Lees een krant

Toen iets meer dan een halve eeuw geleden het volk door de televisie werd veroverd, waren er profeten die zeker wisten dat het binnenkort niet alleen met de dagbladen maar met de hele drukpers gedaan zou zijn. Dat is meegevallen. De Nederlandse televisie had toen nog geen reclame. Die kwam pas veel later, tot groot ongenoegen van de dagbladuitgevers die de commerciële ondergang van de krant voorzagen. De uitgevers verweerden zich door te fuseren, titels samen te voegen. Dit werd door journalisten gezien als bedreiging van de pluriformiteit, zelfs van de vrijheid van drukpers. Han Lammers, belangrijk lid van de Partij van de Arbeid, stelde voor een nationale drukfabriek op te richten, waar iedereen bij gebleken geschiktheid tegen kostprijs zijn eigen krant zou kunnen laten drukken. Een soort waterleiding voor het geschreven woord. Een mooi idee. Daar is het bij gebleven.

In het begin van de jaren ’90 ontstond het World Wide Web, de electronic highway, die zoals iedere technische vernieuwing de volgende club voorspellers veroorzaakte. De mondiale persvrijheid zou niet lang meer op zich laten wachten, eindelijk overal vrijheid van meningsuiting, de wereld gedemocratiseerd.

Zoals we iedere dag in de krant kunnen lezen, wordt er nog aan gewerkt. Intussen hadden we hier de revolutie van Pim Fortuyn gehad, de opstand van de mondige burgers die na de dictatuur van de linkse kerk zelf het heft in handen zouden nemen. De neo-Jacobijnen staan vier jaar later in de peilingen op één zetel, en bij de herdenking van de vermoorde voorman hebben twee afdelingen van de nagenoeg gestorven partij toch weer kans gezien, onderling ruzie te krijgen.

Maar de Hollandse revolutie van vier tot vijf jaar is niet verslagen; zij woedt voort buiten de Haagse politiek. Er is een nieuwe Gideonsbende ontstaan, die van de bloggers, mensen met een eigen weblog, die daarop schrijven wat ze denken en een enkele keer doen wat ze schrijven. De eerste blogger die daarmee geschiedenis heeft gemaakt, is Matt Drudge, met zijn Drudge Report, waarin hij in 1998 opschreef wat hij van Linda Tripp had gehoord, de beste vriendin van Monica Lewinsky die haar alles vertelde over Bill, terwijl Linda alles op een bandje opnam, wat Monica weer niet wist. Dat is allemaal in het Starr Report gekomen, en zo is Monica wereldberoemd geworden. Uiteindelijk door een blogger.

De nieuwe burgerjournalistiek, van de bloggers, is de nieuwste zorg van de uitgevers en journalisten die het nog op papier doen. Het is te begrijpen. Als een blogger bij een kettingbotsing betrokken raakt, met zijn neus op een tsunami staat en hij heeft zijn fotomobieltje en laptop met draadloze verbinding bij zich, dan kan hij het nieuws sneller over de wereld verspreiden dan welke krant ook.

Als de trainer van Oranje of Ajax hem niet bevalt, dan staat het hem vrij, dankzij de vrije meningsuiting, de man de hel in te wensen. Iedere blogger is in principe de hoofdredacteur van zijn eigen wereldkrant. De oplage is afhankelijk van wat hij te vertellen heeft. In de jaren ’90 ontstond in Amerika het blogblad Salon.com. Het is uitgegroeid tot een volwassen, zeer kritisch tijdschrift online. Hier hebben we GeenStijl.nl. Een soort Salon in wording.

Zijn deze schermperiodieken serieuze concurrenten voor de dagbladpers? Dat moet nog blijken. In de hele westelijke wereld krimpt de oplage van de traditionele pers, maar ook worden de kijkcijfers van ‘ouderwetse’ televisieprogramma’s lager. Opnieuw verweren de bedreigde partijen zich. Ze komen de nieuwe klandizie tegemoet door een scala van maatregelen. Meer leuke dingen op de pagina’s, meer lifestyle, sport, nieuws over auto’s, seks, strapatsen van belangrijke mensen. De ene krant specialiseert zich sterker dan de andere, maar geen die eraan ontsnapt. En dan is er nog een mogelijkheid om te proberen, nader tot de nieuwe burger te komen: insinueren, grof schelden, meedoen aan de wedstrijd in platheid. Die individuelle Freiheit ist kein Kulturgut, schreef Sigmund Freud in zijn Das Unbehagen in der Kultur, in 1930 – ook geen tijd met grote zorg voor de omgangsvormen. (Moeten we hem trouwens niet eens herdenken, omdat hij 150 jaar geleden werd geboren?)

De vraag is, of met deze burgerjournalistiek op het web de papieren krant wordt bedreigd. Ja, als we van mening zijn dat de krant niets anders dan een commercieel product is, waaruit ten behoeve van de aandeelhouders zoveel mogelijk geld moet worden geperst. Dan volgen we het streven naar de grootste oplage, wat in feite betekent dat we zo diep mogelijk knielen voor de laagst opgeleide lezer. Bad money drives out good money, is de economische wet van Gresham. Dat geldt ook voor het lezerspubliek.

„De democratie heeft kranten nodig, ook kleine”, zei Harry Lockefeer in zijn afscheidsrede als hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Groningen. Dit is een tijd van de professionalisering van alles, ook van de politiek. Die bedient zich van voorlichters, campagnemakers, spindoctors, cohorten van beroepskrachten, die tot taak hebben, hoe dan ook, hun product, uw politicus zo goed mogelijk te verkopen. Niet zelden blijkt dan veel later dat u een kat in de zak heeft gekocht. Denk aan de oorlog in Irak, de populariteitscijfers van George W.Bush, het lot van Tony Blair.

De onafhankelijke tegenkracht is dan de onafhankelijke vrije pers, die gemaakt wordt door andere beroepskrachten, journalisten met lange ervaring, kennis van zaken en het vermogen om zich duidelijk uit te drukken.

Het klinkt misschien wat ouderwets,of in deze tijd van de bloggers „enorm amateuristisch”. Maar tenzij er iets beters wordt uitgevonden, hou ik me bij het onafhankelijke papieren dagblad.

    • H.J.A. Hofland