Een Kluunkloon: cocaïne, ge-sms en af en toe een geile bil

Een tijdje geleden was ik op een boekenfeest. Daar dronk ik ongeveer 71 gin-tonics, een drankje dat ik nooit drink, maar het had duidelijk effect op mij. Ik zag de schrijver Kluun bij de bar. Zoals het dronken mensen betaamt, leek het mij een goed idee om nu iets te zeggen tegen deze man, die ik nooit eerder had ontmoet. “Gefeliciteerd“, zei ik tegen Kluun, “ik had me voorgenomen je boek walgelijk te vinden, maar ik heb het in één ruk uitgelezen.“ Deze scène zou uit Kluuns succesdebuut, Komt een vrouw bij de dokter, kunnen komen, want hij featuret alcohol, een hip feest en een onsympathieke hoofdpersoon.

Wat ik zei was waar. Ik had het boek meegenomen naar Moskou (Schipholnoodaankoop) en las het uit. Ik liet het achter bij mijn Moskouse broer. Hij las het, al zijn vrienden die langskwamen, lazen het ook. Maanden later bracht mijn broer het terug: een voddig stapeltje papier dat naar Moskou riekte.

Wij voelden ons als iemand die een jaargang Privé's heeft gelezen. Dat is de aantrekkingskracht van Kluun: het is niet goed voor je. Het boek gaat over zijn vrouw, die overleed aan kanker terwijl hij veelvuldig vreemdging. Waargebeurd. Bah. Het is net als RTL Boulevard: ook waargebeurd en bah. Je weet dat je niet teveel moet kijken (daar gaan je hersens dood van), maar juist daarom is het soms prettig.

Kluun zat bij literatuurpaus Robert Jensen, omdat zijn vervolgroman De weduwnaar gisteren uitkwam. Hij klaagde dat recensenten hem hadden gepakt op zijn privé-leven. Je zieke vrouw bedriegen, Wat Een Lul, hadden ze geschreven. En dat is onterecht. Een recensie gaat niet over hoe iemand vreemdgaat, maar over hoe iemand schrijft.

Jammer genoeg is dat bij Kluun niet best. Zodra je een goede zin tegenkomt, blijkt het een wrample te zijn, een Kluunterm die “citaat uit een ietsje beter boek' betekent. Hij dekte zich bij Jensen in door zich “geen schrijver' te noemen. “Ik woon naast A.F.Th. van der Heijden, dát is een schrijver!“ brulde hij nederig.

Kluun mag je van Kluun niet aanpakken omdat hij zijn vrouw slecht behandeld heeft, maar ook niet omdat hij niet kan schrijven, want hij is geen schrijver. Handig.

Heel kort dan. De weduwnaar is een Kluunkloon. Cocaïne, ge-sms en af en toe een geile bil. Dit keer geen waargebeurde stervende vrouw, want die is er dus niet meer. En zij, vrees ik, was toch de kracht achter die 155.000 verkochte exemplaren.

    • Aaf Brandt Corstius