Onenigheid over veilig werken

De nieuwe Arbowet leidt tot onenigheid tussen de sociale partners die de wet straks moeten uitvoeren. Het wetsvoorstel dat staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer stuurde, druist volgens vakcentrale FNV in tegen de unanieme gezamenlijke adviezen van werknemers en werkgevers over veilig werken. Volgens ondernemingsvereniging VNO-NCW wijkt het voorstel slechts op „mineure punten” af van het advies.

De vakcentrale FNV schrijft „teleurgesteld en verbijsterd” te zijn. „De FNV blaast de verschillen geweldig op”, zegt Bob Koning, secretaris arbeidszaken van de ondernemingsvereniging.

Kern van de nieuwe Arbowet is vereenvoudiging. Europese regels voor veiligheid op het werk vormen de kern van de wet, en daar komen zo min mogelijk Nederlandse bepalingen bovenop. Ook het systeem verandert. In plaats van specifieke voorschriften in de wet, komen er zogenoemde doelvoorschriften. Dus niet meer de verplichting ladders of juist steigers te gebruiken, maar de eis dat werkgevers zorgen voor voldoende bescherming tegen valgevaar.

Het voordeel van deze aanpak, zo vinden werkgevers en ook werknemers, is dat er ruimte komt voor maatwerk. Per sector kunnen de sociale partners afspreken welke middelen het meest geschikt zijn om het doel te bereiken.

De FNV is vooral boos dat Van Hoof bepalingen geschrapt heeft die werknemers binnen bedrijven inspraak en informatie geven. Werkgevers hoeven niet meer ieder jaar schriftelijk de voortgang van het veiligheidsbeleid vast te leggen, ze hoeven informatie over risico's niet meer actief aan werknemers te verstrekken, en het verplichte arbo-spreekuur bij de bedrijfsarts vervalt.

Volgens VNO-NCW wordt inspraak door werknemers gegarandeerd door de plicht van de werkgever instemming van de ondernemingsraad te krijgen voor veiligheidsplannen. „Grote bedrijven doen dat al met schriftelijke plannen, en bij kleine bedrijven is het niet altijd nodig”, zegt Koning.