Statenverbond is oplossing voor EU

De Europese trein moet deugdelijke remmen krijgen, en de nationale parlementen moeten een hoofdrol spelen, menen Alfred Pijpers en anderen.

Hoe nu verder met Europa en zijn Grondwet, vragen Ad van Luyn, Geert Mak, en Rinus van Schendelen zich terecht af (Opinie & Debat, 6 mei). Maar hier gaat een belangrijke vraag aan vooraf: wat is daarbij de Nederlandse invalshoek?

Na het stevige Nederlandse nee tegen de Europese Grondwet heeft de regering verklaard deze tekst niet opnieuw aan volk of parlement te zullen voorleggen. Maar wat ze dan wel gaat doen om de Europese impasse te doorbreken is nog steeds volstrekt onduidelijk. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een website geopend met een vragenformulier over de Europese samenwerking. Bijna 100.000 Nederlandse burgers hebben dat ingevuld. Maar hoe kunnen zij de nee-stem van miljoenen kiezers ongedaan maken ?

‘Europa’ is er ondertussen niet populairder op geworden. PvdA, VVD, en CDA willen in de opmaat naar de Kamerverkiezingen van mei 2007 paal en perk stellen aan de ongebreidelde Brusselse invloed. Subsidiariteit is tegenwoordig het wachtwoord in Den Haag, onveranderlijk in de betekenis van ‘minder Europa’. Alleen D66 pleit nog voor de ‘Verenigde Staten van Europa’.

De Europese Commissie wil de Grondwet voorlopig laten rusten, maar het Europees Parlement en diverse lidstaten denken daar anders over. Tijdens het Duitse EU-voorzitterschap, dat in januari aanstaande begint, wordt het 50-jarige bestaan gevierd van de Verdragen van Rome. Bondskanselier Angela Merkel heeft al aangekondigd deze periode te zullen benutten voor nieuwe onderhandelingen over institutionele hervormingen. Tegen die tijd moet Nederland dus met meer op de proppen komen dan met een stapel ingevulde vragenlijsten.

Maar hoe vertaal je een bekoelde EU-relatie thuis in een werkbare Europese formule ? In de Nationale Conventie, die mede hierover een advies opstelt voor de regering, zoekt men het antwoord in een andere kijk op de Europese integratie. Dat proces lijkt nu geen einde te kennen. Brussel bemoeit zich sluipenderwijs met steeds meer zaken. Veel burgers hebben het gevoel in een voortdenderende Europese trein zonder remmen te zitten, en gaan dan zelf aan de noodrem trekken.

Dit gevoel van onzekerheid kan worden weggenomen door duidelijke staatkundige grenzen te stellen aan de Europese integratie. Dat kan door de Europese Unie op te vatten als een ‘statenverbond’, met een – voorlopig – politiek einddoel (voor pakweg 30 à 40 jaar), en met een heldere afbakening van gemeenschappelijke Europese taken enerzijds, en nationale bevoegdheden anderzijds. Dit overigens zonder de bestaande Europese samenwerking terug te draaien (voor zover dat al mogelijk is). Die heeft na vijftig jaar meer dan voldoende haar waarde bewezen.

Nieuwe Europese projecten moeten voortaan getoetst worden aan een politieke finaliteit, en niet aan de blinde norm van ‘ever closer union’. De regering moet ook een concrete lijst opstellen van beleidsterreinen die overwegend nationaal kunnen blijven, zoals de ruimtelijke ordening, het onderwijs, het strafrecht, of de sociale zekerheid. Op zulke gebieden moet ‘Brussel’ niet al te veel zeggenschap krijgen.

Het begrip statenverbond laat goed zien dat – grotendeels soevereine – staten de dragers blijven van de Europese integratie. Dat zijn immers ook de voornaamste pijlers van de democratie, zolang een Europees ‘staatsvolk’ afwezig is. En de legitimiteit van de Nederlandse staatsinstellingen is vooralsnog groter dan die van de Europese.

De Europese Unie als statenverbond werkt naar twee kanten. Allereerst kan de regering er goed mee voor de dag komen in Brussel. Het voordeel is dat je de verschillende legitieme wensen aangaande de ‘grenzen’ van Europa in één, historisch en juridisch gefundeerd, concept kunt onderbrengen. Zo’n systematische visie ontbreekt momenteel in Den Haag. De term statenverbond is overigens niet onbekend in Europa. Het constitutionele hof in Karlsruhe noemde de huidige Europese Unie ook al eens een Staatenverbund, dus Angela Merkel kan er wellicht mee leven. Ook de gevreesde uitbreiding van de EU komt in een ander daglicht te staan, wanneer blijkt dat Turkije niet toetreedt tot een ondoorzichtige Brusselse regelmachine, maar tot een Europese constructie die veel ruimte laat aan nationale autonomie.

Tegelijkertijd biedt een pleidooi voor een Europees statenverbond ook een geloofwaardig binnenlands antwoord op het nee. De Europese trein krijgt immers deugdelijke remmen, met een hoofdrol voor de nationale parlementen. Dat ondervangt wellicht ook de roep om een nieuw referendum bij de komende Europese verdragsherzieningen. Voor een volgend kabinet zou dat ongetwijfeld een kopzorg minder zijn.

Alfred Pijpers schreef dit stuk samen met Roel Kuiper en Jan Willem Sap. De auteurs zijn leden van de Werkgroep Europa in de Nationale Conventie.

    • Alfred Pijpers