Is het IJsland of is het Amerika?

In A Little Trip to Heaven is niemand aardig en iedereen een bedrieger.

Wie wie bedriegt blijft tot het einde een raadsel, net als het landschap.

scene uit de film Little Trip to Heaven FOTO: A-Film

Is het IJsland of is het Amerika? In ieder geval is het een landschap dat niet met veel bedeeld is. Bomen, heuvels, huizen, ze zijn er niet; niets om het oog te plezieren. Er is veel regen, zoveel dat je ernaar snakt dat-ie ophoudt. De regenbui waarmee A Little Trip To Heaven begint, moet een van de langste uit de filmgeschiedenis zijn. En deze regen is kwaadaardig; als zoiets uit de hemel komt, moet je daar misschien niet heen willen.

A Little Trip to Heaven is de derde film van de IJslandse regisseur en acteur Baltasar Kormákur (1966). Eerder maakte hij Reykjavik 101 en The Sea, twee films die zich juist op IJsland afspeelden. Het ging in die films over het leven in wat als een uithoek van de wereld beschouwd wordt. Maar het dorp waar A Little Trip to Heaven zich afspeelt, heet Hastings, en de bewoners spreken Engels.

Waarom zou Kormákur IJsland dit keer weggemoffeld hebben? Want de film is wel in IJsland opgenomen. Het zou met geld te maken kunnen hebben, met het idee dat de wereld in het Engels nu eenmaal makkelijker te veroveren is, met bewonderde acteurs die in die taal spelen. En met de Amerikaanse film. A Little Trip To Heaven is gesitueerd in mythisch filmland Amerika, het land van Badlands en Fargo, van Double Indemnity en The Postman Always Rings Twice. Het verhaal maakt meer bochten dan de wegen in A Little Trip To Heaven. Wie bedriegt wie in dit vlakke land vol regen, sneeuw en niets?

Forest Whitaker speelt een verzekeringsagent die moet onderzoeken of mensen ten onrechte een overlijdensverzekering incasseren. Bijvoorbeeld omdat ze rookten, terwijl in het contract stond dat ze dat niet deden. Een zaak voert hem naar het godvergeten gat Hastings, waar een man is omgekomen bij een auto-ongeluk waardoor diens zuster een miljoen dollar kan innen. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet.

Geen van de personages in A Little Trip To Heaven is sympathiek, maar door de acteurs die ze spelen vergeet je dat soms. De zuster wordt gespeeld door Julia Stiles, die bij haar bruut van een man blijft wegens haar zoontje. En, de verzekeringsagent is Forest Whitaker, de acteur die in Ghost Dog van Jim Jarmusch en Bird van Clint Eastwood zo’n indruk maakte. Met een hoog stemmetje in een niet thuis te brengen accent, een mal mutsje en logge bewegingen maakt Whitaker van de verzekeringsagent iemand die zijn nare beroep niet aan te rekenen is, ook al liegt en bedriegt hij nog schandaliger dan zijn klanten. Whitaker weet te suggereren dat de geschiedenis van de agent op zich een film waard is.

Ook de plot van A Little Trip To Heaven is eigenlijk meer de suggestie van een plot, want wie nu wie bedriegt en hoe het nu precies zit, gaat kopje onder in de sfeervolle beelden. Anders dan bij de Coen Brothers, die Kormákur zelf als inspiratie noemt, is er geen humor en geen gewoonheid die ontsnapping bieden. Die zitten eigenlijk alleen in het filmpje waarmee het verzekeringsbedrijf op de televisie reclame maakt. Iets om naar te verlangen.

Film

A Little Trip To Heaven

Regie: Baltasar Kormákur. Met: Forest Whitaker, Julia Stiles, Jeremy Renner, Peter Coyote. In: De Uitkijk, Amsterdam.