De bizarre coke-kunst van Ghostface Killah

Ooit was Wu-Tang Clan een hiphopfamilie met talloze succesvolle vertakkingen.

Inmiddels houdt rapper Ghostface Killah de legende al jaren in zijn eentje overeind.

Ghostface Killah in New York Foto Bryan Bedder/Getty Images Twee mannen die klinken als een feestband Muziek: pagina 30 NEW YORK - APRIL 13: Rapper Ghost Faced Killah arrives at the "Outkast celebrates10 million albums sold" party April 13, 2004 in New York City . (Photo by Bryan Bedder/Getty Images) *** Local Caption *** Ghost Faced Killah Getty Images/AFP

In het mei-nummer van het Amerikaanse hiphoptijdschrift XXL noemt Ghostface Killah de latere albums van Wu-Tang Clan, de rapgroep waarmee hij halverwege de jaren '90 furore maakte, “wack, totally wack', wat wil zeggen dat er in zijn visie echt helemaal niets aan die albums deugde. “Je kon horen dat niggers betaald werden om te zeggen whatever the fuck ze wilden zeggen en daarna de studio weer verlieten.“ Volgens Ghostface was met het succes en de bijbehorende rijkdom de gedrevenheid van de rappers verdwenen om net zolang samen in de studio te blijven totdat de muziek er perfect opstond.

Ooit was Ghostface Killah gewoon een van de leden van Wu-Tang Clan, een van talent overlopende rapgroep uit New York die na het cruciale debuutalbum Enter The Wu-Tang (36 Chambers) uit 1993 het succes uitbouwde door heel veel platencontracten af te sluiten voor artiesten van wie de connectie met de oerformatie steeds minder duidelijk werd. In het begin leverde dat succesvolle solocarrières op voor rappers die aan Wu-Tang gelieerd waren en een tijdlang was de “W' van Wu-Tang een van de sterkste merken in de hiphopindustrie. Maar na een vloed middelmatige tot ronduit slechte albums met daarop het logo van de Clan is er van die oorspronkelijke kracht niet veel meer over. In feite is Ghostface Killah van de ooit honderden leden tellende hiphopdynastie inmiddels het enige lid dat de legende nog overeind weet te houden. Sterker nog: met zijn kwalitatief hoogstaande soloalbums houdt Ghostface Killah praktisch in zijn eentje de reputatie van New York in leven, de hiphopbakermat die de afgelopen jaren door het succes van rappers uit het zuiden van de VS in toenemende mate werd ondergesneeuwd.

Met zijn verhalende, de luisteraar meesleurende rapstijl en het gegoochel met warme samples en harde drums op zijn albums maakt Ghostface Killah tegen de heersende trend in typisch New Yorkse hiphop, met beats die afwisselend duister en abstract zijn en dan weer energiek en rauw, en zijn onnavolgbare rapstijl, die als een trompetsolo in een complex jazznummer alle kanten opschiet zonder ooit de rode draad te verliezen. En zonder te vervallen in nostalgie; de grootmeester gebruikt vertrouwde ingrediënten om spannende, nieuwe kunst te creëren.

Ghostface Killah heeft een grote voorliefde voor het met coke en grof geweld doorspekte milieu zoals dat in een film als Scarface (Brian De Palma, 1983) zo treffend wordt neergezet. Hij weet met zijn oog voor de meest bizarre details en zijn haast panisch gerapte associatieve woordenstromen met vrijwel elke zin een nieuwe wereld op het netvlies van de luisteraar te toveren.

In zijn eigen werk domineert juist die gedrevenheid die hij bij de groepsalbums van Wu-Tang Clan zo miste. Ook op het recente meesterwerk Fishscale is aan alles te horen dat grootmeester Ghostface een perfectionist is die de studio pas achter zich laat wanneer elke zin en elke noot op hun plaats zijn gevallen en hij met zijn stoffige soulsamples en rauwe drumbreaks en zijn gedetailleerde verhalen weer een volstrekt uniek universum heeft geschapen.

Maar Ghostface mag de artistieke erfenis van Wu-Tang Clan én de reputatie van New York overeind houden, de miljoenen albums die hij als groepslid van Wu-Tang Clan verkocht, haalt ook hij bij lange na niet meer. Van Fishscale werden in de eerste week in de VS 110.000 exemplaren verkocht, bij zijn vorige album was dat nog minder.

Wellicht dat Ghostface in het interview met XXL, ondanks zijn kritische analyse van het latere werk van Wu-Tang Clan, daarom de optie van een nieuw album van Wu-Tang Clan, vanzelfsprekend zonder het eind 2004 in een opnamestudio in Manhattan overleden groepslid Ol' Dirty Bastard, nadrukkelijk open houdt. “Er is spanning in de lucht, we moeten onderling veel dingen goedmaken () maar in mijn hart voel ik dat er nog minstens één album van Wu-Tang Clan zal komen.“

    • Saul van Stapele