Projecten, geen idealen

Wil Brussel de Europese Grondwet nog redden, dan moet er voorlopig maar niet over worden gepraat.

Nu is het tijd voor concrete projecten.

‘Ik heb angst voor een superstaat nooit begrepen’ Interviews: Wilmer Heck Naam: Pauline Derwort (22) Woonplaats: Utrecht Beroep: student geschiedenis Hoe moet het verder met de EU? „De Europese samenwerking mag van mij worden uitgebreid. Waarom? Nou, er kan bijvoorbeeld meer gebeuren op terreinen als veiligheid, criminaliteit en terreurbestrijding. Ik heb vorig jaar ook voor die grondwet gestemd. Ik heb de angst voor het ontstaan van een Europese superstaat nooit begrepen. Ik denk niet dat we door de EU onze identiteit kwijt raken.” Wat vind je goed aan de EU? „Nou, onder economische samenwerking kan je volgens mij niet uit. Verder vind ik het moeilijk te zeggen. Het lijkt me gewoon raar om al die Europese samenwerking terug te draaien.” Wat vind je slecht aan de EU? „De ondoorzichtigheid, die wekt volgens mij veel tegenstand. Maar ja, aan de andere kant, of dat nou alleen bij de EU zo is. Ik denk dat dat nationaal ook een probleem is.” Wat als de meeste EU-landen bestrijding van terrorisme en criminaliteit op een manier willen die Nederland niet bevalt? „Ik zou zeggen dat we daarin mee moeten gaan ja. In Europese samenwerking kan je niet de enige zijn die niet meedoet. Dan verlies je je geloofwaardigheid.” Interviews: Wilmer Heck 09-05-2006, ROTTERDAM. PAULINE DERWORT. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

De relatie tussen Sigmund Freud en de Europese Grondwet is tot nu toe nog niet vaak gelegd. Het was de Oostenrijkse bondskanselier Wolfgang Schüssel die zich gisteren, enkele dagen na de 150ste geboortedag van zijn beroemde landgenoot, een uitstapje in de psychoanalyse veroorloofde.

Tijdens een conferentie in Brussel van nationale en Europese parlementariërs over de toekomst van Europa zei hij bij de burgers een „schizofrene houding” ten aanzien van de Europese Unie te signaleren. Aan de ene kant beschouwt bijna driekwart van hen de EU als modern, maar tegelijkertijd denkt maar een kleine 40 procent dat zaken met behulp van Europa de goede kant op gaan. Schüssel: „Er is iets in het onderbewuste van de mensen dat wij als politici op het rationele vlak niet voor mogelijk houden.”

Hiermee schetste de kanselier van Oostenrijk, momenteel voorzitter van de Europese Unie, treffend het probleem waar de politieke leiders in Europa mee kampen sinds bijna een jaar geleden de bevolkingen van Frankrijk en Nederland de Europese Grondwet per referendum verwierpen. Zij moeten vechten tegen een gevoel. En dat is nu eenmaal is per definitie een ingewikkeld gevecht.

Onder leiding van de Oostenrijkers zullen de regeringsleiders volgende maand de balans opmaken van het reflectiejaar, maar, zoals Schüssel gisteren te kennen gaf, „de steen der wijzen zal niet worden gevonden”. Integendeel, als de denkpauze iets heeft duidelijk gemaakt is het wel dat het wantrouwen jegens Europa dat zich vorig jaar in Frankrijk en Nederland manifesteerde veel breder in de Unie leeft. „Na de referenda in Frankrijk en Nederland is de publieke opinie in de rest van Europa omgeslagen”, aldus Schüssel. Zicht op de Europese Grondwet is er voorlopig nog niet.

Wil de Grondwet enige kans van slagen hebben dan zal allereerst gewerkt moeten worden aan het creëren van vertrouwen. Anders gezegd: laten zien dat Europa of Brussel het beste met de mensen voor heeft.

Dat is dan ook de weg die nu bewandeld gaat worden. Aan de hand van concrete projecten (zie hiernaast) wil men laten zien dat Europa als geheel wel degelijk een meerwaarde heeft. Op die manier moet dan, in de woorden van voorzitter Barroso van de Europese Commissie, de „context worden geschapen waardoor de voorstellen uit de Grondwet alsnog gerealiseerd kunnen worden”, zoals hij het gisteren uitdrukte.

Wanneer er dan weer over de toekomst van de Europese grondwet als zodanig wordt gesproken? Voorlopig niet, zo maakte de Oostenrijkse bondskanselier gisteren duidelijk. Het jaar 2007 zal volgens Schüssel hooguit een „belangrijk voorbereidingsjaar” kunnen zijn, om in 2008 met een „herzien grondwettelijk verdrag” te komen. In hoeverre dat voorstel dan nog lijkt op de huidige zoveel besproken Grondwet is weer een andere vraag.

    • Mark Kranenburg