Violist Vengerov weer terug bij af

Concert: Maxim Vengerov (viool), Lilya Zilberstein (piano). Gehoord: 9/5 Concertgebouw Amsterdam.

Een lange rij jongeren voor de kassa van het Amsterdamse Concertgebouw: in de klassieke muziek overkomt dat alleen violist Maxim Vengerov (1974). Zijn ster blijft stijgen, zeker nu hij tijdens zijn ‘sabbatical’ ook nog tango heeft leren dansen en jazz heeft leren spelen. Dat moest voor het uitvoeren van het voor hem geschreven Altvioolconcert van Benjamin Joesoepov, waarvan hij vorig jaar in Hannover de spectaculaire première gaf.

Maar de Vengerov die gisteravond samen met zijn vaste pianiste Lilya Zilberstein een prachtig recitalprogramma speelde, hield zich nu verre van glitter en glamour. Hier klonk opnieuw de bezielde Vengerov van voorheen, het wonderkind uit Siberië, dat zich nog moest bewijzen op een gammele viool die deels met plakbandjes bij elkaar werd gehouden.

Zijn schitterende Kreutzer-Stradivarius is niet het geheim van zijn uitzonderlijk geconcentreerde, pure en ontwapenende vioolspel. Vengerov kon zich in de jaren voor zijn sabbatical wel eens verliezen in de gretigheid waarmee hij leeft en liet zich soms verleiden tot populair geschmier, jolige virtuositeit of onrustige experimenteerdrift. Zo liet hij ooit zijn barokviool nat regenen, waarna de barokmanie over was.

Vergerov is weer terug bij af. En dat betekent in zijn unieke geval, dat hij zijn authentieke muzikale zelf heeft hervonden.

Terwijl hij zijn viool fysiek hemelwaarts richt, klinkt elke toon die hij aan zijn Stradivarius ontlokt even intens, puur en hemels. Zo teder en subtiel Mozarts Adagio in E, KV 261 in de bewerking van Max Rostal neerzetten, dat kan tegenwoordig alleen Vengerov. Ook in zijn superieure lezing van Beethovens Sonate in c, op. 30 nr. 2 excelleerde hij met opmerkelijk rustige tempi, genuanceerde contrastwerkingen en een adembenemend mooie toon. Na de temperamentvol en sensueel vertolkte Eerste sonate voor viool en piano van Prokofjev, waarin het fraai uitgebalanceerde samenspel van Vengerov en Zilberstein een hoogtepunt bereikte, bracht Vengerov nog een waarachtig eerbetoon aan Sjostakovitsj met meesterlijk vertolkte deeltjes uit zijn 24 Preludes voor viool en piano, bewerkt door Tziganov.