Geen welles-nietes over feestrel

In Pijnacker liep een feest zaterdag uit op massale inzet van politie. De gemeenteraad kent de woede van de bevolking, maar wil eerst onderzoek.

Een tiental agenten hangt rond het raadhuis van Pijnacker-Nootdorp in de avondzon. In de lege winkelstraat staat een politiewagen met draaiende motor. Twee agenten te paard schuifelen langs.

Ze zien hoe Erik van den Berg (24) op zijn krukken het raadhuis binnenstrompelt. Zijn rechterarm vol verse wonden van beten van een politiehond, zijn neus gebroken door een gummistok. Rond een kuit zit een dik verband. „Mijn spier hing helemaal uit mijn been.”

Littekens van het bevrijdingsfeest afgelopen zaterdagnacht dat eindigde in een hardhandige aanvaring tussen de ingezette oproerpolitie en een deel van de bezoekers. Resultaat: zestien aanhoudingen, vijftien gewonde feestgangers die behandeld moesten worden, vier gewonde politieagenten. En meer dan veertig klachten over politiegeweld, jongeren die de dagen daarna het huis van de burgemeester bekogelden.

Gisteravond sprak de gemeenteraad over de rellen, die onder de bevolking tot veel beroering hebben geleid, ook omdat onder de 2.500 bezoekers veel jonge pubers aanwezig waren.

Voor Erik van den Berg is het de eerste keer dat hij de gemeenteraad bezoekt, maar in de raadszaal is voor hem geen plaats. In de snel groeiende gemeente is al nauwelijks ruimte voor alle raadsleden. De overgebleven plekken zijn voor de pers. Bewoners kunnen in de hal via een tv-scherm de beraadslagingen volgen.

Het valt Van den Berg tegen. De raadsleden „vertellen oppervlakkige verhalen”. Hij is gekomen om te begrijpen waarom hij zo toegetakeld is. „Ik had meer uitleg verwacht, maar ben niets wijzer geworden. Het is een teleurstelling.” Hij zal geduld moeten hebben. De rijksrecherche is begonnen met een onderzoek naar het politieoptreden. Gisteren besloot de raad dat er ook een onderzoek moet komen naar het optreden van de burgemeester.

De meeste partijen willen niet praten over de exacte gebeurtenissen van zaterdagavond. Ze hebben, zoals CDA-fractievoorzitter Bob van der Deijl, allemaal van bewoners gehoord dat er door de politie „idioot hard is opgetreden, verkeerde taal is gebruikt, te lang is doorgejaagd, te weinig onderscheid is gemaakt tussen jonge kinderen en oudere jeugd”. Ze begrijpen dat de bevolking nijdig is, dat het een trauma is, dat het bijzondere jaarlijkse feest van de Oranjevereniging en de gemeente „buitengewoon negatief in het nieuws” zijn gekomen. Maar ze hebben ook een ander relaas gekregen, waarin de gebeurtenissen geheel anders worden beschreven. En dus waagde de gemeenteraad zich gisteravond niet aan waarheidsvinding. Van der Deijl: „Het moet geen welles-nietes spelletje worden.”

De ene brief, van de burgemeester, vertelt het verhaal van de politie. Hoe rechercheurs tegen het einde van het feest een „sfeerverandering” merkten, een gevoel dat door de organisatoren gedeeld zou zijn. Hoe het na afloop misging omdat omstanders een aangehouden man wilden ontzetten. Hoe dat leidde tot agressie tegen de politie. Hoe de politie daarom iedereen het bevel gaf weg te gaan. Hoe bezoekers in plaats daarvan de politie bekogelde „met flessen en stenen”. De burgemeester: „De politie heeft zich vervolgens op linie [...] geformeerd waarna de bezoekers [...] met ondersteuning van politiehonden, zijn afgevoerd.”

Dan de brief van de organisatoren van het feest, de Oranjevereniging. Er was geen „spoor van grimmigheid”. Dat het beveiligingsbedrijf de hulp van de politie zou hebben ingeroepen, klopt niet. Dat het escaleerde, komt vooral door de politie zelf. Een politieauto en motoragent zouden zijn ingereden op de menigte om een doorgang voor een ambulance te forceren. De politie was volgens bezoekers onbeschoft en agressief. „Bezoekers die duidelijk de intentie hadden rustig naar huis te gaan, werden achterna gezeten door ME’ers met gummistokken en honden. Ouders met kinderen idem dito.”

Michel van der Vliet zag hoe zijn vriend Erik door twee honden gepakt werd. Hij wilde helpen, maar had voor hij het wist zelf een hond aan zijn been hangen. Hij heeft, vertelt zijn broer Patrick, een „gat in zijn lies waar je met een vinger in kan roeren”. Toen hij op de grond lag, smeekte hij de politie om hem maar te arresteren. „Die agent bleef maar op mijn rug rammen.” Misschien maakte zijn broer een fout door terug te lopen, zegt Patrick, maar dan was één stokslag ook wel genoeg geweest.

Ook de broers hebben vooral in de raad „lange verhalen over niets gehoord”. Michel: „Ik heb niet echt het idee dat er zwaar met de slachtoffers wordt meegeleefd.”