Het einde der tijden

In Antigua wordt duidelijk dat Suzy Smith lange tijd bang was dat ze de geboorte van de Nieuwe Wereld niet zou meemaken.

In het zuiden van Yucatán, voorbij de Mexicaanse grens, ligt in het meer van Petén Itzá een eiland waar beschermde dieren worden opgevangen. We varen erheen met een watertaxi. Van de schipper mogen we net zo lang weg blijven als we willen. Kunst, zijn teller loopt door. Maar hij heeft het goed gezien. We zijn er niet weg te slaan. Meteen al bij aankomst wordt Gerarda zo innig omhelsd door drie zwarte slingeraapjes, dat er mankracht aan te pas moet komen om haar uit hun omarming te bevrijden. De meeste dieren zijn onderschept bij de illegale handel. We zien jonge tapirs, poema’s en brulapen, maar ook toekans, papegaaien en koraalslangen. Vooral de nieuwsgierige pizotes en de aandoenlijke kinkajoes stelen de show. Niet toevallig is de kinkajoe, een rolstaartbeertje, het symbool van Arcas, de organisatie die de dieren terugplaatst in het oerwoud.

We worden rondgeleid door ene Suzy Smith uit Australië. Zoals alle vrijwilligers hier heeft zij haar hart aan de dieren van Arcas verpand, maar niet aan allemaal. Haar beide onderarmen zijn in verband gewikkeld. Ze is gebeten door een slingeraap. Die hebben volgens haar een hekel aan vrouwen. Voor Gerarda een reden temeer om blij te zijn met de apenliefde die haar ten deel viel.

Het lijkt erop dat Suzy Smith op haar beurt blij is met haar wonden of op z’n minst met de aandacht die ze daardoor krijgt. We kunnen tenminste geen andere conclusie trekken als we in de toeristenbus naar Tikal haar stem herkennen boven het geroezemoes uit. Iedereen krijgt te horen dat zij het slachtoffer is van dierlijke agressie en dat ze nog maar moet afwachten of ze het er levend afbrengt.

In Tikal, waar we onze ogen uitkijken bij de Maya-tempels, beklimmen we de hoogste piramide om te genieten van het uitzicht over het oerwoud om ons heen. We worden tijdens de klim vergezeld door een familie pizotes, de nieuwsgierige neusbeertjes die we al bij Arcas zagen. „Maak dat je weg komt jongens, anders worden jullie gekidnapt”, denk ik. Gerarda kan mijn gedachten lezen. „Wegwezen, jullie lopen gevaar”, zegt ze.

We logeren in dezelfde lodge als Suzy Smith. Ze waarschuwt ons dat er ook hier in Tikal gevaarlijke beesten zijn. Er zou een zwarte jaguar rondsluipen, die met zijn gemene gele ogen vanuit het struikgewas de wandelaars beloert. Ze heeft zijn aanwezigheid zelf gevoeld. Het was doodeng, temeer omdat ze zeker wist dat hij achter haar aan kwam toen ze terug vluchtte naar de lodge. In één adem vertelt ze dat ze heeft ontdekt dat de Maya-kalender niet verder loopt dan het jaar 2012. We begrijpen zeker wel wat dat betekent. We hebben geen idee. Suzy openbaart ons dat het einde der tijden nabij is. Het aangezicht der aarde zal in één klap totaal veranderen, net als miljoenen jaren geleden, toen op ditzelfde schiereiland Yucatán een meteoriet insloeg en de dinosaurus uitstierf. Weliswaar wordt dat laatste door wetenschappers betwist, maar we hebben geen zin om met haar in discussie te gaan.

We zien miss Smith een tijdje later terug in Antigua, de vroegere hoofdstad van Guatemala. Het verband is van haar armen af. „Ik zie dat je het overleefd hebt”, zegt Gerarda. Suzy brandt los: „Ik ben heel, heel erg bang geweest dat ik de geboorte van de Nieuwe Wereld niet zou meemaken, maar nu weet ik dat ik er bij zal zijn als onze planeet in een hogere trillingstoestand komt.” Ze steekt een verhaal af over the Age of Aquarius en de Nieuwe-Tijdskinderen die superintelligent en onhandelbaar zijn, en ook over de apocalyps en de graancirkels, Nostradamus en de kabbala. De Grote Dag valt op 21 december, precies op haar verjaardag. Dat kan toch geen toeval zijn, zegt ze. „Niet als je het middelpunt van het universum bent”, veronderstelt Gerarda. „Thank you”, zegt Suzy stralend.