Kunstdieven

In de kunsthandel trokken twee mooie, kleine schilderijen van een en dezelfde schilder mijn aandacht. Ze hingen nogal ver van elkaar en ik vroeg de galeriehoudster of het mogelijk was ze even naast elkaar te plaatsen.

„Dat gaat niet zo makkelijk”, zei ze, „want ze zitten met siliconenkit aan de muur vast.”

Dat is een soort lijm, begreep ik, waarmee je zelfs de slechtste huwelijken bij elkaar kunt houden. Waarom was dat ook in kunsthandels soms nodig?

„Omdat er zoveel gestolen wordt”, zei ze. Ze wees om zich heen naar de verschillende ruimten waaruit haar zaak bestond. „Tien jaar geleden, toen ik hier begon, was dat nog niet aan de orde, maar nu stelen ze waar je bij zit. Ik heb hier natuurlijk wel videobewaking, maar ik kan niet steeds alle schermen in de gaten houden.”

Ik wees op een schilderij van een fors formaat. „Hoe beveiligt u zoiets?”

„Dat kunt u vanaf hier niet zien”, glimlachte ze, „maar het zit aan de achterkant met een slot vast.”

„Nou ja, zo’n groot doek zullen ze niet zo gauw meenemen”, zei ik.

Eerst vertelden haar ogen me hoe naïef ik was, daarna kwamen de woorden – in een vloedgolf. „Ze staan echt voor niets. Ik heb gemerkt dat er zelfs onder vaste klanten dieven zijn. Die komen eerst kijken en sturen er dan een stroman op af. Ziet u de bronzen beeldjes op die sokkels daar? Die zitten ook met siliconenkit vast, anders zouden de mensen er zó mee onder hun jas weglopen. Alleen met veel geweld kun je ze van hun sokkel halen. Dat zou te veel lawaai maken, wat doen ze dus? Telkens wrikt er iemand een beetje aan. Als je dat maar vaak genoeg doet, verspreid over meer dagen, begint zo’n beeldje los te raken.”

Ik stelde me voor hoe ik mezelf als eigenaar in zo’n winkel zou voelen – meer bewaker van goudstaven in Fort Knox dan handelaar in edele olieverfjes. Elke nieuwe klant zou ik bekijken met ogen die bol stonden van de paranoia. „U wilt even kijken? Mag ik u dan wel straks fouilleren als u het pand verlaat? En uw tas mag u daar bij de ingang laten staan.”

Geen ideale kennismaking. Het lijkt me vooral zo lastig om even later trots over te schakelen op de idyllische landschapjes van de jonge, veelbelovende schilder Lodewijk Termeerhoven, wiens subtiele penseelvoering alle kenners verbluft. „Straks niet meer te betalen”, zeg je tegen de klant, terwijl je stiekem kijkt of er onder zijn jasje geen knuppel zit waarmee hij je naar glazige verten kan timmeren.

„Waarschuwt u wel eens de politie?” vroeg ik.

Ze haalde haar schouders op. „Aan de politie heb je niks. Die vinden kunstdiefstal niet belangrijk. Misschien hebben ze ook wel gelijk. Na dertig jaar wordt een gestolen kunstvoorwerp je eigendom. Wat is nou dertig jaar?”

Ze leidde me naar de deur. „Ik moet sluiten. Ik moet nog boodschappen doen en mijn kinderen zitten thuis op me te wachten. Ik ben een alleenstaande moeder.”

Ik bedankte haar voor de lesjes modern leven en stapte naar buiten – in haar ogen misschien wel als een potentiële verdachte.

    • Frits Abrahams