Hogere rente voor de zestiende keer

De Amerikaanse basisrente is gisteren met 0,25 procentpunt verhoogd tot 5 procent. Dat is het hoogste rentepercentage sinds maart 2001. Het is de zestiende verhoging op rij. Volgens bankpresident Bernanke staat de economie in de VS er „vrij sterk” voor, maar hij wil voor verdere rentebesluiten macro-economische cijfers afwachten.

De Federal Reserve, het Amerikaanse systeem van centrale banken, begon onder leiding van Bernankes voorganger Alan Greenspan in juni 2004 met de verhogingen om oververhitting van de economie tegen te gaan en de inflatie te beteugelen.

Voor de huidige cyclus van verhogingen stond de rente op 1 procent, het laagste punt van de afgelopen vier decennia. De basisrente is het rentepercentage dat banken elkaar betalen. Banken passen na een rentebesluit meestal hun commerciële rentepercentages snel aan. Consumenten zien daarmee hun leningen duurder worden.

De verhoging van gisteren was verwacht. Financiële markten zijn nu verdeeld over de vraag of de ‘Fed’ na de volgende vergadering eind juni de rente opnieuw zal aanpassen.

De afgelopen weken is gebleken dat Bernanke en de markt elkaar nog niet goed verstaan. In april zei Bernanke in het Congres dat er een eind aan de verhogingen zou komen. Twee weken later liet hij via een journalist weten „verkeerd begrepen” te zijn. De beurs reageerde sterk op beide uitlatingen.

Bernanke wees gisteren op langetermijneffecten die de grootste economie ter wereld kunnen afkoelen. Naast eerdere renteverhogingen kan ook de afremmende huizenmarkt een dempend effect hebben. Hogere energieprijzen hebben tot nu toe volgens de bankpresident „een bescheiden effect” gehad op de economie.