Japanse bedrijven: mijdt ‘Yasukuni’

Een groep vooraanstaande ondernemers in Japan heeft premier Koizumi opgeroepen op te houden met zijn bezoeken aan de Yasukuni-tempel. Daar herdenkt Japan zijn oorlogsslachtoffers, inclusief oorlogsmisdadigers. Volgens de zakenlieden leveren de bezoeken zoveel weerstand op in China en andere buurlanden in de Oost-Aziatische regio dat het Japanse bedrijfsleven daarvan grote schade ondervindt.

Het is voor het eerst dat de top van het bedrijfsleven zich zo openlijk mengt in de discussie over het Japanse oorlogsverleden en de omstreden bezoeken aan de Yasukuni-tempel in Tokio. De persoonlijke oproep aan de premier is gedaan door Keizai Doyukai, een invloedrijke vereniging van bedrijfsleiders, in een aanbeveling over de toekomstige Sino-Japanse relaties. De ondertekenaars, onder wie de president-directeur van IBM in Japan, zeggen dat de regering zich moet onthouden van acties die ook maar het minste wantrouwen kunnen oproepen bij de buurlanden over de oprechtheid van het Japanse berouw over het oorlogsverleden.

Vooralsnog lijkt premier Koizumi, die in september aftreedt, niet onder de indruk van de kritiek. In een eerste reactie beet hij van zich af door te zeggen dat handel en politiek twee verschillende zaken zijn. Maar uit het advies van de ondernemers blijkt dat in Japan het verzet toeneemt tegen Koizumi’s confronterende Aziëbeleid. Verschillende ondernemers, die klagen over het mislopen van handel en investeringen, hebben in het verleden individueel protest aangetekend, maar dat deden ze nog niet gezamenlijk.

Rechtse groeperingen eisen juist dat Koizumi dit jaar zijn verkiezingsbelofte nakomt om precies op 15 augustus naar de Yasukuni-tempel te gaan. Een bezoek op die zwaarbeladen dag – die het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië markeert – zou ongetwijfeld een enorme diplomatieke rel uitlokken.

Uit een peiling van de krant Asahi Shinbun blijkt dat maar weinig Japanners dát willen. Het percentage voor- en tegenstanders van Koizumi’ s bezoeken is nagenoeg gelijk. Maar veel voorstanders zijn dat vermoedelijk omdat ze uit trots niet willen buigen voor Chinese en Koreaanse druk. 90 procent vindt echter ook dat de relaties met de Aziatische buurlanden snel moeten worden verbeterd.