Twee zussen vertolken een kampverleden

Yolande Bertsch (l) en Frédérique Spigt als halfzussen in ‘Lucy in the Sky’ Foto Wim Vogel Vogel, Wim

Voorstelling: Lucy in the Sky van Yolande Bertsch en Frédérique Spigt. Regie: Titus Tiel Groenestege. Gezien: 5/5 Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee 17/5 t/m 2/6. Inl.: 070 346 9159; www.LucyInTheSky.nl. Publicatie: Kampongkat. Gedichten. Inl.: www.kampongkat.nl

Yolande Bertsch was een van de speelsters van het eerste uur van het legendarische toneelgezelschap Werkteater. In 1975 speelde zij, in het onvergetelijke Avondrood, een bejaarde oude vrouw, bang voor de dood. Nu is het of Bertsch (1942) is teruggekeerd in deze rol met haar aandeel in Lucy in the Sky, een voorstelling met tekst, muziek en zang. Haar tegenspeelster is zangeres Frédérique Spigt, geboren in 1957.

Actrice en zangeres zijn halfzusters van elkaar. Bertsch groeide met haar moeder op in een Japans interneringskamp op Java. Na terugkeer hertrouwde haar moeder met een oersterke Rotterdamse man. Alle herinneringen aan de Japanse tijd, zelfs aan de gelukzalige jaren in het vooroorlogse Indonesië, wilde ze met dit huwelijk uitwissen. Haar eerste man was donker van uiterlijk.

De halfzussen wisten allang van het bestaan van moeders kampdagboek. Ze beseften ook dat ze uit twee verschillende werelden komen: de verstilde Indische sprookjeswereld van Yolande, de rauwe Rotterdamse havenstadwereld van Frédérique. In de intieme, persoonlijke voorstelling Lucy in the Sky proberen de halfzussen een brug naar elkaars onbekende verleden te slaan.

Het kampdagboek vervult daarbij de rol van intermediair. Dit is een mooie vondst. Het geschreven woord verbeeldt het naoorlogse zwijgen, waarin moeder zich heeft gehuld. De passages die uit de mond van Bertsch of Spigt opklinken, zijn huiveringwekkend. Na Bezonken rood van Jeroen Brouwers door het Ro Theater en Familiegeheim van Theodor Holman is dit opnieuw een voorbeeld van hoe kampliteratuur en goed toneel samen kunnen gaan.

De voorstelling heeft een sterke therapeutische betekenis, die vooral door Yolande Bertsch wordt uitgebuit. Hierin weerklinkt de Werkteatertraditie, maar die aanpak wreekt zich ook. Soms maakt zij het te week, te overgevoelig en snak je als toeschouwer naar distantie. Zoveel leed is niet nodig om de verwarring van de oudste dochter mee uit te drukken.

Het verschil in achtergrond tussen de halfzussen blijkt ook uit het spel. Frédérique Spigt is wars van toneelspel-met-hartzeer. Met haar rauwe, indrukwekkende stem zingt ze enkele liederen, geschreven door Corrie van Binsbergen, die weinig toegevoegd spel behoeven. De moeder heet Lucy, dus de band met het lied van de Beatles ligt voor de hand. Nu moeder dood is, is zij in ‘the sky with diamonds’. Aan het slot drukt Bertsch met opengesperde mond de terminale moeder uit. Dat is geen goed beeld; hopeloos overdadig, te makkelijk dramatisch.

Het is jammer dat regisseur Titus Tiel Groenestege niet strenger is geweest. Meer verstilling en suggestie was de voorstelling ten goede gekomen. Leed, kampleed, dochterverdriet verdienen stilering. Dat ik toch geroerd raakte door Lucy in the Sky heeft uiteindelijk alles te maken met dit onderwerp, dat zo complex en emotionerend is. Met één scène weet Bertsch diep te overtuigen. Daarin speelt ze niet zichzelf, maar keizer Hirohito. Met een stalen brilletje op, wit uniformjasje, gebaar en stem weet ze de gewraakte keizer te imiteren. Het is griezelig goed.