De kracht vanD66: twijfel en nuance

Minister Pechtold: strategischer opereren.

„Ons gedrag is onvoorspelbaar geworden”, zegt hij.

„Er moet, ook in een democratische partij als de onze, leiderschap getoond worden.” Foto Vincent Mentzel Alexander PECHTOLD,minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Den Haag, 17 januari 2006 Mentzel, Vincent

Minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) zegt niet graag dat hij de baas wil zijn. Hij is „minder geschikt voor de tweede viool”. En: „Ik ben niet zo’n volgzaam type.” Want zo praat hij: in understatements, op licht cynische toon en, als het kan, in beeldspraak. Over zijn partij zei hij vorig jaar dat die „de zichtbare buitenboordmotor” zou moeten zijn van het kabinet-Balkenende II. Nu zegt hij: „We waren zichtbaar, maar niet per se in positieve zin.”

Gisteren maakte Pechtold bekend dat hij lijsttrekker wil worden van D66. Pechtold is de eerste die zegt dat hij de partij wil leiden. Zaterdag is er in Zutphen een partijcongres. Fractievoorzitter Lousewies van der Laan heeft gezegd dat ze eerst dat congres wil afwachten voordat ze zich misschien kandidaat stelt. Ze wil zien wat de leden van haar en haar ideeën vinden. Pechtold zegt: „Ik wilde vóór het congres helderheid geven. Mijn naam werd genoemd. De leden mogen me er nu op aanspreken.”

D66 staat in opiniepeilingen op twee zetels, een verlies van vier. Volgens Van der Laan is de partij niet meer geloofwaardig. Hoe ernstig is de situatie?

„De staat waarin mijn partij verkeert, is óók een motivatie om me kandidaat te stellen. We zijn de sympathie kwijtgeraakt van mensen die ons hun tweede stem gaven. Die stemden een andere partij, maar geregeld ook D66. Maar ons gedrag is onvoorspelbaar geworden. Twijfel en nuance waren bij ons altijd een teken van kracht en niet van zwakte. Daar zijn we een beetje van afgeraakt.”

Wat ging er mis?

„Ik hou er niet van om daar lang bij stil te staan. Wie maakt geen fouten? Het zijn mensen die dat doen, processen zijn niet goed op elkaar afgestemd. En soms zit het gewoon tegen. Regeringsdeelname heeft D66 nooit geloond. De wereld is de afgelopen jaren ook grimmiger geworden. En het kiezersgedrag is gaan fluctueren. De eigenschap dat je een komma nodig hebt om tot een punt te komen, is onder druk komen te staan.”

Er is onrust bij afdelingen van uw partij. Ze willen van naam veranderen. Ze klagen over de partijtop.”

„Er moet, ook in een democratische partij als de onze, leiderschap getoond worden. We moeten aangeven dat besluiten uitgevoerd gaan worden. Nooit meer mag onze genuanceerdheid en analyse uitgelegd worden als gedraai. Dat betekent dat we strategischer moeten opereren. Die genuanceerde stijl van ons herkent niemand nog.”

U zegt dat er leiderschap nodig is bij D66. Was dat er de laatste jaren niet?

„In elk geval was het niet zichtbaar.”

Maar dan is het er toch niet?

„Klopt. Maar als je kijkt naar de fractie, dan kan ik honderd redenen bedenken waarom ik het zelf niet anders had gedaan. En het leiderschap is niet gepakt, maar het is ook niet door de partij aan iemand gegeven na het aftreden van Thom de Graaf.”

Na het aftreden van Dittrich, door het debat over de Afghanistan-missie, zei Lousewies van der Laan dat de partij door haar strak geleid zou gaan worden. Brinkhorst zou ‘vanaf de achterbank’ meesturen. En u?

„Ik zit overal aan tafel.”

Wordt de partij nu, zoals Van der Laan zei, strak aangestuurd?

„Nee.”

Waarom denkt u dat u beter bent als lijsttrekker dan Van der Laan?

„Dat zeg ik niet. Ik ga uit van mijn eigen kracht. De partij moet weer zelfvertrouwen krijgen, ik denk dat ik de mensen daarvan kan overtuigen. Ik heb een lange lokale ervaring, als raadslid, wethouder en burgemeester, waarbij je dicht bij mensen staat. Daar heb ik veel van geleerd. En ik ken de partij. Ik was partijvoorzitter, heb meegeschreven aan een artikel over de toekomst van D66. Ik voel de urgentie iets te doen aan de problemen die ik zie en ik denk dat D66 een rol kan spelen bij de oplossing daarvan. Nederland is in zichzelf gekeerd en bang geworden. Ik wil dat D66 weer op een rustige manier kan laten zien dat het ons om de toekomst gaat, om de volgende generaties.”

U hebt zich ervan verzekerd dat u voldoende steun hebt in de partij?

„Het is geen gelopen race. Maar ik begin niet aan iets waarvan ik denk dat ik het ga verliezen. Ik stel wel iets in de waagschaal. Als ik het word, zal de aandacht voor mij en de kritiek toenemen. Als ik het niet word, zal mijn draagvlak afnemen en zal mijn positie minder sterk worden.”

Er zijn D66-leden die zeggen dat u beschadigd bent geraakt door uw uitspraken over de Haagse politiek die ‘vuil en vunzig’ zou zijn.

„Na dat interview (in Opzij, begin dit jaar, red.) heb ik een zware periode gehad. Ik ben met die woorden mijn doel voorbij geschoten, ik zou zelfs willen zeggen dat de woorden fout waren. Maar de analyse, daar sta ik nog steeds achter. Wat er daarna gebeurt, is dat het aan je kleeft alsof dat het enige is dat je ooit hebt gezegd. Het heeft een plek gekregen bij mij. Het heeft te lang geduurd naar mijn zin voordat het zover was. Maar ik voel me niet beschadigd.”

Van der Laans droomkabinet is met PvdA en VVD is. ‘Nieuw Paars’.

„Ik vind dat je daar niks over moet zeggen als je in de peilingen op twee, drie zetels staat. En over welke PvdA hebben we het? Ik wil niet flauw doen, maar ik weet nog steeds niet wat Bos wil. Eerst wilde hij een gekozen premier, met Job Cohen, en nu wil hij er niks meer van weten.”

U hebt het naar uw zin in het kabinet-Balkenende.

„Dit kabinet was niet de keuze van de kiezer en ook niet van ons. We waren nodig voor een meederheid en toen was de vraag: welke eigen punten kun je agenderen? De pluspunten zitten in de langdurige verandering van stelsels die volgens ons noodzakelijk zijn. De minpunten raken voor ons aan open zenuwen. De 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers bijvoorbeeld, voor wie wij een generaal pardon wilden.”

    • Petra de Koning