Dominante verwant

Menselijke etiketten als ‘vriendelijk’ en ‘extravert’ blijken goed bruikbaar voor het typeren van orang oetans. Wat betreft dominantie valt hij buiten de menselijke maat.

Het karakter van de orang oetan is wat betreft structuur vergelijkbaar met dat van de mens. Foto AFP A Sumatran Orang Utan holds his head in his hands as he peers out of his enclosure at the Hanover Zoo 12 April 2006. AFP PHOTO DDP/JOCHEN LUEBKE GERMANY OUT AFP

De persoonlijkheidsstructuur van orang oetans verschilt niet zo heel erg van die van de mens. Van de vijf meest gebruikte menselijke persoonlijkheidskenmerken zijn alleen openheid en ordelijkheid niet bruikbaar bij deze Aziatische mensapensoort. Maar emotionele stabiliteit, extraversie en vriendelijkheid werken prima als kenmerk. Bij orangs blijken ook twee bij mensen onbruikbare persoonlijkheidsfactoren belangrijk: ‘dominantie’ (agressief, jaloers, roekeloos, impulsief) en wat de onderzoekers noemen ‘verstand’ (inventief, intelligent, handig, onafhankelijk). Bij de mensen vallen de onderdelen van deze laatste eigenschap deels onder ‘openheid’ en deels onder ‘ordelijkheid’ (met IQ heeft het niet veel te maken).

Dit blijkt allemaal uit een grootscheeps onderzoek, gepubliceerd in het laatste nummer van het Journal of Personality and Social Psychology (maart). Daarbij werden 152 orang oetans in 41 verschillende dierentuinen door hun verzorgers beoordeeld op 48 typeringen (zoals ‘speels’, ‘roekeloos’, ‘kwetsbaar’, ‘onhandig’, ‘prettig in de omgang’). Vervolgens werd met factoranalyse nagegaan welke typeringen vaak voor dezelfde orang worden gebruikt. Uit die berekening ontstaat een patroon waarmee de typeringen kunnen worden geclusterd in een klein aantal belangrijke factoren.

Al eerder werd vergelijkbaar onderzoek gedaan bij chimpansees. Bij deze mensapen bleken zes factoren van belang, waarvan de bij mensen onbruikbare factor ‘dominantie’ zelfs de belangrijkste bleek. Maar een verrassende conclusie uit dat onderzoek (in 1997) was dat de andere vijf factoren vrijwel identiek waren aan de vijf menselijke. Dat versterkte natuurlijk het vertrouwen in deze vijffactorenindeling van de menselijke persoonlijkheid. Maar belangrijker was dat er ineens zicht was op de evolutie van de menselijke persoonlijkheidsstructuur. Later werd dat de persoonlijkheidskenmerken voor een belangrijk deel erfelijk zijn, net als bij mensen.

Chimps en mensen stammen af van een gemeenschappelijke voorouder die circa zes miljoen jaar geleden leefde. Dat óók dominantie voor die voorouder een belangrijke typering was voor de persoonlijkheid is redelijk waarschijnlijk als hij net als de huidige chimpansee leefde in een sociale structuur die sterk hiërarchisch is. Het feit dat dominantie óók belangrijk is bij orangs versterkt dat idee. Orangs hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimps en mensen die 14 miljoen jaar geleden leefde. Waarschijnlijk ontwikkelde de menselijke tak van de mensapen zijn huidige egalitaire sociale structuur veel later, en is daarbij het belang van dominantieverschillen verdwenen. Een persoonlijkheidskenmerk wordt belangrijk als er verschillen in zijn onder de bevolking. Bij mensen is kennelijk iedereen ongeveer even dominant, maar dus niet even vriendelijk. Het systeem is iets ingewikkelder omdat de typering ‘dominantie’ wel weer een (negatief) onderdeel uitmaakt van de factor vriendelijkheid.

Dat de mens minder aan de orang verwant is dan aan de chimp komt dus duidelijk tot uiting in de grotere verschillen in persoonlijkheidstructuur. Typeringen die bij mensen duidelijk horen bij ‘openheid’ (zoals inventiviteit en intelligentie) of bij ordelijkheid (zoals beslistheid, handigheid en onafhanklijkheid) bleken dus bij orangs onder één en dezelfde factor te vallen (‘verstand’). Ook opmerkelijk was dat typeringen die bij mensen vallen onder de negatieve pool van vriendelijkheid (zoals pesterigheid, agressiviteit en uitdagendheid) bij de orangs samen met een paar andere onder één autonome factor blijken te vallen: ‘dominantie’, die bij mensen dus niet bestaat. Hieruit blijkt natuurlijk ook dat de factor ‘vriendelijkheid’ bij orangs niet helemaal hetzelfde is als bij mensen, maar de gelijkenis is groot genoeg om dezelfde naam te rechtvaardigen.

    • Hendrik Spiering