Puerto Rico zoekt uitweg uit begrotingsimpasse

In Puerto Rico ligt het openbare leven al dagen plat, omdat de overheid haar ambtenaren niet kan betalen. Een commissie moet de crisis nu oplossen.

Het restaurant van José Enrique Santos ligt aan een pleintje in het koloniale deel van de Puerto-Ricaanse hoofdstad, lokaal bekend als old San Juan. Er komt bijna niemand meer sinds gouverneur Aníbal Acevedo Vilá vorige week 43 overheidsinstanties en bijna 1.600 scholen sloot. Sindsdien staan ongeveer 100.000 ambtenaren en 500.000 scholieren op straat.

Ze protesteren bijna dagelijks in old San Juan. Gisteren blokkeerden 150 leraren het verkeer voor de terminal waar grote cruiseschepen afmeren, voor de regeringszetel van Acevedo Vilá en op een steenworp afstand van het restaurant van Santos. Slecht voor de klandizie, maar de restaurateur steunt de protesten. „We moeten laten zien”, zegt Santos, „dat de bevolking de baas is in deze democratie. Dus moeten we nieuwe verkiezingen afdwingen.”

Of dat de achterliggende oorzaken van Puerto Rico’s crisis zal bezweren, is de vraag. Gebrek aan samenwerking tussen de politieke aartsrivalen Popular Democratic Party (PPD) en New Progressive Party (NPP) leidde tot een financiële malaise. Sinds het Amerikaanse Congres Puerto Rico in 1952 de status gaf van zelfbesturend land binnen het verband van de Verenigde Staten, maakten zij om beurten de dienst uit op het 4 miljoen inwoners tellende eiland.

Acevedo Vilá’s PPD won twee jaar geleden nipt de verkiezingen. Sindsdien is hij gouverneur. Maar de NPP zwaait de scepter over de Puerto-Ricaanse Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Over de begroting konden de partijen het niet eens worden; Acevedo Vilá regeert op basis van het budget van 2004. Met ontoereikende inkomsten, zo blijkt nu. Op 1 mei, twee maanden voor het eind van het fiscale jaar, was het geld op. De regering kampt met een tekort van omgerekend 580 miljoen euro.

De beoogde oplossing was opnieuw reden voor strijd tussen de PPD en NPP. Zo ontstond deze week een impasse binnen een impasse. Ondertussen degradeerde investeringsbank Moody’s Investor Service een aantal Puerto-Ricaanse overheidsobligaties tot bijna junk-status, waardoor het voor de regering nog moeilijker werd om leningen af te sluiten.

Om de crisis een halt toe te roepen werd gisteren een speciale commissie geïnstalleerd. Regering en oppositie hebben beloofd zich in principe neer te leggen bij haar aanbevelingen, die binnenkort worden verwacht. Daarmee werd een door de vakbonden geplande algemene staking op het nippertje voorkomen.

Wanda Colón Cortés, directeur van de vredesorganisatie Proyecto Caribeño de Justicia y Paz, hoopt dat de commissie met aanbevelingen komt die niet alleen arme Puerto-Ricanen in de portemonnee treffen. „We hebben een kleine groep heel rijke mensen”, zegt ze, „die bijna geen belasting betalen. Zij zouden voor deze crisis op moeten draaien.”

Volgens economisch politicoloog Héctor Martínez Ramírez van de Universiteit van Puerto Rico moet de druk op loondienstwerkers, die nu het merendeel van de belastingen opbrengen, worden verlicht. „Bijvoorbeeld door een BTW-heffing, die kennen we niet op Puerto Rico. Maar tegelijkertijd moet er geschrapt worden in de vele aftrekposten voor de rijken. Daar hoor je de regering nooit over.”

De staatkundige positie van Puerto Rico als gemenebest, dát is de achterliggende oorzaak van de politieke verlamming en de daaruit voorkomende financiële crisis, meent Colón Cortés. „Omdat wij geen soeverein gebied zijn, en al onze investeringen van buiten komen, weten we hier ook niet hoe we verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze eigen situatie”, zegt ze. „Geen van de gouverneurs van de afgelopen decennia heeft de noodzakelijke stappen ondernomen. In Puerto Rico win je stemmen met het aanleggen van wegen, het bouwen van huizen. Dat kost veel geld. Maar er is geen beleid, niets dat gericht is op de toekomst.”

Die situatie lijkt niet langer houdbaar. „Puerto-Ricanen”, zegt Martínez Ramírez, „beleven nu hun eerste confrontatie met de realiteit. Men dacht altijd dat de politieke partijen elkaar konden blijven bevechten zonder ernstige gevolgen. Nu blijkt dat we wel degelijk in een crisis kunnen belanden. Daarom is dit is een belangrijke les in onze geschiedenis.”

    • Miriam Sluis