Rita Verdonk biedt meer dan Mark Rutte

Rita Verdonk heeft het in zich, net als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, de politieke agenda te bepalen en daarmee kiezers te trekken. Daarom verdient zij de voorkeur boven Mark Rutte, meent Auke Leen.

Sinds gisteren kunnen de leden van de VVD hun lijsttrekker kiezen. Een keuze voor Mark Rutte geeft de zekerheid van een redelijk resultaat bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Een stem voor Rita Verdonk daarentegen geeft meer.

Ronald Reagan en Margaret Thatcher deden het en Verdonk heeft het in zich: de politieke agenda bepalen en daarmee kiezers trekken. Niet denken in termen van clientèle, is de eerste stap.

Een beroep op individuele vrijheid en de morele aanvaardbaarheid van de markt vormt de basis. Het lijkt erop dat Verdonk deze kaart, zoals Reagan en Thatcher dat ook deden, uitspeelt en daarin groeit.

Voor de politicus is het de kunst niet in termen van belangengroeperingen te denken. Uitkeringstrekkers stemmen links, ouderen zullen nooit instemmen met het meer gaan betalen voor hun oude dag, en zittende huurders zijn altijd tegen het liberaliseren van de huren. Iemand die de agenda bepaalt, zal zijn of haar politieke lijn daardoor niet laten beïnvloeden.

Zo’n politicus vat problemen in morele termen en doet zo een beroep op het meest eigene van de westerse cultuur – de individuele vrijheid en de daaruit volgende eigen verantwoordelijkheid. Het leven dat je leidt – en lijdt – buiten de overheid om is het belangrijkste.

Mensen staan open voor een politiek die als doel heeft dat het beste, het echte, leven nog moet komen. Dat staat haaks op een zorgenvrije verzorging door de overheid van doelgroepen van de wieg tot het graf.

Als een ieder hulp behoeft en als de overheid voor normaal gezonde individuen een taak van de wieg tot het graf ziet, is er iets mis. Schipperen met kinderopvang kan een deel van het echte leven zijn!

Aan deze vrijheden en verantwoordelijkheden kan zelfs een meerderheid, hoe groot ook, niet komen. Op dit punt wezen Reagan en Thatcher de weg en op dit terrein is Verdonk als minister van Vreemdelingenbeleid gepokt en gemazeld.

Zij heeft de immigrant duidelijk gemaakt dat de ware toets tot inburgering is, ervan doordrongen te zijn dat westerse vrijheid niet gelijk is aan democratie. Kom daar in Gaza-stad of Teheran maar eens om. Vluchtelingen komen vooral omdat zij hier de vrede en rechtszekerheid vinden die zij in eigen land missen.

We maken ons zorgen over de verkeerde zaken. Niet de economie maar ons menszijn dat eronder ligt, is het probleem. Economisch beleid is niet zo moeilijk. De voorwaarden voor welvaart – Adam Smith de grondlegger van de economie stelde het al, en Reagan en Thatcher handelden er naar – zijn: vrede, goede rechtspraak en lage belastingen.

Met de eerste twee factoren zijn we het grootste deel van de wereld lichtjaren vooruit: een concurrentievoordeel waar we niet aan moeten tornen. Daarom heeft Verdonk gelijk als ze de hand niet wil lichten aan de immigratieregels. Dit zou betekenen dat het paard achter de wagen wordt gespannen.

Lage belastingen zijn ook niet zo moeilijk. We zijn al een heel eind als alle speciale tarieven worden afgeschaft ten gunste van één laag tarief voor allen.

Hoe groot de druk ook mag zijn om bijvoorbeeld kennisinnovatieve bedrijven een lager en dus anderen een hoger belastingtarief op te leggen. Zoals ook Reagan en Thatcher niet met een veelheid van tarieven een beleid van goede doelen voerden, maar met lage tarieven ruimte gaven aan individuen om het zelf te doen.

Dit zijn de contouren voor de politicus die de agenda bepaalt. Hoe pas je deze principes toe in de huidige tijd van vluchtelingen en arbeidsmigranten? Rita Verdonk heeft getoond dat ze op dit lastige terrein de juiste keuzes maakt.

Onze samenleving vergrijst; werkers van buiten zijn nodig. Inderdaad, tegen het huidige loon zijn Nederlanders moeilijk te vinden voor eenvoudig werk. Verhoog het loon en dan … ja, dan komen ze wel de laagopgeleide werkloze, vaak hier al wonende allochtone werkers en fitte ouderen.

Maar worden we dan niet te duur en stroomt het werk niet naar het buitenland? Dat klopt op korte termijn. Maar arbeid door kunstmatige overvloed goedkoop houden, is een heilloze weg.

Moeten we goedkope Chinese straatvegers gaan halen? En wat te denken van Oost-Europeanen die hier komen en het werk daar door nog goedkopere werkers uit Noord-Korea laten doen.

Hoge lonen doen werkgevers inventief zijn. Uiteindelijk zal de productie hier plaatsvinden met arbeidsbesparende machines.

Daarom is het goed dat de migratiestromen worden beperkt, zoals Verdonk de afgelopen jaren heeft doorgevoerd, omdat het ruimhartig toelaten van ‘economische migranten’ voorbij gaat aan onze hoogste waarde: het unieke onafhankelijke individu.

Te spreken over, ‘het importeren van arbeid’, klopt niet. Je importeert geen arbeid, maar mensen. Henry Ford zei het al, ‘Waarom krijg ik als ik om handen vraag altijd mensen erbij.’ Voor werk dat wij bij de huidige lonen niet willen, is een meester-knechtverhouding geen oplossing en onmenselijk. Het model van Saoedi-Arabië met zijn tweederangs Filippijnen of Pakistani moet niet ons model zijn.

Moreel en praktisch is het beter een onderscheid te maken tussen het invoeren van producten en arbeidskrachten. Een economisch experiment van hoge lonen en prikkels tot innovatie veroorzaakt minder kwaad dan het binnen laten van mensen die hier niet echt mens kunnen zijn en de basiswaarden van onze samenleving – individuele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid (nog) niet met ons delen.

Politici die de politieke – dat is morele – agenda bepalen, hebben hun principes om te weten wat zij moeten doen en hebben geen opiniepeilingen nodig.

Vertel de kiezer de waarheid die je ziet en niet de pseudo-waarheid die hij/zij wil horen vanuit zijn/haar materieel belang. Reagan, Thatcher en Verdonk zitten op één lijn.

Auke Leen is econoom en filosoof.

    • Auke Leen