Concrete projecten tegen Europese ‘schizofrenie’

De beste manier om de gestrande Europese Grondwet nog enigszins te redden is er voorlopig niet over te praten. De Europese Unie gaat zich nu eerst concentreren op concrete projecten.

BRUSSEL, 10 MEI. - De relatie tussen Sigmund Freud en de Europese Grondwet is nog niet vaak gelegd. Het was de Oostenrijkse bondskanselier Wolfgang Schüssel die zich gisteren, enkele dagen na de 150ste geboortedag van zijn beroemde landgenoot, een uitstapje in de psychoanalyse veroorloofde.

Tijdens een conferentie in Brussel van nationale en Europese parlementariërs over de toekomst van Europa zei hij bij de burgers een „schizofrene houding” te signaleren. Aan de ene kant beschouwt bijna driekwart van hen de EU als modern, maar tegelijkertijd denkt maar een kleine veertig procent dat zaken met behulp van Europa de goede kant op gaan. Schüssel: „Er is iets in het onderbewuste van de mensen dat wij als politici op het rationele vlak niet voor mogelijk houden.”

Hiermee schetste de kanselier van Oostenrijk, momenteel voorzitter van de Europese Unie, treffend het probleem waar de politieke leiders in Europa mee te maken hebben sinds bijna een jaar geleden de bevolkingen van Frankrijk en Nederland de Europese Grondwet per referendum verwierpen. Zij moeten vechten tegen een gevoel. En dat is per definitie ingewikkeld.

Vorig jaar juni toen de regeringsleiders van de 25 lidstaten tijdens hun gebruikelijke voorjaarstop de schade opnamen van de verzetsdaad van de Fransen en Nederlanders dachten zij nog dat een reflectieperiode van een jaar de ontspoorde Europese trein wel weer terug op de rails zou kunnen brengen. Nu is er niemand meer van de hoofdrolspelers die daar nog in gelooft.

Onder leiding van de Oostenrijkers zullen de regeringsleiders volgende maand de balans opmaken van het reflectiejaar. Maar, zoals Schüssel gisteren te kennen gaf, „de steen der wijzen zal niet worden gevonden”. Integendeel, als de denkpauze iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat het wantrouwen jegens Europa dat zich vorig jaar in Frankrijk en Nederland manifesteerde veel breder in de Unie leeft. „Na de referenda in Frankrijk en Nederland is de publieke opinie in de rest van Europa omgeslagen”, aldus Schüssel. Zicht op de Europese Grondwet, ooit bedoeld om de uitbreidende Unie doelmatiger en doorzichtiger te laten werken, is er dan ook voorlopig nog niet.

De atmosfeer is in een jaar tijd niet zodanig veranderd dat Frankrijk en Nederland nu opeens wel ‘ja’ zullen zeggen. Toch is dat nodig om het grondwettelijk verdrag rechtskracht te geven: álle 25 lidstaten van de Unie, ongeacht hun grootte of bevolkingsomvang, moeten ermee instemmen. En mochten Frankrijk en Nederland overtuigd kunnen worden, dan is er nog altijd het van nature eurosceptische Groot-Brittannië dat ook een volksraadpleging in het vooruitzicht heeft gesteld.

De ‘zegeningen’ van de Europese Grondwet nog een keer uitleggen heeft geen zin; daar zijn de politieke bestuurders inmiddels wel achter. Wil het document nog enige kans maken dan zal allereerst gewerkt moeten worden aan het creëren van vertrouwen. Anders gezegd: laten zien dat Europa of Brussel het beste met de mensen voorheeft.

Dat is dan ook de weg die nu bewandeld gaat worden. Aan de hand van concrete projecten wil men laten zien dat Europa als geheel wel degelijk een meerwaarde heeft. Op die manier moet dan, in de woorden van voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, de „context worden geschapen waardoor de voorstellen uit de Grondwet alsnog gerealiseerd kunnen worden”, zoals hij het gisteren uitdrukte.

Gedacht wordt aan Europese samenwerking op het gebied van bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit. In hetzelfde licht moet het initiatief worden beschouwd om EU-landen beter met elkaar te laten samenwerken bij rampenbestrijding. En dan zijn er nog de ‘consumentvriendelijke’ acties: het aanpak-ken van de mobiele-telefoniebedrijven die vaak excessieve kosten in rekening brengen bij grensoverschrijdend bellen en de vaak hoge kosten die gemoeid zijn met betalingen per creditcard.

Van het grootste belang voor het algemene klimaat is dat de groei in de Europese Unie aantrekt. De laatste vooruitzichten die Europees commissaris Joaquín Almunia (Economische Zaken) deze week presenteerde wijzen in die richting. Maar het probleem is dat dit soort resultaten al snel wordt opgeëist door nationale regeringen.

Wanneer er dan weer over de toekomst van de Europese Grondwet als zodanig wordt gesproken? Voorlopig niet, zo maakte de Oostenrijkse bondskanselier Schüssel gisteren duidelijk. Weliswaar wil zijn Duitse collega en partijgenoot Angela Merkel, die vanaf 1 januari zes maanden het EU-voorzitterschap bekleedt, het grondwetdebat een nieuwe impuls geven, maar ook zij zit met het gegeven dat in elk geval tot de Franse presidentsverkiezingen en de Nederlandse parlementsverkiezingen – allebei in mei 2007 – geen doorbraken zijn te verwachten.

Het jaar 2007 zal volgens Schüssel hooguit een „belangrijk voorbereidingsjaar” kunnen zijn, om in 2008 met een „herzien grondwettelijk verdrag” te komen. In hoeverre dat voorstel dan nog lijkt op de huidige, zoveel besproken Grondwet is weer een andere vraag.