het beeld

Ned.3 (NPS), Dokwerk: Het verdriet van Roermond, 10 mei, 20.52u.

In 1975 was er nog een grenspost Roermond-Maalbroek, op de weg naar het Duitse Elmpt. In datzelfde jaar leefden ook nog verschillende getuigen van de gebeurtenissen op tweede kerstdag 1944. Mevrouw C. Ouwerkerk-Balendonck vertelde voor de camera van Louis van Gasteren hoe ze die wagen de weg naar Duitsland had zien oprijden, met dertien mannen, onder wie haar man Willem Jongen, en haar nichtje d’r zwager, Josef Janssens, en die jongen van haar zus, die 36 was en nog nooit een meisje had gehad: Johannes Hanno. Er lag ook een zwaar bloedende Rijksduitser in de wagen, Josef Fuchs. De meesten droegen spaden: Hubertus Selder, Frans Denis, Louis Uphus, de broers Thijs en Wicher Oljans, Willem Winters en Jan Tobben, die zestien was, net als Mathieuke Sevenich. En een onbekende Pool, die in het niemandsland voor het Elmpter Wald een extra diepe kuil voor zichzelf groef, want dan zou hij het minder koud hebben, zei hij. Ze waren standrechtelijk ter dood veroordeeld, zogenaamd als verzetsgroep. In werkelijkheid waren ze ondergedoken in frontstad Roermond, waar alle mannen zich hadden moeten melden. Omdat bijna niemand dat vrijwillig deed, wilde commandant Ulrich Matthaeas een voorbeeld stellen.

Bijna dertig jaar moesten de twaalf en een half uur filmmateriaal van Van Gasteren over Het verdriet van Roermond wachten op montage. De filmer sprak Matthaeas in Duitsland, maar die wilde niet gefilmd worden. Hij was in 1946 ontsnapt tijdens een transport van kamp Dachau naar Nederland. De marechaussees die hem begeleidden hadden hem zo hard geslagen dat hij voor dood werd achtergelaten in een kelder in Wiesbaden. Later trouwde hij met een tandarts en diende in de Bundeswehr. Een onderzoek van het openbaar ministerie in Brunswijk naar zijn rol in Roermond schoot niet erg op, mede door geklungel in Nederland. Uiteindelijk volgde een sepot, waar de Nederlandse justitie geen beroep tegen aantekende. Hij stierf in 1994 op 83-jarige leeftijd.

Je kunt veel van Louis van Gasteren zeggen, maar niet dat hij geen groot filmer is, mede door zijn geobsedeerde ordening van pijnlijke feiten, ook en vooral uit de Tweede Wereldoorlog. Het verglijden van de tijd en het verjaren van oorlogsmisdaden maakt het na twee keer dertig jaar alsnog vertellen van het Roermondse verhaal zo mogelijk nog schrijnender. En er zijn vele vragen: wat is nu precies een terrorist? Wat bewoog die Nederlandse marechaussees? Waarom was justitie zo laks? Maakt het laten graven van een eigen graf een standrechtelijke executie tot een oorlogsmisdaad?

Het verdriet van Roermond werd in maart 2005 door de regionale omroep L1 uitgezonden als serie van vier keer een uur. Cees van Ede hermonteerde die serie voor Dokwerk (NPS) tot anderhalf uur. Van Gasteren is zeer tevreden met die nieuwe versie. Ik denk dat de originele versie nog beter zal zijn geweest, omdat dit soort verhalen, net als Claude Lanzmanns Shoah, het moet hebben van een geduldige litanie van details. Nu gaat het soms wat schokkerig en komen gegevens uit de lucht vallen.

In de laatste minuten is de samenvatting van de Amsterdamse emeritus-hoogleraar strafrecht Frits Rüter nauwgezet en onontkoombaar: „Uiteindelijk heeft de overheid het verdriet van Roermond koud gelaten.”

    • Hans Beerekamp