Nieuwe raad mensenrechten VN moet zich nu bewijzen VS: nieuwe raad is een verbetering

Niet alleen ‘nette’ landen als Nederland en Frankrijk zitten in de nieuwe raad voor de mensenrechten van de VN, maar ook landen met een slechte reputatie als Cuba, China en Tunesië,

Genève, 10 mei. - De nieuwe Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, waarvoor gisteren in New York de leden zijn gekozen, moet nu gaan bewijzen wat hij waard is. Kan de raad landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten werkelijk gaan aanpakken? Het is nog te vroeg die vraag al positief te beantwoorden.

Landen die bepaald geen smetteloze reputatie hebben op dit gebied, zoals Cuba, Saoedi-Arabië, China, Tunesië en Rusland, kregen zetels in de raad. Daar staat tegenover dat Iran en Venezuela, die óók kandidaat waren, niet zijn gekozen. Soedan, Zimbabwe, Nepal en Libië hadden zich, uit angst om niet te worden gekozen, niet eens kandidaat gesteld – terwijl zij in de voorganger van de raad, de Mensenrechtencommissie, vaak het hoogste woord voerden.

De Mensenrechtencommissie, die sinds 1946 ’s werelds waakhond moest zijn op het gebied van mensenrechten, werd in maart opgeheven omdat notoire dictaturen er zonder enig probleem in kwamen. Zij zorgden er dan voor dat zij zelf, en andere mensenrechtenschenders, niet of nauwelijks op de vingers werden getikt. Zo kwam Soedan, medeplichtig aan de slachtpartijen in de regio Darfur, vorig jaar met een nietszeggend tekstje weg waar het land zelf gerust vóór kon stemmen.

Om die reden was de commissie van een paradepaard van de VN in de loop der jaren gedegradeerd tot, in de woorden van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, „een smet op het blazoen van de hele organisatie”. In de nieuwe raad, die op 19 juni zijn eerste zitting in Genève houdt, zouden zoveel mogelijk ‘nette’ landen moeten komen – landen met een redelijk schoon geweten, die het morele gezag hebben om andere staten te veroordelen.

De verkiezingen gisteren, waarbij ook Nederland een zetel kreeg, waren zo een belangrijke eerste test voor de geloofwaardigheid van de raad – en de hele VN die, net als een aantal andere naoorlogse, internationale organisaties, de afgelopen jaren in toenemende mate onder vuur is komen te liggen.

[Vervolg MENSENRECHTEN: pagina 5]

MENSENRECHTEN

VS: nieuwe raad is een verbetering

[Vervolg van pagina 1]

De Verenigde Staten, die in maart tegen de oprichting van de nieuwe raad stemden omdat ze de kans nog te groot achtten dat mensenrechtenschenders als Cuba een zetel zouden bemachtigen, reageerden gisteren opvallend positief. Onderminister Kristen Silverberg zei: „Over het algemeen denken wij dat dit een verbetering is vergeleken bij de commissie”. De VS hadden zich overigens niet verkiesbaar gesteld.

Optimistisch waren ook mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. De directeur van het gezaghebbende Human Rights Watch, Kenneth Roth, stelde vast dat ergste „stoorzenders” die vroeger moeiteloos in de commissie belandden, „nu een beduidend kleinere minderheid” vormen. „Dat garandeert niet dat de raad een succes wordt, maar het is een stap in de goede richting.”

Diplomaten in Genève, die net als hun collega’s in New York hard hebben gelobbied om genoeg stemmen te krijgen (vroeger werden ze alleen door hun eigen regio gekozen, nu moesten ze de steun zien te krijgen van een meerderheid van alle VN-landen), zeggen dat de ware slagkracht van de raad pas de komende maanden zal blijken. Eén van de kenmerken van de raad is dat elk lid onderworpen gaat worden aan een tussentijdse evaluatie – de zogeheten ‘peer review’. Als die evaluatie slecht uitpakt, kan dat lid uit de raad worden verwijderd. Maar welke criteria deze evaluatie gaat krijgen, is niet duidelijk: de 47 versgekozen leden hebben een jaar de tijd om die op te stellen. Maandag komen ze in Lausanne bijeen om er voor het eerst over te praten.

Ook op veel andere gebieden bestaan nog grote vraagtekens. Zo had de oude commissie 43 speciale mensenrechten-rapporteurs en experts, die landen bezochten en soms vlijmscherpe rapporten schreven. Over de verlenging van hun mandaat is nog niets geregeld. De nieuwe raad moet daar de komende tijd over beslissen.

Ook over de aanwezigheid van non-gouvernementele organisaties (ngo’s) bij de raad bestaat onduidelijkheid. Er zijn landen – vooral niet-westerse – die ngo’s willen weren. Bij de commissie mochten ngo’s wel altijd naar binnen.

In de raad zijn westerse landen minder sterk vertegenwoordigd dan ze in de commissie waren. De Aziaten zijn er juist op vooruitgegaan. Dat betekent dat de ‘nette landen’, zoals de westerlingen zichzelf noemen, alles uit de kast moeten halen om de raad de inhoud te geven die hij verdient.

    • Caroline de Gruyter