar ik vind: je moet het wél zien. We moeten strategisch gaan opereren. Dat begint al ’s ochtends, als je de krant leest. Ga je de hele dag als de zoveelste politieke stroming je mening geven of wacht je een week om dan met iets bijzonders te komen?”

U vindt dat uw partij nu te veel meedoet aan het geven van die dagelijkse meningen.

„Ja. Maar ik wil het nu vooral hebben over hoe ík wil dat het gaat.”

Lousewies van der Laan zegt dat haar droomkabinet met de PvdA en de VVD is. ‘Nieuw Paars’.

„Ik vind dat je daar niks over moet zeggen als je in de peilingen op twee, drie zetels staat. En over welke PvdA hebben we het? Ik wil niet flauw doen, maar ik weet nog steeds niet wat Wouter Bos wil. Eerst wilde hij een gekozen premier, met Job Cohen, en nu wil hij er niks meer van weten.”

U hebt het naar uw zin in het kabinet-Balkenende.

„Dit kabinet was niet de keuze van de kiezer en ook niet van ons. We waren nodig voor een meerderheid en toen was de vraag: welke eigen punten kun je agenderen. De pluspunten zitten in de langdurige verandering van stelsels die volgens ons noodzakelijk zijn. De minpunten raken voor ons aan open zenuwen. De 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers bijvoorbeeld, voor wie wij een generaal pardon wilden.”

Had D66 het anders kunnen doen?

„Als ik terugkijk, heb ik het over communicatie en stijl. Dat ‘zuur’ en ‘zoet’ dat we de burgers zouden geven. Dan denk ik aan de spinazie voor mijn kinderen van twee en drie jaar. Ik probeer ze die te laten eten door hun een toetje met smarties te beloven. Ik denk dat een maatschappij die bestaat uit volwassen mensen, daar niet erg warm van wordt. Het past ook niet bij onze partij, die het individu centraal stelt en uitgaat van gelijkwaardigheid. Maar we zijn er wel medeverantwoordelijk voor.”