Journalisten in Irak mikpunt moordenaars

Irak is nu het dodelijkste conflict voor journalisten. De afgelopen dagen werden nog twee Iraakse journalisten ontvoerd en vermoord.

Internationale journalistenorganisaties hebben alarm geslagen over het aanhoudend geweld tegen journalisten in Irak. Sinds de Amerikaans-Britse invasie van Irak in maart 2003 zijn volgens het onafhankelijke Comité ter bescherming van journalisten (CJP) 69 journalisten in Irak, van wie 50 Irakezen, als gevolg van geweld om het leven gekomen. Daarmee is Irak nu het dodelijkste conflict voor de pers geworden in de recente geschiedenis. Moord heeft intussen kruisvuur en ander oorlogsgeweld gepasseerd als belangrijkste met werk verbonden doodsoorzaak van journalisten in Irak, zo blijkt uit onderzoek van het in New York gebaseerde CJP.

De laatste slachtoffers waren twee dagen geleden Laith al-Dulaimi, een verslaggever van het onafhankelijke Iraakse televisiestation Al-Nahrain, en een medewerker, Muzaz Ahmed Baroud. Ze werden volgens een woordvoerder van Al-Nahrain tegenover het CJP 7 mei vlak ten zuiden van Bagdad ontvoerd door mannen die als politiemannen waren gekleed. De volgende dag werden ze 20 kilometer verder zuidwaarts vermoord teruggevonden.

Wie de daders zijn, is onbekend. Politie- en legeruniformen zijn makkelijk verkrijgbaar in Irak, en criminelen en rebellen vermommen zich vaak als agenten of militairen. De politie zelf, die vergaand is geïnfiltreerd door shi’itische partijmilities, maakt zich echter ook aan liquidaties schuldig. Deze week is nog een generaal-majoor van het ministerie van Binnenlandse Zaken in verband daarmee gearresteerd. De politie valt onder dit ministerie.

Volgens het CJP zijn dit jaar inmiddels negen journalisten in Irak vermoord, van wie bovengenoemde twee in de laatste paar weken. De Arabische Persvrijheid Observator (APFW) meldde gisteren echter dat de laatste dagen al zes journalisten in Irak zijn vermoord. Behalve de twee medewerkers van Al-Nahrain gaat het volgens de in Londen gevestigde APFW om twee freelancers, een verslaggever van de krant As-Sabah en een journalist van Baghdadiyah TV. Volgens de APFW zijn daarnaast tientallen journalisten met de dood bedreigd; één journaliste meldde dat het ministerie van Binnenlandse Zaken geen bescherming had willen bieden.

De Britse Sunday Times beschreef zondag het gruwelijke einde van een van de belangrijkste Iraakse televisiejournalisten, Atwar Bahjat, 22 februari in haar geboorteplaats Samarra. Ze versloeg met haar televisieploeg van Al-Arabiyya ter plaatse de nasleep van de aanslag op de Gouden Moskee, een belangrijk shi’itisch heiligdom, die een nog steeds doorgaande golf van shi’itisch-sunnitisch geweld ontketende.

Bahjat (30) werd met haar camera- en geluidsman ontvoerd; alledrie werden de volgende dag vermoord teruggevonden. Recentelijk is een opname met een mobiele telefoon opgedoken van Bayats dood, aldus de Sunday Times, waarop alle details van de moord door twee mannen in legeruniform te zien zijn. Ze werd tot haar middel ontkleed, een zeker in een islamitisch land zware vernedering, en half de keel doorgezaagd. Een tweede man ging vervolgens achtmaal op haar buik staan, waarna de eerste man haar hoofd afhakte.

Wie deze geüniformeerde mannen waren, is niet bekend. Haar lijk vertoonde ook sporen van een boor, gebruikelijk folterwerktuig van de shi’itische Badr-brigade, maar onthoofding is juist een kenmerk van de sunnitische Al-Qaedagroep van de Jordaanse terrorist Abu Musab al-Zarqawi. Bahjat had volgens de Sunday Times vijanden onder shi’ieten en sunnieten.

De komende Iraakse premier, de shi’iet Nouri al-Maliki, beloofde gisteren dat zijn regering een eind zal maken aan het geweld van hen „die boosaardige daden begaan uit wraak of voor geld”. Op een persconferentie in Bagdad zei Maliki dat hij „persoonlijk had besloten het veiligheidsdossier onder zijn hoede te nemen om journalisten, vrouwen en kinderen te behoeden voor ontvoering en moord”.