‘Mannelijke voetballers kunnen zo kleinzielig zijn’

Wie: voetbalinternational Nangila van Eyck.

Waarom: morgen krijgt ze te horen of ze opgesteld staat in de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Frankrijk, zaterdag in Zwolle.

Nangila van Eyck: „Mijn spel lijkt wel op dat van Marc Overmars vroeger.” Foto Bob van der Have Have, Bob van der

Mannelijke voetballers kunnen zo kleinzielig zijn, zegt Nangila van Eyck. „Worden ze onderuitgehaald, blijven ze kermend in het gras liggen. ‘Sta toch op, joh’, denk ik dan.”

De 21-jarige international van voetbalvereniging Saestum in Zeist is een rechtsbenige vleugelspeelster. Ze gebruikt haar snelheid graag, zegt ze, om in de vrije ruimte achter de verdediging van de tegenstander te duiken. „Mijn spel lijkt wel op dat van Marc Overmars vroeger.” Net als de oud-Ajacied is Van Eyck klein van stuk, 1,62 meter.

Vorige week werd ze voor het eerst weer opgeroepen voor de selectie van het Nederlands elftal. Net op tijd voor de beslissende fase van de kwalificatie voor het wereldkampioenschap, volgend jaar in China. Met Frankrijk en Engeland strijdt Oranje om één plaats in de eindronde.

Vanaf haar vroege jeugd voetbalde Van Eyck op een veldje in Zoetermeer met de jongens mee. „Niemand deed daar moeilijk over, ze vonden me kennelijk goed genoeg.”

Voetbal is inmiddels geen jongenssport meer, zegt ze. In Nederland spelen meer dan 80.000 meisjes in clubverband. „Mannen lopen sneller, zijn fysiek sterker en hebben een betere balbehandeling”, somt ze de belangrijkste verschillen op. Dat jongens technisch vaardiger zijn komt vooral, zegt ze, omdat ze beter en met meer aandacht worden getraind.

Ook op tactisch gebied signaleert ze verschillen. „Bij mannen ziet je vaak hoge, lange dieptepasses en vlammende afstandsschoten. Bij ons is er meer combinatievoetbal over de grond en wordt er zelden van buiten het strafschopgebied gescoord.”

Maar de grootste verschillen zitten in de aandacht en beloning. Worden bij de mannen zelfs in de vijfde klasse van het amateurvoetbal stevige salarissen betaald, vrouwelijke internationals moeten al blij zijn als ze hun reiskosten vergoed krijgen.

En waarom, vraagt ze zich af, is op tv wel aandacht voor vrouwenhockey en korfbal, en niet voor vrouwenvoetbal? „Bij interlands in Zweden en Frankrijk zitten de tribunes vol en staan er camera’s langs de lijn. Nederland is daar kennelijk niet klaar voor”, concludeert ze.

Arjen Ribbens