Overnameslag zorgmarkt van start

Het nieuwe zorgstelsel is vijf maanden oud en de eerste grote overname is een feit. Univé fuseert zijn zorgverzekeringen met die van VGZ, waarmee een nieuwe marktleider ontstaat. De paradox: meer markt, meer schaalgrootte.

De grote worden steeds groter en de kleinere verdwijnen.

De aanbieders van zorgverzekeringen hergroeperen zich na het onverwachte succes van keuzevrijheid op de nieuwe zorgverzekeringsmarkt. Vanochtend meldde VGZ-IZA, een van de grootste zorgverzekeraars, dat zij de ziektekostenactiviteiten van Univé overneemt.

Daardoor wordt VGZ nu met afstand de grootste in het land met ruim 4,2 miljoen klanten. Univé is de eerste middelgrote partij is die zijn conclusies trekt uit de gevolgen van de „grootste volksverhuizing sinds de Kaninefaten”, zoals Minister Hoogervorst (Volksgezondheid; VVD) het grote heen en weer onder de zorgconsumenten enige tijd geleden omschreef.

Ongeveer 2,7 miljoen Nederlanders hebben de afgelopen maanden gebruik gemaakt van de mogelijkheid in het nieuwe zorgstelsel om een andere verzekeraar te nemen, meldde onderzoeksinstituut Vektis vanochtend.

Zelf keuzes maken blijkt overigens een begrip met een relatieve zeggingskracht. Onderzoek op onderzoek wijst de laatste maanden uit dat consumenten, lees: werknemers, vooral kiezen voor de keuze die hun hun werkgever heeft gemaakt. Werkgevers hebben massaal collectieve contracten afgesloten met zorgverzekeraars in de hoop de maximale korting van tien procent op de basispremie binnen te halen voor hun personeel. En natuurlijk zoveel mogelijk van die andere lekkernijen die verzekeraars op tafel leggen om de concurrentieslag te winnen, zoals korting op de premie voor aanvullende verzekeringen.

Het Vektis-onderzoek noemt de getallen. In 2005 was nog 31 procent van de Nederlanders collectief verzekerd, na de invoering van het nieuwe zorgstelsel is dat percentage opgelopen tot 44 procent. Maar liefst 66 procent van de ‘overstappers’ kwam bij hun nieuwe verzekeraar binnen op de bagagedrager van een collectief contract.

In de concurrentieslag zijn premiekortingen op collectieve contracten voor de basispremie een belangrijk wapen gebleken. Zilveren Kruis/Achmea, de nummer twee op de markt en een grote winnaar in de klantenstrijd van de laatste maanden, zette zo'n 175 miljoen euro aan kortingen in. VGZ deed wat dat betreft een bescheiden duit in het zakje: 40 miljoen euro. Dat is overigens geen gevolg van armoede. VGZ heeft een van de betere vermogensposities in de zorgverzekeraarswereld.

Afgezien van beschikbaar kapitaal draait alles om een bestaande (of snel te winnen) klantenkring onder grote en grotere werkgevers en om (dure) investeringen in de administratieve systemen om de polissen ook daadwerkelijk inhoud te geven. Deze trends versterken de positie van grote aanbieders, en maken juist de middelgrote verzekeraars het leven zuur. Het is het paradoxale van meer marktwerking: groten worden groter.

In de aanloop naar het nieuwe zorgstelsel trokken diverse partijen zich ook al terug uit de markt, waaronder enkele buitenlandse aanbieders, maar ook Nationale Nederlanden, en verkochten hun portefeuilles met zorgpolissen.

Als coöperatieve vereniging scoort Univé op de punten kapitaal en werkgeversklandizie minder hoog. Coöperaties zijn doorgaans niet rijk, maar ploegen winsten graag terug door premieverlaging voor hun leden. En Univé is meer een verzekeraar die op particulieren mikt. Dat geeft een direct nadeel in de ‘collectivisering’ van de markt die de afgelopen maanden is opgetrden. Kleine, op particuliere klanten gerichte verzekeraars kunnen het heel goed doen, het succes van DSW in Schiedam en van De Friesland Zorgverzekeraar in Leeuwarden bewijst dat. Maar dan helpt een sterke regionale binding en hoge scores bij klanttevredenheid wel.

VGZ daarentegen staat zijn mannetje als het om collectiviteiten gaat. VGZ-partner IZA (afkorting van: Instituut Zorgverzekeringen Ambtenaren Nederland) is sinds jaar een dag bijvoorbeeld de verzekeraar van gemeente-ambtenaren en heeft ook onder werkgevers in de zorgwereld, een markt met meer dan 1 miljoen klanten, een sterke positie. In de strijd om marktaandeel in het nieuwe zorgstelsel won het concern per saldo 120.000 nieuwe klanten, die vooral gewonnen werden dankzij „de sterke collectivisering”.

Regionaal vullen VGZ en Univé elkaar aardig aan. VGZ is groot in Zuid-Holland, Gelderland en onder de grote rivieren, Univé juist noordelijker.

De overname van de ziektekostenzaken van Univé moet nog langs concurrentiewaakhond NMa, de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Dat lijkt op eerste gezicht geen probleem. VGZ treedt al enige tijd op als ‘stofzuiger’ van kleinere verzekeraars. Vorig jaar sloot de lokale verzekeraar Trias zich aan, terwijl ook de ziektekostenportefeuille van De Goudse is overgenomen. Na de Univé-overname heeft VGZ 4,2 miljoen klanten. „We naderen met onze fusie het kritieke punt van 25 procent marktaandeel”, zei bestuursvoorzitter B. Dessing van VGZ vanochtend.

Dat is aanzienlijk, maar de mededingingsautoriteit kijkt vooral naar relatieve posities. Zeker vier andere landelijke verzekeraars hebben ook meer dan een miljoen klanten en zijn geduchte (potentiële) concurrenten. En regionaal heeft VGZ weliswaar hier en daar, zoals in Noord-Brabant, marktaandelen van tussen 40 en 50 procent, maar in die bestaande marktmacht komt door deze overname niet veel verandering.

    • Menno Tamminga