‘Bayern kwam tot leven na zondagsschot’

Afgelopen weekend werd Bayern München voor de twintigste keer kampioen van Duitsland. Een gesprek met Thomas Hüetlin, die een boek schreef over de geschiedenis van de club.

Spelers Bastian Schweinsteiger, Mehmet Scholl en Ron Makaay van Bayern München vieren de landstitel, afgelopen zaterdag. Foto AP Munich players Bastian Schweinsteiger, Mehmet Scholl and Roy Makaay of Netherlands, from right, celebrate with water after the German first soccer division between 1. FC Kaiserslautern and Bayern Munich in the Fritz-Walter stadium in Kaiserslautern, southern Germany, Saturday, May 6, 2006. Bayern Munich clinched its 20th German title by drawing 1-1 at FC Kaiserslautern on Saturday.(AP Photo/Michael Probst)** EMBARGOED AGAINST ANY MOBILE USE (NO MMS) UNTIL 18:30 GMT ** Associated Press

Amper was Bayern München zaterdag in Kaiserslautern voor de twintigste keer voetbalkampioen van Duitsland geworden, of manager Uli Hoeness stelde in een interview de Europese verwachtingen voor het komende seizoen naar beneden bij. Bayern moet in internationaal opzicht „kleinere Brötchen backen”, vertelde Hoeness. Met andere woorden: verwacht volgend jaar van Bayern geen wonderen in de Champions League.

Thomas Hüetlin, correspondent in Londen van het weekblad Der Spiegel en schrijver van het onlangs verschenen Gute Freunde, Die wahre Geschichte des FC Bayern München, toont begrip: „Clubs uit Spanje, Italië en Groot-Brittanië kunnen hun successen kopen. Ze zijn bereid zich daarvoor fors in de schulden te steken.” Hoeness stond volgens de scribent voor de vraag: kan Bayern zich in de nabije toekomst meten met topteams uit de Engelse Premier League? „Niet dus, zolang daar met geld wordt gesmeten. Hoeness weet dat het geen zin heeft dertig of veertig miljoen euro uit te geven aan één internationale topspeler, zo lang clubs in Spanje, Italië en Engeland hele elftallen met dergelijke spelers vullen.”

Hüetlin (1961) groeide op in een villawijk van München in de jaren zeventig. Drie straten verderop woonde Franz Beckenbauer. „Het was het paradijs”, zegt hij over zijn jeugd. „Dat deel van Duitsland lijkt op Californië: een aangenaam klimaat, meren en bergen in de buurt, veel mogelijkheden tot recreatie. En Bayern München om de hoek. Ik ben mijn hele leven al aan Bayern verslingerd, misschien niet zo vreemd als je opgroeit in een buurt met topvoetballers.” Waar hij ook werkte voor Der Spiegel – in Washington, Japan of Londen – hij probeerde altijd de wedstrijden te volgen en het clubnieuws bij te houden.

Het succes van Bayern als internationale topclub begint volgens Hüetlin in de laatste minuut van de verlenging van de Europa-Cupfinale van 1974 in Brussel. Verdediger Georg Schwarzenbeck maakte met een droge knal in de linkerhoek gelijk tegen Atlético Madrid: 1-1. Een extra wedstrijd was noodzakelijk, omdat strafschoppen een wedstrijd destijds nog niet beslisten. Twee dagen later overklaste Bayern, met libero Beckenbauer, spits Gerd Müller, middenvelder Paul Breitner en rechtsbuiten Uli Hoeness in de gelederen, de Spanjaarden met 4-0. Het ‘Gouden Bayern’ was geboren, de club die midden jaren zeventig het stokje van Ajax overnam en drie keer op rij de Europa Cup voor landskampioenen won.

Het doelpunt van Schwarzenbeck was volgens Hüetlin „misschien wel de meest belangrijke goal in de geschiedenis van de club”. Uitgerekend Schwarzenbeck, de verdediger die het vuile werk voor stilist Beckenbauer opknapte en nooit scoorde, schoot Bayern naar een internationaal topniveau. „Een prachtig moment, geknipt voor Hollywood. Schwarzenbeck is een bescheiden man. De spreekwoordelijke underdog die met een zondagsschot de internationale successen van zijn club mogelijk maakt – dat vond ik een mooi gegeven.”

Voor Hüetlin waren het onvergetelijke tijden. In het late voorjaar werd Bayern lands- en Europees kampioen. In de zomer won Duitsland de wereldtitel, ‘gedragen’ door de as Beckenbauer-Breitner-Müller. „Vreemd genoeg was Bayern in 1974 in feite al over zijn hoogtepunt heen. Begin jaren zeventig speelde het team beter, maar internationaal succes bleef uit omdat Ajax het toen overtroefde.”

Na het WK van 1974 waren de sterspelers moe, denkt Hüetlin. In 1975 eindigde Bayern als tiende in de Bundesliga, de seizoenen daarop kwam de club nooit dicht bij het kampioenschap. „Alleen internationaal was er succes, driemaal op rij. De laatste cup werd met veel geluk gewonnen, in de finale werd St. Etienne verslagen. Toen was het op.” De club was aan het einde van z’n krachten, en financieel in grote problemen geraakt.

Het tij werd in 1979 gekeerd door Uli Hoeness, die vanwege een zware blessure was afgekeurd. Hij trad op 27-jarige leeftijd in dienst als manager van de club. Hüetlin: „Een gelukkige keuze. Hij is uniek in de voetbalwereld: een clubleider die zowel verstand heeft van voetbal als zakelijk inzicht. Hij leeft voor Bayern, heeft de afgelopen jaren oud-spelers een rol gegeven in de vereniging.”

Vol liefde beschrijft Hüetlin de ‘generatie van de jaren zeventig’ die Duitsland verloste van de Kolonnen-Mentalität. Belangrijkste vertegenwoordiger van die lichting is Beckenbauer, die zich inmiddels heeft ontpopt tot Lichtgestalt der Republik. Volgens Hüetlin is de basis van diens succes eenvoudig te verklaren. „Als voetballer, als trainer en als bestuurslid wekt hij op een superieure manier de indruk het allemaal niet zo serieus te nemen wat hij doet. Dat is schijn natuurlijk. Hij heeft mensen moeten ontslaan en spelers hun plaats gewezen. Maar op een of andere manier wordt het hem allemaal vergeven.”

Dat heeft deels te maken met zijn karakter, denkt Hüetlin. „Hij treedt even hard op, en slaat dan snel de bladzijde om. Zelf is hij als eerste vergeten dat hij ook een minder aangename kant heeft.”

Thomas Hüetlin, ‘Gute Freunde. Die wahre Geschichte des FC Bayern München’. Karl Blessing Verlag, München. 19,90 euro.

    • Menno de Galan