‘Burgerinformant brengt gevaren met zich mee’

De politie wil de camera’s in mobiele telefoons van burgers gebruiken. Hoogleraar J.F. Nijboer waarschuwt voor deze vorm van misdaadbestrijding.

Hans Nijboer

Burgers oproepen om met de camera in hun mobiele telefoon foto’s te maken van overtredingen, ongelukken en verdachte situaties? Hans Nijboer, hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden, is sceptisch over de gisteren bekend geworden plannen van de politie om op deze wijze structureel de hulp van de bevolking in te roepen bij misdaadbestrijding.

Een Vlaamse spreuk uit Guido Gezelle’s Duikalmanak vat zijn twijfels perfect samen, zegt Nijboer. „Denkt aleer gij doende zijt en doende, denkt dan nog.” Die zegswijze wil zoveel zeggen als ‘bezint eer gij begint’, verduidelijkt hij. „Bij nieuwe opsporingsmethoden wordt snel gedacht, dit is het ei van Columbus. Men ziet de voordelen en poetst de bedenkingen weg.”

Een brede oproep doen aan burgers om bewijsmateriaal te verzamelen, is volgens Nijboer om twee redenen riskant. Bij de betrouwbaarheid van het verkregen bewijsmateriaal zullen vaak grote vraagtekens te zetten zijn, verwacht hij. Daarnaast brengt zo’n oproep het risico met zich mee, dat de politie via de burger de grenzen van de wet overschrijdt.

Burgers ad hoc oproepen om foto’s in te sturen van misdrijven, zoals eind vorig jaar gebeurde na de moord op de politieke activist Louis Sévèke, daar is niets op tegen, zegt Nijboer. „Dan houd je als justitie met de politie de regie in een opsporingszaak. Met een brede, ongerichte oproep aan de bevolking raak je de controle kwijt. Met de goede krachten roep je dan ook de kwade krachten op. Digitaal manipuleren is kinderlijk eenvoudig. Daar zien we in rechtszaal soms genoeg voorbeelden van. Met enige regelmaat is er tegenwoordig strijd over de authenticiteit van fotokopieën. Op kinderpornofoto’s staan soms niet-bestaande kinderen, die afbeeldingen zijn dan gefotoshopt. Alles is manipuleerbaar en ICT-hobbyisten zijn in staat om de meest macabere dingen te verzinnen. Ik sluit niet uit dat de politie na een oproep grote problemen krijgt met vervalst beeldmateriaal.”

Zijn tweede punt van zorg betreft het oneigenlijk inzetten van burgerinformanten. „In lastige zaken zoekt de politie vaak de grenzen van de wet op. Met burgerinformanten wordt het wel erg verleidelijk om via U-bochtconstructies bewijsmateriaal te verzamelen. Zaken die de politie niet mag, bijvoorbeeld observeren in het privé-domein van verdachten, zou aan burgers kunnen worden gevraagd. Op die manier kan de politie bevoegdheden creëren die er niet zijn.”

In dit verband roept Nijboer een zogeheten ‘silver platter’-arrest in herinnering. Deze in juridische kringen omstreden rechterlijke uitspraak betreft een zaak waarbij een vrouw in echtscheiding bewijsmateriaal over het inkomen van haar man verkreeg, door met een achtergehouden sleutel zijn huis binnen te gaan. De vrouw wilde met die gestolen papieren aantonen dat haar man meer geld verdiende dan hij had opgegeven. Uit de papieren kon ook worden opgemaakt, dat de man criminele inkomsten had.

Hoewel het bewijsmateriaal door de vrouw jegens de man civielrechterlijk onrechtmatig was verkregen, werd de man toch voor die criminele activiteiten veroordeeld mede op basis van dat materiaal. Justitie had dat bewijsmateriaal namelijk strafprocesrechterlijk gezien niet onrechtmatig verkregen.

Voor de politie is zulk bewijsmateriaal op een ‘zilveren dienblad’ heel aantrekkelijk, legt Nijboer uit. „Door op deze manier burgers in te zetten zou de politie beperkingen in haar bevoegdheden kunnen omzeilen. De voorgeschiedenis van de parlementaire enquête door de commissie-Van Traa (die onder meer illegale opsporingspraktijken onderzocht, red.) heeft dat wel laten zien.”

In voorkomende gevallen gericht een beroep doen op de bevolking heeft verreweg de voorkeur van de hoogleraar. „Beperk je als politie tot oproepen doen via televisieprogramma’s als Opsporing Verzocht.”

    • Arjen Ribbens