Aan hun lot overgelaten in de moderne tijd

Dertig jaar geleden was het onvoorstelbaar, maar nu leven in Istanbul 3.000 kinderen en jonge volwassenen op straat. Turkije is veranderd, maar niet iedereen is daar beter van geworden.

Metin was een gewoon kind zoals er honderdduizenden zijn in Istanbul. Tot zijn vader overleed en zijn moeder een nieuwe partner vond. Malief kreeg genoeg van de kinderen uit haar eerste huwelijk en dumpte hen. Metin kwam op straat terecht. Hij hield zich zo goed en zo kwaad als hij kon staande tot de avond waarop hij in een oud gebouw ging slapen. Er brak brand uit, de brandweer kwam maar niemand keek of er nog mensen in het gebouw waren. Twee maanden later werd het zwaar verbrande lichaam van Metin pas gevonden. Hij was onherkenbaar: wat na de brand van zijn lichaam was overgebleven, was aangevreten door muizen en ratten.

Dertig jaar geleden zou zo’n tragedie in Turkije nog onvoorstelbaar zijn geweest. De samenleving was hecht, de sociale controle was groot en een moeder stelde het leven van haar kinderen boven dat van haarzelf. Maar dat oude Turkije bestaat niet meer, zegt Ugur Ilhan van de Stichting Hoop, die zich inzet voor straatkinderen in Istanbul.

Ook in Turkije zijn de sociale verbanden losser geworden. „Als een kind een merk chocola op televisie ziet dat in zijn dorp niet te krijgen is, is dat soms al genoeg om zijn familie in de steek te laten en de trein naar Istanbul te nemen.”

In Istanbul zijn er inmiddels volgens Ilhan zo’n twee- tot drieduizend straatkinderen. Ze onderscheidt een aantal groepen. Gevallen à la Metin (waarbij het kind van zijn moeder vervreemdt wanneer deze hertrouwt) komen frequent voor. Soms komt de familie van het kind vanuit het dorp naar de metropool in de hoop daar een beter leven te vinden. Dat mislukt vrijwel altijd, en het gevolg is vaak dat de kinderen erop uit worden gestuurd om op straat zakdoeken of bloemen te verkopen. Als ze met te weinig geld thuiskomen, krijgen de kinderen straf. De sfeer in het gezin kan dan zo verslechteren dat het kind de straat verkiest boven het ouderlijk huis.

Ook incest (een vrijwel onbespreekbaar onderwerp in Turkije) is reden voor kinderen om op de vlucht te slaan.

Maar de straat is geen oplossing. „Ik haat mijn leven, het is gruwelijk”, zegt Osman, een man van achter in de twintig die ontbijt in een opvangcentrum van de Stichting Hoop in de wijk Dolapdere.

„Als de overheid mij een baantje van tien lire (omgerekend: zes euro) per dag zou geven als straatveger zou ik het al aannemen om aan dit leven te ontsnappen”. De tragiek is natuurlijk dat dat hoe langer de kinderen op straat leven, hoe moeilijker ontsnappen wordt. Burgers die de kinderen als straatdieven zien, slaan hen vaak in elkaar.

„Meisjes die op straat leven, zijn voortdurend bang verkracht te worden en kleden zich als jongens”, zegt Ilhan.

„Vrijwel alle kinderen gaan lijm snuiven. „Dan voelen ze niet langer schaamte dat ze op straat leven, het houdt ze warm in de winter en ze passen beter in de groep.”

Hoe valt het probleem op te lossen? In een stad als Istanbul valt de tijd niet meer terug draaien naar het knusse Turkije van vroeger, waar de buren direct ingrepen als er in het huis naast hen een echtelijke crisis was en de kinderen gevaar leken te lopen.

„Sinds mijn jeugd is de maatschappij totaal veranderd”, zegt Ilhan. „Toen ik jong was had je alleen de staatsomroep TRT [die zeker toen alleen maar brave programma’s uitzond, red.] Nu zie je series over de maffia, waar steeds geschoten wordt en waar de hoofdpersoon snel geld verdient. Op straat in Istanbul zie je een groot aantal prostituees die uit de vroegere Sovjet-Unie komen. De tijd is veranderd. Het individu is vrijer dan vroeger en heeft meer keuzemogelijkheden. Maar datzelfde individu is eenzamer en loopt eerder de kans in de goot terecht te komen.”

Maar wie haalt de straatkinderen uit die goot?

Zoals vaker in Turkije, waar de maatschappij razendsnel verandert, loopt de staat achter bij de sociale ontwikkeling. „Ik zou er voorstander van zijn dat de regering goede sociale voorzieningen treft zodat het probleem aan de wortel wordt aangepakt”, aldus Ilhan.

Sinds enige jaren is er overigens in Turkije wel een ministerie van Gezinszaken dat zich ook met de straatkinderen bezighoudt. En het eten in het opvangcentrum in Dolapdere wordt beschikbaar gesteld door de gemeentelijke autoriteiten. Maar van geïntegreerd beleid is er geen sprake. Pikant genoeg hebben bijvoorbeeld Turkse bedrijven veel meer door dat het hier om een groot probleem gaat. In het opvangcentrum in Dolapdere ligt een lading zonnebrillen, een van de vele cadeaus die het bedrijfsleven de Stichting geeft. „Sponsors vinden is geen probleem”, zegt Ilhan.

De Stichting concentreert zich op kinderen en jonge adolescenten die pas kort op straat leven – bij hen is de kans op succes het grootst. Zo betaalt de Stichting voor sommige kinderen een technische opleiding, zodat ze daarna werk kunnen vinden. Soms stuurt Ilhan kinderen ook naar het leger in de hoop dat vervulling van de dienstplicht weer structuur geeft aan hun leven.

De Stichting volgt ook rechtszaken waarbij straatkinderen zijn betrokken. En, belangrijker dan wat dan ook: Ilhan en haar medewerkers helpen de kinderen hun waardigheid te behouden.

„Gisteren liep ik op straat met een jongen”, vertelt een medewerkster. „Hij was gestrest en boos, maar toch wilde hij mij beschermen. Dus liep hij naast mij en legde hij zijn arm om mijn schouder om te zorgen dat mij niets zou overkomen. Zo kon hij zich even man voelen.”

    • Bernard Bouwman