“We streven naar een gemeenschapsgevoel'

De leden van Two Gallants gedragen zich op het podium als wildemannen.

Met zijn tweeën slagen ze erin te klinken als een complete feestband.

Adam Stephens en Tyson Vogel van Two Gallants: woeste polka’s en wild meppende drums. Foto Lex van Rossen DEN HAAG 18-11-2005. CROSSING BORDER. TWO GALLANTS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

In de kleedkamer van Paradiso zitten twee bleke jongens op een bank. De een verstopt zijn gezicht in een capuchon, de ander staart naar de grond. Die met de capuchon heeft een roestbruine streep over zijn spijkerbroek. Het is opgedroogd bloed. “Ja, ik heb gister een beetje te hard op de rand van de snaredrum geslagen“, zegt drummer Tyson Vogel schokschouderend. Want deze introverte muzikanten, die zichzelf Two Gallants noemen (“twee mannen van de wereld', naar een kort verhaal van de Ierse schrijver James Joyce) zijn op het podium twee wildemannen. Met zijn tweeën slagen ze er in om te klinken als een complete feestband in de geest van The Pogues, met woeste polka's en meppende drums.

Two Gallants, uit San Francisco, bestaat sinds een paar jaar. Hun nieuwste cd heet What The Toll Tells. Adam Stephens (24) en Tyson Vogel (23) hebben inmiddels twee cd's uitgebracht, en zijn doorlopend op tournee door Amerika en Europa. Ze zwerven rond in een busje en laten zich voor de muzikale richting inspireren door de omgeving. “Van de week traden we op in Kopenhagen, op een zondagavond, het was nogal rustig. Toen hebben we onze nummers akoestisch uitgevoerd. Wij zijn niet het soort band dat binnen komt vallen en de zaal overdondert“, zegt Stephens.

Two Gallants zit in de muzikale vriendenkring van Conan Oberst, de zanger van Bright Eyes, met wie ze een liefde delen voor oude folkmuziek, voor wat ze noemen “muzikale oprechtheid'. Want zoals veel jonge Amerikaanse muzikanten is “authenticiteit' ook voor Vogel en Stephens een groot goed. Het liefst luisteren ze naar de veldopnamen die mensen als Alan Lomax en Hary Smith maakten in de jaren dertig en veertig, van landarbeiders en plantagebewerkers die liedjes zongen.

“Muziek had in die tijd een heel andere functie. Veel terloopser. Mensen zongen tussen de bedrijven door, als ze even vrij hadden van hun werk“, zegt Vogel. “Ze zongen traditionals, nummers die van generatie op generatie waren overgeleverd. Voor hun was muziek maken geen baan. Het was vertier voor tussendoor, een manier om het leven op te fleuren. Dat spontane en ongerepte ervan, spreekt me aan. Want dat hoor je niet vaak in de muziek van tegenwoordig.“

Straks, na het optreden, rijden ze direct door naar Parijs, waar ze de volgende ochtend een radio-sessie spelen. 's Avonds treden ze op in Brussel, de volgende dag in Barcelona, en daarna naar Berlijn. Als twee troubadours zwerven ze door Europa.

Ook de teksten van de liedjes op What The Toll Tells zwemen naar het verleden, met veel bijbels, priesters en outlaws die een nacht in de cel moeten doorbrengen. Komt die nostalgie voort uit een afkeer van het heden? Stephens, de tekstschrijver, reageert geprikkeld: “We zijn heus niet zo naïef dat we denken dat we aan het huidige Amerika kunnen ontsnappen door ons in nostalgie te wentelen. Maar ik zie gewoon niet veel heil in het zingen over computers of andere eigentijdse verworvenheden. Voor mij hebben die dingen waarover ik zing meer eeuwigheidswaarde. De natuur, gevechten van man op man. Dat zijn symbolen. Iedereen weet waarnaar ik verwijs als ik het heb over ketens en getraliede cellen: schuld en boete, natuurlijk.“

Op de cd zijn meer instrumenten te horen dan slechts gitaar en drum. Met piano, mondharmonica, voetgestamp en Stephens' kreten, klinkt de muziek als een uitbundig feest dat ieder moment uit de hand kan lopen, en omslaan in een knokpartij. Stephens en Vogel schrikken van deze interpretatie. “We hopen niet dat dat het effect is. We maken muziek om bij het publiek een gemeenschapsgevoel op te wekken. We zijn tegen geweld.“

Live sparen de twee zichzelf niet. Vogels slaat tot bloedens toe op zijn drums, en Stephens briest zijn teksten met stembanden als van prikkeldraad. “Ik heb een gevoelige stem. Ik streef wel naar helderheid, maar een stem is een levend orgaan, die reageert op de hoeveelheid whiskey of 7-UP die ik gedronken heb, en hoeveel sigaretten ik rook.“ Hij vindt het belangrijk om vocaal tot het uiterste te gaan. “Ik zie niet veel in iemand als Chris Martin van Coldplay. Hij zingt niet, hij fluistert wat met zijn keel. Als ik zing, gooi ik me erin. Daar hou ik ook van bij anderen. Je moet het een beetje extreem brengen, vind ik.“

Two Gallants treedt in Nederland op op 16 mei in Rotown, Rotterdam; op 27 juni in Vera, Groningen; en op 28 juni in Effenaar, Eindhoven.