Brits asiel voor Afghaanse kapers

Negen Afghaanse vliegtuigkapers mogen zeer tegen de zin van de Britse regering niet alleen in Groot-Brittannië blijven, maar moeten ook vrij in het land kunnen wonen en werken. Dat heeft een rechter gisteren in hoger beroep bepaald.

De rechter kapittelde het ministerie van Binnenlandse Zaken voor het feit dat het een eerdere soortgelijke uitspraak had genegeerd. Premier Blair, die zich gewoonlijk van commentaar op vonnissen onthoudt, hekelde de uitspraak. „We kunnen niet een toestand hebben waarin we niet in staat zijn mensen die een vliegtuig kapen uit te zetten naar hun land van herkomst”, aldus Blair. Binnenlandse Zaken wil opnieuw in hoger beroep gaan.

De Afghanen hadden in februari 2000 een vliegtuig gekaapt en de piloot gedwongen naar het vliegveld Stansted bij Londen te vliegen. Daar gaven ze zich na zeventig uur over en vroegen asiel aan voor zichzelf en hun familieleden, die als passagiers waren meevlogen. Volgens de Afghanen hadden ze gezien de onderdrukking door het Talibaan-regime in hun land geen keus.

De kapers werden aanvankelijk tot een gevangenisstraf veroordeeld, maar in 2003 bepaalde een rechter dat ze onjuist waren behandeld. Achtereenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken deden er vervolgens alles aan de kapers uitgewezen te krijgen. Ze wilden vermijden dat meer mensen vliegtuigen zouden kapen met als doel in het Verenigd Koninkrijk te kunnen verblijven.

In 2004 oordeelde een immigratiecommissie met juridische bevoegdheden dat het in Afghanistan te gevaarlijk was om de kapers terug te sturen. Binnenlandse Zaken bleef niettemin hun bewegingsvrijheid beperken.