'Hiphopfilm' is bloeiend subgenre

De films van 50 Cent en Snoop Doggy Dog melken het succes van 8 mile uit.

Maar LL Cool J maakt een tamelijk overtuigende transformatie door in Edison.

Justin Timberlake en Morgan Freeman in ‘Edison’ scene uit de film Edison FOTO: Independent Films Independent Films

Wat zou Hollywood zo langzamerhand zijn zonder al die acterende hiphoppers? Het is deze maand spitsuur in de videotheek. Tuurlijk, Hollywood kon ook al niet zonder Elvis en Frankie Avalon. Maar over het algemeen wil de regel dat muzikanten best zo af en toe een uitstapje mogen maken naar het witte doek, als ze maar vooral een beetje zichzelf blijven spelen en niet al teveel serieuze pretenties hebben. Dat is dan ook precies waar het misging met Madonna, David Bowie en Mick Jagger. Uitzondering op de regel: “Marky' Mark Wahlberg (Boogie Nights, Three Kings, The Italian Job), maar weet iemand nog dat die ooit in een jongensbandje zong? Een gunstige uitzondering lijkt ook engeltje Justin Timerberlake te kunnen worden, die voor zijn acteerdebuut bij wijze van anti-typecasting koos voor de wel zeer zwarte misdaadfilm Edison (tegenover acteergiganten Morgan Freeman en Kevin Spacey). Hij liet voor de gelegenheid zijn haar millimeteren en donker verven, oefende zichzelf in duister kijken en sprak met het grootste gemak nihilistische voice-over-teksten als: “Rechtshandhaving is net zoiets als journalistiek; soms gaat het om de vragen die je niet stelt.“

De echte ster van Edison is echter rapper LL Cool J, als de corrupte politieman Deed, die een voorspelbare, maar daarom nog niet minder ingeleefde transformatie van bad cop naar good cop doormaakt, en desondanks niet door het scenario wordt gespaard. LL Cool J heeft inmiddels meer films op zijn naam staan dan hits. Al snel nadat hij in 1985 zijn eerste plaatjes uitbracht was hij in films te zien. Eerst nog in een geromantiseerd relaas over zijn Def Jam platenlabel: Krush Groove, daarna in een eigen tv-serie In the House en het echte Hollywood-werk: horrorfilm Halloween H20 en tegenover Al Pacino in de footballfilm Any Given Sunday.

Onlangs mopperde acteur Samuel L. Jackson nog op al die rappers met acteeraspiraties. Het was niet zijn taak als geschoold acteur, meende hij, om al die gelukszoekers geloofwaardigheid te verlenen door met ze in films op te treden. Toch zat hij in meer films met rappers, dan veel van zijn Hollywoodcollega's en dat waren beslist niet allemaal “klassieke' muziekfilms. Of waarschijnlijk kunnen we zo langzamerhand veilig spreken van het subgenre hiphopfilm na Eminems 8 Mile en de schaamteloze manier waarop die formule weer wordt uitgemolken in de biopic van Eminems protégé 50 Cent: Get Rich or die Tryin' of de egotrip van Snoop Dog in Boss'n Up. In Hustle & Flow pakt dat weer wel goed uit: een hiphopdoorbraak blijkt een geloofwaardig equivalent voor de Amerikaanse droom. Met LL Cool J was Samuel L. Jackson te zien in politiefilm S.W.A.T. en nu met Ice Cube en Xzibit in de over-the -top militaire complotfilm xXx: The Next Level. Waarmee Jackson de missing link tussen vele filmende hiphoppers lijkt.